Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

De Klimaatgeneraal: “Klimaatverandering is een aanjager van conflicten”

Tom Middendorp schreef naar eigen zeggen een van de eerste boeken over de veiligheidsdimensie van klimaatverandering: “Wereldwijd bestaat het nog niet.” Een onderbelichte dimensie volgens Middendorp, ook bekend als de Klimaatgeneraal.

16 februari 2022

© Ministerie van Defensie

Wat kunnen we verwachten van dit boek?

“Ik ben er langzaam bewust van geworden dat klimaatverandering ook een veiligheidsimpact heeft. In alle missies waar ik bij betrokken ben geweest liepen we aan tegen gevolgen van klimaatverandering zonder dat we het gelijk in de gaten hadden. Gaandeweg werd ik steeds bewuster van het feit dat deze effecten alleen maar groter gaan worden. Dat beschrijf ik in het eerste deel van het boek.

Toen ik nog net in functie was als Commandant der Strijdkrachten heb ik hier al een paar publicaties over geschreven die een hoop rumoer veroorzaakten. Daar ben ik mee doorgegaan nadat ik stopte bij defensie. Ik ben me er verder in gaan verdiepen en kwam erachter dat deze problemen in alle werelddelen spelen. Zo is het International Military Council for Climate and Security (IMCSS) ontstaan; een snelgroeiend netwerk dat nu twee jaar bestaat en waar senior leaders vanuit defensies uit meer dan 40 landen, uit alle continenten, bij betrokken zijn. Dat laat wel zien dat er een steeds bredere zorg is onder militaire leiders over wat klimaatverandering voor hun werk gaat betekenen. Ten tweede laat het zien dat klimaatverandering geen regio in de wereld onberoerd laat qua veiligheid.

Waar ik van schrok is dat deze dimensie eigenlijk nergens wordt belicht: in klimaattoppen wordt het nooit besproken, in de Green Deal wordt er met geen woord over gerept en de NAVO maakt zich hier ook totaal niet druk om. Het is onontgonnen gebied. Dat is de reden voor het IMCSS om ons hiervoor in te zetten, omdat wij klimaatverandering toch wel als de grootste gamechanger van deze eeuw zien. Ook op het gebied van veiligheid.”

Gaat het boek meer over de gevolgen, dus klimaatadaptatie, dan over klimaatmitigatie?

“Klimaatverandering gebeurt al. Ook uit het IPCC-rapport van afgelopen jaar blijkt weer dat het onomkeerbaar is wat er nu gebeurt. In die zin zullen we ook met de gevolgen moeten leren werken en deze effectief moeten bestrijden. Dat betekent niet dat we verder niet aan mitigatie moeten doen, dat moeten we namelijk zeker om erger te voorkomen en ik denk ook zeker dat de veiligheidssector daaraan kan bijdragen. Je moet aan beide kanten werken: voorkomen en genezen.”

Klimaatadaptatie gaat nu vaak over droogte en hittestress. Zou veiligheid daar ook een onderdeel van moeten worden?

“Ja, je zal bij droogte, hittestress, overstromingen en al die verschillende effecten van klimaatverandering de veiligheidsdimensie moeten meenemen. Vorig jaar hebben wij (het IMCSS) ons eerste wereldwijde assessment gepubliceerd; het World Climate Security Report. Dit rapport geeft een soort inventarisatie van hoe klimaatverandering nu al van invloed is op onze veiligheid.

Ik noem vaak Uruzgan als voorbeeld. Het duurde even voordat we erachter kwamen dat het feitelijke probleem een tekort aan water was. Er wonen daar veel boeren die allemaal water nodig hebben. Daar ontstond ruzie over waar de Taliban vervolgens misbruik van maakte. Pas toen we dat in de gaten hadden konden we hierin bemiddelen en hebben we de Taliban verdreven. Het werd hierna stabiel in de regio, wat voor mij laat zien hoe klimaataspecten direct van invloed kunnen zijn op veiligheidssituaties.

Je kunt je voorstellen dat als de droogte toeneemt dit soort spanningen ook gaan toenemen. Dat is precies wat we zien in Noord-Afrika, Sudan, Mali en nog veel andere kwetsbare landen die nu getroffen worden door klimaatverandering. In die zin is klimaatverandering een soort aanjager van conflicten. Deze conflicten hebben natuurlijk vele oorzaken, maar klimaatverandering versnelt dat.

