Op 9 december 2025 heeft de Eerste Kamer de Wet collectieve warmte (Wcw) aangenomen. De tekst van de wet is hier te vinden. Aanvullend is gestemd over een aantal moties.

Belangrijkste uitgangspunten Wcw
De Wet collectieve warmte gaat de huidige Warmtewet vervangen. Een aantal van de belangrijkste uitgangspunten van de Wcw zijn:
Besluit collectieve warmte en ministeriële regeling
De Wet collectieve warmte moet nog nader worden uitgewerkt in (onder meer) het Besluit collectieve warmte. Middels dit besluit gaat onder meer invulling gegeven worden aan de procedure en besluitvorming over de aanwijzing van een warmtebedrijf en worden regels gesteld over restwaarde, restwarmte, duurzaamheid en leveringszekerheid. Ook worden met dit besluit ook de eerste fases van de tariefregulering verder uitgewerkt. Het besluit is nog niet aangenomen. De versie die ter consultatie is gepubliceerd vind je hier.
Inwerkingtreding
De artikelen van de Wet collectieve warmte zullen in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan op verschillende momenten kan worden vastgesteld. Op 10 oktober 2024 schreef de Minister van Klimaat en Energie een Kamerbrief over de verdere uitrol van warmtenetten, waarin zij ook is ingegaan op de inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte. Zij geeft hierin aan dat voor een groot aantal artikelen geldt dat inwerkingtreding pas kan plaatsvinden als ook het Besluit collectieve warmte en de ministeriële regeling zijn afgerond en in werking kunnen treden. Het Besluit wordt aan de Autoriteit Consument & Markt (ACM) voorgelegd voor een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets en medio 2026 bij de Afdeling Advisering van de Raad van State. Ook schrijft de Wcw een nog een zogenaamde “voorhangprocedure” bij beide Kamers ten aanzien van tariefregulering voor collectieve warmtevoorzieningen en kleine collectieve warmtesystemen voor. Naar verwachting zullen deze stappen voor het Besluit collectieve warmte en de ministeriële regeling het grootste deel van 2026 in beslag nemen. Een aantal artikelen zal naar verwachting onafhankelijk van het Besluit en de ministeriële regeling eerder in werking kunnen treden. Het gaat hier onder meer om artikelen die van belang zijn voor de ontwikkeling van de publieke realisatiekracht, zoals de bevoegdheid van de minister een nationale deelneming aan te wijzen en de additionele mogelijkheden voor infrastructuurbedrijven om actief te worden op de warmtemarkt.
Dit betekent dat nog niet duidelijk is wanneer welk deel van de Wet collectieve warmte in werking zal treden, maar de verwachting is dat het grootste deel op zijn vroegst eind 2026 in werking zal kunnen treden.
