Tegelijkertijd staat de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen onder druk door stijgende kosten, hogere rentestanden en onzekerheden in de businesscase van warmtenetten. Dit vertraagt warmteprojecten. Daarnaast zijn er hybride oplossingen, zoals de combinatie van een warmtepomp met een cv-ketel, wat van invloed is op de keuzes rondom collectieve en individuele warmtevoorzieningen. En ook de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet (netcongestie) is van invloed: een warmtepomp gebruikt meer elektriciteit dan een warmtenet.
De invoering van de Warmtewet in 2014 betekende een belangrijke stap in de regulering van warmtelevering aan consumenten en andere kleinverbruikers. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) ziet toe op de uitvoering van deze wet. Er zijn sindsdien een aantal wijzigingen gedaan. Sinds 2019 kan de ACM meerdere tarieven vaststellen die samenhangen met de levering van warmte. Ook vallen verhuurders en VvE’s die zelf warmte leveren sindsdien niet meer onder de Warmtewet. Sinds 2020 zijn warmtebedrijven verplicht om te rapporteren over de duurzaamheid van hun warmtenetten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn enkele onderdelen van de Warmtewet overgegaan naar het stelsel van de Omgevingswet. Dit zijn de onderdelen rond gedoogplichten voor warmte-infrastructuur en schadevergoedingen. Hiervoor geldt een overgangsrecht. De Warmtewet blijft voor het overige als zelfstandige wet van kracht.
Convenanten en wetten zoals het Energieakkoord (2013), het Klimaatakkoord van Parijs (2015), het Nederlandse Klimaatakkoord (2019) en de Klimaatwet (2019), evenals Europese regelgeving zoals de herziene Energy Performance of Buildings Directive (EPBD), zijn belangrijke katalysators voor onderzoek naar en het gebruik van duurzame warmte. Een gevolg hiervan is dat gemeenten in 2021 een transitievisie warmte moesten hebben opgesteld. Deze vormen het uitgangspunt voor verdere uitwerking op wijkniveau, bijvoorbeeld in wijkuitvoeringsplannen waarin keuzes worden gemaakt voor warmteoplossingen. In de huidige fase is er steeds meer aandacht voor de uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en participatie.
De Warmtewet had als hoofddoel om consumenten te beschermen. De Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw), ook wel de Warmtewet 2.0, beoogt daarnaast de warmtetransitie te versnellen. De Wcw heeft vier kerndoelen. Ten eerste stelt de wet regels omtrent marktordening, waarbij het uitgangspunt publieke sturing is. Gemeenten voeren de regie over waar en wanneer een collectieve warmtevoorziening wordt gerealiseerd. In het kader van de Wcw en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) krijgen gemeenten de bevoegdheid om zogenaamde ‘warmtekavels’ vast te stellen en hiervoor een warmtebedrijf aan te wijzen, waarbij publieke partijen meer dan 50 procent moeten bezitten. Daarnaast schrijft de wet regels voor over de tariefstelling, over CO₂-reductie , consumentenbescherming en leveringszekerheid. De Wcw is eind 2025 aangenomen en begin 2026 gepubliceerd in het Staatsblad. De inwerkingtreding vindt gefaseerd plaats en wordt nader uitgewerkt in lagere regelgeving, zoals het Besluit collectieve warmte.
Het onderwerp warmte wordt op vele fronten gereguleerd, onder meer via tariefregulering, consumentenbescherming en regels rond infrastructuur en warmtebronnen. Deze regels zijn in veel gevallen onderhevig aan regelmatige wijzigingen.
In dit dossier vind je nieuws en achtergrond met betrekking tot de ontwikkelingen rondom warmte, evenals beleidsstukken, publicaties, video’s, vraag & antwoord en praktische tools over dit onderwerp.
Provincie zet volgende stap naar Warmtebedrijf Drenthe Overijssel
Nieuws-/persberichtProvincie onderzoekt deelname aan publiek warmtebedrijf
Nieuws-/persberichtOnderzoek: oprichting Regionaal Warmtebedrijf Brabant is haalbaar
Nieuws-/persberichtKansen en drempels bij nieuwe generatie warmtenetten
Nieuws-/persbericht