Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Een 'energievastrecht' om energiearmoede te lijf te gaan

De een na de andere studie over netcongestie komt uit en krijgt veel aandacht in de media. De studies gaan over de verduurzaming van de industrie, de te geringe vraag naar elektriciteit, de afnemende belangstelling van investeerders voor wind-op-zee, de effectiviteit van subsidies voor warmtepompen en energiearmoede. Opvallend is de recente oproep om na te denken over het laten oplopen van de staatschuld om de energietransitie te ondersteunen. Al met al een mooie aanleiding om ‘out-of-the-box’ te gaan denken over de financiering van de energietransitie.

20 June 2025

Het recente Interdepartementaal Beleidsonderzoek Schakelen naar de toekomst: IBO Bekostiging Elektriciteitsinfrastructuur beschrijft keurig wanneer er sprake is van energiearmoede, maar besteedt geen aandacht aan de opbouw van de kosten van energie. Dat is een politieke keuze. In een ander rapport legt TNO een helder verband tussen een laag inkomen en een hoge energierekening als gevolg van bijvoorbeeld de slechte kwaliteit van een huis. Ook die redenering is onvolledig. De onderdelen van de TNO-vergelijking (inkomen en kosten) vragen om een nadere beschouwing. In dit artikel stel ik de relatie tussen de kosten voor elektriciteit en warmte centraal, want gas is op langere termijn geen onderdeel meer van onze energiemix.

De energierekening nu en richting 2040

In Nederland betaalt iedereen ongeveer evenveel voor de kosten van elektriciteit (en gas), maar leidt de aanleg van warmtenetten tot een fors verschil. De kosten voor elektriciteit worden gesocialiseerd en daardoor dragen we daar in redelijk gelijke mate aan bij. Voor warmte geldt dit niet, de kosten voor warmtenetten worden lokaal verwerkt in losse business cases.

Bij het opstellen van het Klimaatakkoord is dat aan de orde gesteld, maar de toenmalige minister was van mening dat dit aan ‘de markt’ kon worden overgelaten. Inmiddels weten we dat die markt hier geen brood in ziet (high risk en low profit) en daarom moeten warmtenetten misschien als nutsfunctie worden georganiseerd. Het high-risk-uitgangspunt wordt beïnvloed door de opt-out (mensen in een ‘warmtewijk’ hoeven niet verplicht aan te sluiten). De bepaling in de Wet collectieve warmte (Wcw) dat de markt wel mag investeren, maar dat een warmtebedrijf publiek moet zijn (minimaal 51 procent), heeft geleid tot een groot aantal initiatieven om gemeentelijke warmtebedrijven op te richten. Dat is voor veel gemeenten een heikele opgave, waarmee ze zich op glad ijs begeven. Het debacle in de Rotterdam liet die gemeente bijvoorbeeld achter met kosten van 200 miljoen euro, zonder dat het eigen warmtebedrijf van de grond kwam.

Met Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wcw (als die aangenomen wordt) krijgen gemeenten de ruimte om aan te wijzen waar een warmtewijk de laagste maatschappelijk kosten met zich meebrengt. De bewoners krijgen dan een aansluiting op het warmtenet en daarmee ook een extra vastrecht, ongeveer 850 euro. Bewoners met een eigen warmtepomp behouden hun oude vastrecht, omdat in bijna alle gevallen geen zwaardere aansluiting nodig is. Dat is echter alleen een voordeel voor de kortere termijn, want door de toenemende elektrificatie zal dit vastrecht ook gaan stijgen, waarbij bedragen van 50 tot 100 euro per jaar worden genoemd. In beide gevallen, warmtewijk of all electric, komen hier de gebruikskosten nog bij. Die zijn beïnvloedbaar. In mijn eigen goed geïsoleerde woning in onze warmtewijk betaal ik naast het vastrecht 300 euro aan warmte, maar in een kwalitatief slechte woning kan dat bedrag fors oplopen. De kosten voor de verzwaring van het elektriciteitsnet worden door alle Nederlanders gedeeld. De ‘selecte groep’ (op termijn 2 à 3 miljoen) Nederlanders die wordt aangesloten op een warmtenet moet het tweede vastrecht aan het lokale warmtebedrijf betalen. Er ontstaan significante verschillen, de kosten van warmtenetten worden beïnvloed door de bronnen. Sommige mensen krijgen ‘gratis’ warmte (restwarmte), anderen moeten stevig investeren (geothermie).

