Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Kamerbrief over duurzaamheidscriteria biogrondstoffen

Staatssecretaris Van Veldhoven (IenW) informeert de Tweede Kamer over de duurzaamheidscriteria voor deproductie van duurzame biogrondstoffen.

10 juni 2021

Kamerstuk: kamerbrief

Kamerstuk: kamerbrief

Het kabinet is ervan overtuigd dat de inzet van biomassa noodzakelijk is in de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie in 2050. Daarbij geldt voor het kabinet het uitgangspunt dat alleen duurzame biomassa een bijdrage aan die transitie kan leveren en dat duurzame grondstoffen uiteindelijk zo hoogwaardig mogelijk moeten worden ingezet.

Op 16 oktober 2020 heeft het kabinet daarom het duurzaamheidskader voor biogrondstoffen vastgesteld en aan Uw Kamer doen toekomen.1 In dit duurzaamheidskader is een uitvoeringsagenda biogrondstoffen opgenomen waarmee het kabinet, via aanpassing van beleid en wetgeving, het duurzaamheidskader in de praktijk zal brengen. Een onderdeel van deze uitvoeringsagenda is het opstellen van duurzaamheidscriteria voor de productie van duurzame biogrondstoffen. Met deze brief wil ik u, mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat-Klimaat en Energie, informeren over deze duurzaamheidscriteria.

Duurzaamheidscriteria
De duurzaamheidscriteria waaraan biogrondstoffen dienen te voldoen om als duurzaam aangemerkt te kunnen worden onder het klimaat- en circulaire economiebeleid zijn opgenomen in de bijlage. Het betreft een eerste uitwerking die als beginpunt dient voor de verder implementatie, waarop nog aanpassingen mogelijk zijn. Ze richten zich op de toepassing van alle soorten biogrondstoffen2 voor klimaatdoeleinden, inclusief materialen voor de circulaire economie (zoals bijvoorbeeld materialen voor de bouw en grondstoffen voor de chemische industrie), het gebruik voor energieopwekking en biobrandstoffen. Het gaat daarbij om biogrondstoffenstromen en -toepassingen die door de overheid gestimuleerd of gereguleerd worden. Bij het verwerken van de criteria in stimulerings- en of reguleringsmaatregelen zal aandacht worden besteed aan de impact van de criteria en zal als daartoe aanleiding bestaat worden bezien of de criteria aanpassing behoeven.

Conform de Kamerbrief van 16 oktober 2020 zijn de duurzaamheidscriteria tot stand gekomen door verdere uitwerking van de 11 duurzaamheidsthema’s en bijbehorende principes uit het SER-advies Biomassa in Balans.3 Hierbij zijn de duurzaamheidscriteria van de Europese hernieuwbare energierichtlijn II (Renewable Energy Directive – RED II) als uitgangspunt genomen. Deze zijn aangevuld met onder andere criteria uit de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen en met sociaaleconomische criteria uit de criteria voor het Rijksinkoopbeleid duurzaam hout (het Timber Procurement Assessment System, of TPAS).

Certificeringsschema’s
Biogrondstoffen die in Nederland worden toegepast zullen aan deze cumulatieve criteria worden getoetst voor onder meer hun productieomstandigheden. De huidige criteria voor bestaande energietoepassingen blijven ongemoeid, behoudens enkele aanpassingen vanuit RED II. Een bedrijf dat bijvoorbeeld biogrondstoffen levert in het kader van een aanbesteding van de Rijksoverheid, zal moeten aantonen dat de biogrondstoffen die geleverd worden aan de gecumuleerde criteria voldoen. Dat kan bijvoorbeeld door het gebruik van keurmerken die de criteria hebben verwerkt in hun certificeringsschema’s. Hiermee wordt geborgd dat alleen duurzame biogrondstoffen worden ingezet. In combinatie met de keuze voor een afbouw-, ombouw- en opbouwpad zorgt het kabinet er tegelijk voor dat biogrondstoffen optimaal worden gebruikt: zoveel mogelijk in die situaties waar weinig of geen alternatieven beschikbaar zijn.

Los van het gebruik van certificeringsschema’s hebben bedrijven een eigenstandige verantwoordelijkheid bij het aantonen van de duurzaamheid van de toe te passen biogrondstoffen. Zoals bekend wordt vanuit het IMVO-beleid al van bedrijven verwacht dat zij, in lijn met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en UN Guiding Principles on Business and Human Rights, gepaste zorgvuldigheid (due diligence) toepassen om negatieve impact (ontbossing, watervervuiling, schending landrechten etc.) in de keten te voorkomen en aan te pakken. Certificaten kunnen het proces van gepaste zorgvuldigheid ondersteunen, maar vervangen dit proces niet.

Zoals hiervoor aangegeven kan een bedrijf aantonen dat geleverde biogrondstoffen voldoen aan de duurzaamheidscriteria met behulp van bijvoorbeeld een certificeringsschema. Het is van belang dat er toezicht bestaat op het gebruik van certificeringsschema’s. Daarbij is het uitgangspunt dat daar waar certificeringsschema’s niet zijn getoetst door de Europese Commissie in het kader van RED II, een nog in te stellen advies- of toetsingscommissie deze schema’s zal toetsen. Voor een goede werking van het systeem van certificering zullen ook criteria opgesteld worden die eisen stellen aan het beheer van de certificaten en criteria die de duurzaamheid van de biogrondstoffen door de handelsketen heen borgen (Chain of Custody). Hierbij wordt de uitvoeringsverordening voor de RED II die de Europese Commissie zal vaststellen betrokken.

Vervolg
In het duurzaamheidskader heeft het kabinet aangegeven dat het de sociaaleconomische criteria wil vastleggen in een convenant met alle partijen. Hierbij is de samenhang met de herziening van het IMVO-beleid van belang. Ik informeer u in de tweede helft van 2021 nader over de wijze waarop het kabinet de sociaaleconomische criteria zal vastleggen. Over het complete beeld van de implementatie van de duurzaamheidscriteria, de verwerking ervan in stimulerings- of reguleringsinstrumentarium, en toetsingsprocedures informeer ik u in het vierde kwartaal van 2021.

In 2022 zal de uitwerking van het duurzaamheidskader in regelgeving, instrumentarium en nadere afspraken worden gerealiseerd.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

S. van Veldhoven - Van der Meer

Bijlagen

Tabel Duurzaamheidscriteria
De tabel bevat de duurzaamheidscriteria voor de productie van biogrondstoffen per thema.

Voetnoten

  1. Kamerstukken 32813 en 31239, nr. 617

  2. Met uitzondering van de inzet van biogrondstoffen voor vezels (papier en textiel) en voor voedselproductie.

  3. https://www.ser.nl/nl/Publicaties/advies-biomassa-in-balans

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter