Wat mag een netbeheerder doen bij netcongestie? In dit blog bespreken we het geschil tussen ValleiEnergie en Liander en de uitspraak van de ACM over aanbetalingen, wachtlijsten en de onderzoeksplicht naar (alternatieve) transportcapaciteit.

Partijen die een geschil hebben met de netbeheerder over de wijze waarop deze zijn taken en bevoegdheden op grond van de Energiewet (“E-wet”) uitoefent kunnen een dergelijk geschil voorleggen aan de Autoriteit Consument en Markt (“ACM”). In dit blogbericht bespreken wij zo’n geschilbesluit van de ACM.
Energiecoöperatie ValleiEnergie U.A. (“ValleiEnergie”) wil een zonnepark aanleggen in Ede. Daarvoor dient zij een aansluit- en transportverzoek in bij netbeheerder Liander N.V. (“Liander”).
Liander weigert de gevraagde transportcapaciteit voor invoeding en afname. De reden is netcongestie in het hoogspanningsnet van TenneT TSO B.V. (“TenneT”) in de provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht. Toch sluiten ValleiEnergie en Liander een aansluit- en transportovereenkomst waarin een transportcapaciteit van 0 kW wordt afgesproken voor zowel invoeding als afname. Ook verricht ValleiEnergie de aanbetaling voor de aansluiting, waarna ValleiEnergie voor het gevraagde transportvermogen op de wachtlijst wordt geplaatst. Op een later moment trekt ValleiEnergie de opdracht voor het realiseren van de aansluiting in en verzoekt terugbetaling van de aanbetaling.
Het geschil tussen partijen draait om de vraag of het betalen van de aanbetaling als voorwaarde mag worden gesteld om op de wachtlijst voor transportcapaciteit te worden geplaatst. Ook stelt ValleiEnergie zich op het standpunt dat Liander aanvullend onderzoek had moeten uitvoeren, nu de enkele verwijzing van Liander naar congestie op het hoogspanningsnet van TenneT onvoldoende is om invoedingscongestie in Ede aan te tonen; ValleiEnergie verzoekt immers transportcapaciteit op het door Liander beheerde net.
Voor zover hier relevant, oordeelt de ACM dat Liander de plaatsing op de wachtlijst voor transportcapaciteit terecht afhankelijk heeft gesteld van het realiseren van een aansluiting. Transport van elektriciteit over het net is namelijk feitelijk onmogelijk zonder een aansluiting. Dit is in lijn met de systematiek van de regelgeving ten aanzien van netaansluiting en -transport. Onderdeel van het opdrachtformulier voor de aansluiting is de aanbetaling. Daarom is de aanbetaling volgens de ACM terecht een voorwaarde voor de plaatsing op de wachtlijst.
Deze werkwijze van Liander is bovendien niet in strijd met het non-discriminatiebeginsel. Volgens ValleiEnergie kunnen financieel draagkrachtige partijen door de vereiste aanbetaling een plek op de wachtlijst ‘inkopen’. Minder draagkrachtige partijen zouden dit niet kunnen. De ACM oordeelt dat Liander geen onderscheid maakt tussen verschillende soorten aanvragen – voor iedereen geldt dezelfde aanbetalingsvoorwaarde – en dat daarom geen sprake is van strijd met het non-discriminatiebeginsel.
Liander weigert transportcapaciteit aan ValleiEnergie aan te bieden. Deze weigering moet met redenen zijn omkleed. Op grond van de Netcode moet de netbeheerder bij elke aanvraag beoordelen of de beschikbare transportcapaciteit in zijn net voldoende is om aan de gevraagde capaciteit te voldoen. Indien de netbeheerder onvoldoende transportcapaciteit heeft, moet deze onderzoeken of de beschikbare en gevraagde transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht – bijvoorbeeld door middel van congestiemanagement.
Hoewel de ACM oordeelt dat Liander terecht concludeert dat sprake is van een tekort aan transportcapaciteit, voldoet de weigering van Liander niet aan de wettelijke eisen. Liander heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de door ValleiEnergie gevraagde en de beschikbare transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen, in het bijzonder door middel van congestiemanagement. Zo heeft Liander geen onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om met ValleiEnergie een capaciteitsbeperkingscontract overeen te komen, ondanks dat ValleiEnergie zich hiertoe bereid heeft verklaard.
Deze uitspraak maakt duidelijk dat een netbeheerder bij congestie niet kan volstaan met een verwijzing naar beperkingen op het net van TenneT. Ook de regionale netbeheerder, in dit geval Liander, zal zelf moeten onderzoeken of er binnen het eigen net nog mogelijkheden zijn om (beperkt) transport te faciliteren, al dan niet in combinatie met een capaciteitsbeperkingscontract.
