Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Noordzee biedt volop kansen voor CO₂-opslag

Voor de industrie is snel verduurzamen niet altijd mogelijk. Om de uitstoot van broeikasgassen toch te verminderen, kan CO2 worden afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Hoeveel ruimte is er voor CO2-opslag en wat is de stand van zaken? Experts van EBN en Gasunie geven hun visie.

Gasunie 10 February 2026

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht
a group of oil rigs in the ocean

Nederland heeft onder de Noordzee genoeg ruimte om CO2 op te slaan: circa 1,5 gigaton in lege gasvelden, plus extra capaciteit in zogenoemde aquifers. De eerste concrete CCS-projecten (Porthos en Aramis) zijn volop in ontwikkeling en zullen gevolgd worden door de Delta Rhine Corridor en Delta Schelde CO2nnection.

De CO₂-uitstoot in Nederland kwam in 2024 uit op 144 megaton, 37 procent lager dan in 1990. In 2030 moet de reductie 55 procent lager zijn ten opzichte van 1990. De opwekking van elektriciteit wordt steeds groener door de opmars van zonnepanelen en windmolens, en mobiliteit veroorzaakt ook steeds minder CO2-uitstoot door de groeiende populariteit van elektrisch vervoer.

Maar voor de industrie is verduurzamen een stuk lastiger, zeker voor afvalverbrandingsinstallaties, raffinaderijen en fabrieken voor kunstmest en cement. De CO₂-uitstoot van de industrie was in 2024 nog 47 megaton. Om ook in de moeilijk te verduurzamen sectoren de broeikasgasuitstoot fors te verminderen, is er een alternatief: het afvangen en opslaan van CO2.

Europese richtlijn

De Europese Net-Zero Industry Act (NZIA) verplicht lidstaten om ‘carbon capture and storage’-projecten (CCS) te ontwikkelen. In 2030 moet in Europa 50 megaton per jaar aan CO2 worden afgevangen en opgeslagen. Of althans: de investeringsbeslissingen moeten zijn genomen voor projecten die optellen tot 50 megaton CCS-capaciteit. Ter vergelijking: in 2023 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgassen in de Europese Unie nog iets meer dan 2.900 megaton. Dat is een daling van 37 procent ten opzichte van 1990.

CO2 kan worden opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Maar niet ieder land heeft zulke ‘lege’ gasvelden. Vanuit het principe ‘de vervuiler betaalt’ heeft Brussel lidstaten verplichtingen opgelegd naar rato van de gasproductie in de periode 2021-2023. Voor Nederland betekent dit dat het in 2030 in totaal 13,3 megaton CO2-opslag per jaar voor zijn rekening moet nemen.

Veel mogelijkheden

Bram Herfkens van overheidsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) is nauw betrokken bij Nederlandse CCS-projecten. 'Nederland heeft veel mogelijkheden', zegt Herfkens. 'De geologische capaciteit voor de opslag van CO2 in uitgeproduceerde gasvelden op de Noordzee is ongeveer 1,5 gigaton.' Hoewel de geologische capaciteit groot is, wil dat niet meteen zeggen dat het allemaal technisch en economisch haalbaar is. Naast lege gasvelden zijn er ook diepe zoutwaterlagen, zogenoemde aquifers, die geschikt zijn voor CO2-opslag. 'Daar zijn we nu de eerste screening van aan het maken. Ook daarmee zijn opslagprojecten te ontwikkelen van honderd megaton of meer.'

CCS en verduurzaming

Een recent wetenschappelijk artikel in Nature zorgde in september voor onduidelijkheid. Het artikel claimde dat de wereldwijde opslagcapaciteit beperkt zou zijn tot 1.460 gigaton, tien keer lager dan eerdere schattingen. De boodschap: CCS-capaciteit is schaars en zou niet gebruikt mogen worden om échte verduurzaming van de industrie uit te stellen. 

'In het artikel werden aannames gedaan waar ik vraagtekens bij zet', zegt Job van der Stoel, geoloog bij Gasunie. 'De auteurs gingen er bijvoorbeeld van uit dat CO2 überhaupt niet in gasvelden of aquifers dieper dan 2,5 kilometer geïnjecteerd kan worden, terwijl in Nederland projecten worden ontwikkeld met injectiedieptes van 3 tot 4 kilometer. Met dergelijke conservatieve aannames, is het logisch dat de capaciteit lager uitkomt.'

Om klimaatdoelen te halen is CCS de komende decennia noodzakelijk. Dat blijkt ook uit de scenario’s van het Internationaal Energie Agentschap en het klimaatbureau van de Verenigde Naties. 'Je doet CCS niet omdat het leuk is, maar omdat je de industrie wil ondersteunen. CCS is onderdeel van de transitie naar het energiesysteem van de toekomst', zegt Marc Naus, reservoir engineer bij Gasunie.  

Daarmee is niet gezegd dat verduurzaming van de industrie geen prioriteit is. Herfkens van EBN: 'Je begint binnen je bedrijf natuurlijk met energiebesparing. Dan kijk je naar de inzet van duurzame energie, maar dat is voor sectoren als cement en afvalverbranding lastig, waardoor CCS de enige optie is om op korte termijn de CO2-uitstoot naar beneden te krijgen.'

De eerste projecten

EBN en Gasunie zijn allebei betrokken bij de eerste grote CCS-projecten in Nederland: Porthos en Aramis. Porthos, dat een injectiecapaciteit heeft van 2,5 megaton per jaar, is een lokaal project vanuit de Rotterdamse haven. Vier industriële klanten zijn aangesloten: de raffinaderijen van Shell en ExxonMobil, en de waterstofinstallaties van Air Products en Air Liquide. De laatste twee bedrijven gaan blauwe waterstof produceren uit aardgas, waarbij de CO2 die vrijkomt via Porthos wordt opgeslagen. De totale opslagcapaciteit van Porthos, dat in 2026 in bedrijf wordt genomen en al is ‘uitverkocht’, is 37,5 megaton. Dat komt overeen met 5 procent van de totale uitstoot van de Nederlandse industrie.

Aramis is aanzienlijk groter. Via een pijpleiding vanuit Rotterdam worden meerdere lege gasvelden circa 200 kilometer uit de kust op de Noordzee aangesloten. De verbinding heeft een transportcapaciteit van 22 megaton per jaar. In de eerste fase worden drie opslagprojecten aangesloten, met een gezamenlijke injectiecapaciteit van rond de tien megaton per jaar. Zodra de vraag naar CCS toeneemt, kunnen aanvullende opslagen aansluiten en kan de totale capaciteit groeien naar zo’n 500 megaton. Daarvoor zijn volgens Herfkens van EBN inmiddels voldoende opslag-projecten in ontwikkeling.

Op de infrastructuur van Aramis op de Maasvlakte, zal de Delta Rhine Corridor (CO2-infrastructuur vanuit Duitsland) worden aangesloten. Rond Moerdijk wordt de Delta Schelde CO2nnection (een leiding vanaf de Belgische grens) aangesloten op de Delta Rhine Corridor, waarmee een geïntegreerd CO2-netwerk voor Noordwest-Europa wordt ontwikkeld.

Voldoende capaciteit

'Met Porthos en de eerste drie opslagprojecten bij Aramis komen we op 12,5 megaton per jaar', aldus Herfkens. 'Daar moet nog een project bij voor de Europese eis, maar dat is goed haalbaar.' Aanvullende opslagprojecten zijn in voorbereiding, die ook via de Aramis-pijpleiding gevuld gaan worden. Als die projecten doorgaan kan Nederland tegen 2040 meer dan 25 megaton CO2 per jaar injecteren.

Er is dus ruime voldoende opslagcapaciteit onder de Noordzee. 'Capaciteit is niet de beperkende factor', aldus Herfkens. 'De vraag is of alle betrokken partijen voldoende vertrouwen hebben in CCS. De opslagcapaciteit is er, het transport is er straks ook. Zodra de vraag vanuit de industrie naar CO2-opslag op gang komt, kan de markt van start.'

Veiligheid waarborgen

Over de veiligheid van CO2-opslag is Van der Stoel duidelijk. 'Om een vergunning te krijgen moet je aantonen dat de CO2 geologisch ingesloten zit en niet kan weglekken. Hoewel het om gedegen werkt vraagt, is het niet ingewikkeld om aan te tonen. Het aardgas heeft er immers ook driehonderd miljoen jaar gezeten. Bij Porthos zitten er dikke kleilagen boven. Bij andere gasvelden kan het gaan om zoutlagen.' 

Wat veiligheid betreft gaat de meeste aandacht uit naar de injectieputten. Dat zijn namelijk de enige plekken waar de afgesloten geologische formatie is doorboord. Als het gasveld na vijftien jaar gevuld is met CO2, moeten de injectieputten hermetisch worden afgesloten. 'Je moet in een zogenaamd afsluitplan aangeven hoe je dat doet. Je moet de boorput hermetisch afsluiten', legt Naus uit. 'Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en TNO zien toe op de controle en monitoring van de afgesloten velden en putten.'

Voor Porthos is al een uitgebreid monitoringsplan ingediend bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei. 'Er worden allerlei sensoren in de put aangebracht, die eventuele trillingen, druk en temperatuur meten', zegt Naus. 'Als je geen goed monitoringsplan indient, krijg je geen vergunning.' Zulke zogenoemde MVV-plannen (meten, moniteren en verifiëren) vergen een gedegen voorbereiding en zijn verplicht voor alle CCS-projecten in Europa. 'Northern Lights is het eerste commerciële project dat grote volumes CO2 van meerdere partijen opslaat in aquifers. Iedereen keek uit naar de ingebruikname. Dat was spannend. Maar op het moment zelf was het 'saai', er gebeurde niks onverwachts en er ging niks mis.' 

Uitdaging

Nederland beschikt over een grote geologische opslagcapaciteit. De eerste projecten zijn in uitvoering, maar het succes van CCS hangt uiteindelijk af van vertrouwen, daadkracht, vergunningverlening en de bereidheid van industrie om daadwerkelijk te investeren. De uitdaging ligt in tempo en samenwerking. Als die voorwaarden worden vervuld, kan Nederland uitgroeien tot een centrale spil in de Europese markt voor CO2-transport en -opslag.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.