Droogte zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen minder makkelijk hun familie kunnen onderhouden en dat ze moeten wegtrekken uit hun geboortestreek naar andere streken toe, wat vervolgens daar weer spanningen geeft. Aangezien dit allemaal aan de randen van Europa plaatsvindt zal het de veiligheidsomgeving van Europa drastisch gaan beïnvloeden. Het leidt tot toenemende migratiestromen, toenemend extremisme en toenemende conflicten in die regio’s. Ook gaat het hier niet alleen om binnenlanden, aangezien het ook tussenlanden kunnen zijn. Om deze reden is het absoluut iets waar ook de defensies van deze wereld zich veel indringender over moeten gaan buigen. Dit is ook nog maar één dimensie, omdat hiernaast nog een hele rampenbestrijdingskant plaatsvindt. Zo is er bijvoorbeeld Sint-Maarten waarbij we zelf hebben ondervonden dat een compleet eiland bijna wordt weggevaagd. Civiele diensten kunnen daar per definitie niet mee omgaan omdat ze zelf ook getroffen zijn en dus niet over de capaciteit beschikken. Al snel wordt er dan een beroep gedaan op defensie, dus ik denk dat we in de toekomst ook een veel grotere inspanning vanuit defensie zullen krijgen om te helpen in het oplossen van dit soort natuurrampen.”

De meeste voorbeelden die je net noemde zijn in het buitenland, maar voorzie je ook gevolgen die kan hebben voor onze binnenlandse veiligheid?

“Nee, ik denk dat de meeste gevolgen indirect zullen zijn. Nederland zit natuurlijk in een luxe positie: klimaatverandering raakt ons maar beperkt aangezien temperatuurstijging in Nederland niet zo erg is. De zeespiegelstijging is natuurlijk wel een serieuze zaak, maar wij hebben geld om deltawerken te bouwen. Toch krijgt ook Nederland te maken met meer uitdroging, maar daar heb je defensie niet voor nodig aangezien dit geen extreme situaties zijn.

Voor ons is het dus vooral een indirecte kwestie. Wij zijn natuurlijk een handelsland aangezien we volledig afhankelijk zijn van de handel met landen uit Azië waar de basisproducten vandaan komen die wij nodig hebben voor onze economie. Dat wil zeggen dat als klimaatverandering een negatief effect gaat hebben in Noord-Afrika, het Midden-Oosten of Zuidoost-Azië, dat ook direct een effect heeft op Nederland. Veiligheidsproblemen in die regio’s zijn dus ook onze veiligheidsproblemen. Dit staat dan nog even los van de migratiestromen die kunnen ontstaan richting Europa, toenemende georganiseerde criminaliteit, en mensen-, wapen- en drugssmokkel. Al dit soort effecten ga je meer zien en klimaatverandering maakt dat alleen maar makkelijker.”

Als u morgen een internationale maatregel in zou mogen voeren om de veiligheidsrisico’s van klimaatverandering te kunnen beperken, wat zou dat dan precies inhouden?

“Ik denk dat het vraagt om een veelheid van maatregelen, maar het vraagt er sowieso om dat we het breed op de veiligheidsagenda’s agenderen. Eigenlijk moeten we onze veiligheidssectors ‘klimaat-proof’ maken en tot nu toe heeft de veiligheidssector daar gewoon helemaal geen oog voor. Als je de Nederlandse Defensienota’s bekijkt wordt het klimaat geen een keer genoemd, terwijl als je je realiseert dat dit zo’n grote invloed heeft op jouw veiligheidsomgeving, dan moet je je daarop voorbereiden. Als je nagaat dat alle militairen onder alle soorten klimaatomstandigheden moeten kunnen opereren, dan stelt dat dus eisen aan jouw training; dan stelt dat eisen aan het materiaal dat ze moeten hebben en daar moet je rekening mee houden. Dat doen we nu niet of nauwelijks. In die zin vind ik het echt nog een stiefkindje en moet het gewoon internationaal, met name door de NAVO en de EU, geagendeerd worden en dan gaan landen vanzelf meebewegen.”

Hoe doe je dat, het ‘klimaat-proof’ maken van de veiligheid?

“Het klimaatbestendig maken van de veiligheid doe je op verschillende niveaus. Dat doe je gewoon op het niveau van de soldaat met het materiaal wat hij of zij heeft, wat natuurlijk onder alle omstandigheden moet kunnen werken. Op nationaal niveau doe je dit via de rampenplannen. Zijn die bijvoorbeeld al berekend op de zeespiegelstijging die we nu kunnen verwachten volgens het laatste IPCC-rapport? Ik denk dat we dat moeten herijken en weer om de tekentafel moeten gaan zitten met alle kennis die we nu hebben. Als je nagaat dat klimaatverandering de meeste impact gaat hebben in die hele ring van instabiliteit rond Europa waar we nu al last van hebben en waar het gros van onze militaire inzet al is, dan zou je ook als Europa en NAVO je plannen daar meer op moeten gaan richten. Het is natuurlijk niet alleen een defensie-inspanning, aangezien het ook gaat over ontwikkelingssamenwerking, economische inspanningen, diplomatieke inspanningen, maar ook hierin kan defensie een rol spelen. Je zou eigenlijk over de volle breedte van je vermogens moeten gaan kijken naar wat wij kunnen doen om de landen om ons heen weerbaarder te maken, zodat wij allemaal minder te maken krijgen met de negatieve uitstralingseffecten als klimaatverandering daar toeslaat.”