Kan het ook anders? Natuurlijk, maar ons land heeft nu aparte wetten voor warmte en elektriciteit, waardoor deze niet allebei als ‘energie’ worden beschouwd. Voor bewoners maakt het niet uit, die willen een comfortabel huis en een warme douche. Welke energie daarvoor wordt gebruikt, is ze om het even, zolang ze de rekening maar kunnen betalen.

Omdat warmtebedrijven en netbeheerders gescheiden opereren (wat wettelijk nu zo moet), kunnen netbeheerders die een warmtebedrijf ‘ernaast’ beginnen dit probleem niet oplossen. Ze kunnen de kosten voor warmte niet socialiseren en kunnen bewoners niet één energievastrecht aanbieden. Dat leidt tot ongelijkheid tussen bewoners.

Als we de sector waarin warmtebedrijven nu ontstaan zouden laten fuseren met de netbeheerders, kunnen deze wel toewerken naar een vastrecht voor hun verzorgingsgebied (los van wat daarvoor wettelijk geregeld moet worden). Is dit een oplossing voor armoede veroorzaakt door een hoge energierekening? Nee, natuurlijk niet.

De kosten die we anno 2025 voor onze energie betalen, zijn substantieel hoger dan vijf jaar geleden. Geen Gronings en Russisch gas, maar duur LNG uit de VS en Quatar, circa 200 miljard euro aan investeringen in netverzwaring en de aanleg van warmtenetten maken dat we in een nieuwe werkelijkheid leven. Kenmerken daarvan zijn een hogere inflatie, tijdelijke maatregelen als een energieplafond, een fonds om mensen die kopje onder gaan uit de kou te helpen, een warmtefonds voor goedkope leningen, een Nationaal Isolatieprogramma en nog zo’n honderd andere nationale, regionale en lokale subsidies. Heel Nederlands: een breed systeem waarin we veel geld (en uitvoeringskosten!) steken en vele miljarden belastinggeld rondpompen. Macro-economisch gezien voegt deze inzet weinig toe. De effecten ervan werken elkaar soms tegen (warmtepompen subsidiëren en daarmee warmtenetten mogelijk onrendabel maken) en de ingewikkelde subsidiesystemen vragen veel ambtelijke capaciteit.

Door warmtebedrijven en netbeheerders samen te voegen en de kosten voor energie te socialiseren, zouden we een deel van dit systeem overbodig maken. Energie beschouwen als een basisvoorziening, als een grondrecht maakt het mogelijk de kosten hiervan te fiscaliseren. Het hoge (en stijgende) energievastrecht kan dan worden afgetopt tot een redelijk niveau en uit de algemene middelen worden betaald. Wanneer de rijksoverheid en de politiek dit te ingewikkeld vinden, dan kunnen gemeenten onderzoeken hoe ze het bij de inrichting van een eigen warmtebedrijf kunnen uitvoeren en de fiscalisering realiseren door de waardering onroerende zaken (WOZ) te verhogen. Dat zou behoorlijk suboptimaal zijn, maar het kan wel. De integrale prijs van energie wordt hoger en we willen in ons beschaafde land het dilemma eat or heat vermijden. Daarom is actie nodig van de regering en de politiek.


Samengevat

  • Beschouw elektriciteit en warmte beide als ‘energie’.
  • Maak wetgeving waarin netbeheerders ook warmtebedrijven kunnen oprichten en exploiteren en voorkom daarmee dat te veel kleine gemeenten zelf een warmtebedrijf opzetten.
  • Socialiseer de kosten voor warmtenetten op dezelfde manier als die voor elektriciteitsnetten.
  • Voeg deze kosten samen en creëer voor alle bewoners van
  • Nederland een ‘energievastrecht’.
  • Vervolg de politieke discussie over wat de hoogte kan zijn van dat energievastrecht in het licht van de staatschuld, armoede en de kwaliteit van woningen.

Tot slot

Het bovenstaande is een simplificatie van de ingewikkelde werkelijkheid. Maar als we hiermee aan de slag gaan, dan lossen we misschien een typisch Nederlands systeem van rondpompen van geld op. Dat zou ten goede komen aan het oplossen van de armoedeproblematiek in ons land, die mede wordt veroorzaakt door de kosten voor energie.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.