Defensie zelf heeft natuurlijk ook een impact op klimaat, bijvoorbeeld door het reizen. Is er in het boek aandacht voor de klimaattransitie binnen defensie?

“Ja, zeker. Ik denk dat defensie een soort platform voor innovatie kan zijn; ook voor groene technologieën. Defensie is een van de grootste brandstofverbruikers van het land en daarom hebben wij dus een verantwoordelijkheid als het gaat om emissiereductie. Daarnaast heeft defensie er ook een belang bij: op het moment dat wij bijvoorbeeld naar Mali gaan, bouwen we daar een kamp van waaruit we gaan werken en dan hebben we behoefte aan water. Dan boren we gaten in de grond voor waterputten om water uit de grond te halen. Dat doet de VN ook en die zitten daar met tienduizenden mensen, die hebben echt van die supercans. Het gevolg daarvan is dat het grondwaterpeil zakt en dat daardoor de dorpen in de omgeving te maken krijgen met uitgedroogde waterputten. Dus eigenlijk alleen al door je presentie heb je een negatieve impact terwijl je een positieve impact wil en moet hebben. Dat dwingt dus al tot kijken naar hoe de ecologische voetprint kan worden verminderd. De landmacht is nu binnen Nederland een Fieldlab Smartbase aan het bouwen en het doel hiervan is om te kijken hoe een compound gebouwd kan worden die helemaal zelfvoorzienend is. Het is heel interessant: de provincie doet er ook aan mee want een compound kan ook een dorp, wijk of stad zijn.”

Dus eigenlijk valt het onder circulaire gebiedsontwikkeling?

“Je kan daar eigenlijk dezelfde civiele technologieën gaan uitproberen. Ook kan je gaan kijken of zelfvoorzienend worden mogelijk is als het gaat om energie, water, wateropwekking, waterhergebruik, voedselproductie en circulair gebruik van materialen. Dus wij hebben daar een soort compound gemaakt en we nodigen universiteiten, bedrijven en denktanks allemaal uit om hun ideeën uit te proberen. Dat leidt tot nieuwe concepten en samenwerkingen, en maakt defensie tot een platform voor vernieuwing. Dit helpt, want de technologieën die worden ontwikkeld in een compound kan defensie ook zelf gebruiken bij de missies. Daardoor kan je dus zowel je ecologische voetprint als de kosten van missies verminderen, aangezien de logistieke aanvoer over duizenden kilometers met vliegtuigen, schepen en konvooien de grootste kostenpost is van iedere missie. Het is ook gelijk de grootste kwetsbaarheid, want die konvooien moeten allemaal door gevaarlijke gebieden rijden en dus allemaal beschermd worden, wat heel veel mens en capaciteit kost. Er is echter ook een operationeel belang bij groene technologie en dat houden we defensie voor, want zij zien vergroening vaak als een bedreiging, bijvoorbeeld door een potentieel reisverbod waardoor ze hun werk niet meer goed kunnen doen. Ik probeer dit juist om te draaien door de kansen van groene technologieën te benadrukken en hoe die de efficiëntie van hun werkzaamheden kunnen bevorderen.”

Die mitigatie kan er dan ook weer aan bijdragen dat al die veiligheidsrisico's misschien iets minder heftig worden. Dat is dan een soort vicieuze cirkel waarbij het in ieders belang is dat dat soort innovaties gebeuren.

“Ja, daar kunnen hele nieuwe ecosystemen ontstaan, met bijvoorbeeld lokale autoriteiten en allerlei techbedrijven die heel vruchtbaar kunnen zijn. Ik denk dat je dat vervolgens weer kan gebruiken als een ontwikkelingstool. Als wij daar goedkope, mobiele technologieën kunnen ontwikkelen die ons helpen om meer zelfvoorzienend te zijn, dan kan je die technologieën ook via ontwikkelingskanalen in diezelfde dorpen brengen waar wij actief zijn.

Ter illustratie, Ad Verhegge is een een social innovator die mij benaderde: ‘Generaal, ik heb een hele mooie uitvinding waarbij ik water uit de woestijnlucht wil halen.’ Ik heb hem toen uitgenodigd om in een vliegtuig naar Mali te stappen zodat hij daar zijn uitvinding kon uitproberen en dat heeft ‘ie gedaan. Gewoon een tafelkoelkastje met één zonnepaneeltje om te kijken of hij daar water uit woestijnlucht kan halen. En het is hem gelukt, alleen was het ongeveer één glas per dag wat bijna net zo snel verdampt als dat je het opwekt. Toch werkte het principe van zijn uitvinding waarmee hij verder is gegaan met steun van defensie. Zo heeft hij onlangs een apparaat opgeleverd aan defensie in het kader van de Fieldlab Smartbase dat in staat is zo rond de dertig liter water per dag uit de lucht te halen. Denk je eens in wat de impact van zo’n uitvinding kan zijn. Als we hier bedrijven voor kunnen vinden die dit gaan produceren – en die gaan er absoluut komen – en je kan dit gaan introduceren in heel Noord-Afrika, het Midden-Oosten, in al die dorpjes die nu dreigen droog te vallen. Het is gewoon goedkope technologie maar dan kan je wel voorkomen dat die mensen gaan migreren. Dat is een enorme gamechanger, want daarmee is een groot deel van het probleem gemitigeerd en opgelost. Ik vind dit een heel praktisch voorbeeld van hoe je door defensie als een platform voor innovatie te gebruiken ook kan bijdragen aan het oplossen van een veel bredere problematiek.”

Behalve de innovatie van de technologie, ziet u dan ook een rol voor defensie weggelegd om het maatschappelijk draagvlak te vergroten voor meer actie tegen klimaatverandering?

“Niet zo zeer een rol omdat het meer een indirect effect heeft. Ik heb dit zelf gemerkt toen ik dat podium betrad en men gewoon heel erg verbaasd was dat iemand uit defensie, de hoogste militair van Nederland, zich daar druk over maakte. Maar ik merkte ook in Nederland dat het mensen wel aan het denken zette doordat ik dit vanuit een veiligheidshoek adresseerde. Het was tot 2017 vooral een GroenLinks-thema, maar vanaf toen werd het toch een thema bij de regering door het regeerakkoord dat een jaar later werd geschreven. Zo kan je door vanuit een veiligheidshoek te wijzen op het belang van klimaatverandering tegengaan een soort bruggenbouwer zijn naar partijen die zich daar tot nu toe weinig druk om hebben gemaakt.

Ik ben nu in contact met de Engelsen die de Klimaattop gaan organiseren (de COP van afgelopen november, red.) en ik heb daar ook onze diensten aangeboden, juist vanuit deze filosofie. Wij kunnen door ons veiligheidsperspectief landen helpen om ze wél aan de tafel van de Klimaattop te krijgen. Dat zijn wel landen waar de militair een heel andere status heeft, dus dat maakt hen ook gevoelig voor veiligheidsargumenten en niet voor klimaatargumenten. Door die veiligheidsargumenten dus te gebruiken kan dat klimaatthema ineens voor die landen toch ook interessant worden.”

Wie moet het boek lezen?

“Ik denk verschillende groeperingen: het is in eerste instantie een Nederlands boek, maar ik heb wel zo geschreven dat het een wereldwijde blik geeft. Als het aanslaat is het ook de bedoeling om het in het Engels te vertalen en het breder te gaan uitgeven. Het is enerzijds bedoeld voor mensen die in de veiligheidssector werken en voor beleidsmensen die over veiligheid gaan om ze bewuster te maken dat dit voor hen relevant is en dat zij er iets aan kunnen doen. Ook is het boek voor de gemiddelde burger zodat ook zij vanuit een veiligheidsoptiek horen waarom klimaatverandering belangrijk is en hoe het hen via veiligheidslijnen kan raken.

We hebben geprobeerd echt een heel praktisch boek te maken waarin aspecten van klimaatverandering vooral worden benaderd vanuit praktische voorbeelden die ik of anderen zelf hebben ervaren. Zo probeer ik door het boek heen een vrij compleet beeld te schetsen, maar vooral vanuit praktijkvoorbeelden en dus weinig wetenschappelijk. We gebruiken eigenlijk al het wetenschappelijke onderzoek als basis voor het boek, maar we gaan het niet herkauwen en proberen meer vanuit de praktijk het te visualiseren op de verschillende vormen van veiligheid.”

Benieuwd?

Bekijk Klimaatgeneraal in onze Bookshop.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter