Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Energiebedrijven en klimaatdoelen: hoe kunnen woorden omgezet worden in daden?

Sinds het Parijs Klimaatakkoord bestaat er universele consensus onder Staten dat de uitstoot van broeikasgassen drastisch omlaag moet. Maar bestaat deze consensus ook onder grote bedrijven, zoals energiebedrijf RWE en olieconcern Shell? Beide zeggen de doelstellingen uit het Parijs-akkoord te onderschrijven en hebben talloze richtlijnen ter voorkoming van milieu- en klimaatschade ondertekend. In de praktijk ligt het beleid en handelen van grote bedrijven echter niet altijd in lijn met deze richtlijnen en klimaatdoelstellingen. In hoeverre kan erop vertrouwd worden dat de klimaatdoelen van 2030 en 2050 worden gehaald als bedrijven naar eigen inzicht kunnen handelen? De overheid kan hier sturing aan geven, maar ook aandeelhouders kunnen een belangrijke rol spelen bij het afdwingbaar maken van het klimaatbeleid van multinationals. En dit is nog hard nodig, zo stellen Hans van Ees (hoogleraar corporate governance en instituties RUG) en Mark van Baal (oprichter Follow This).

14 april 2021

Achtergrond

Onlangs kwamen RWE en Shell in het nieuws omdat beide verwikkeld zijn in een klimaatrechtszaak. Milieudefensie klaagt Shell aan om het olieconcern tot een duurzamer beleid te bewegen. Hoewel ondernemingen juridisch niet aan internationale verdragen zoals het Akkoord van Parijs zijn gebonden, kunnen ze wel aansprakelijk worden gesteld voor gevaarzetting onder Nederlands recht. Of de klimaatschade die Shell door zijn CO2-uitstoot veroorzaakt inderdaad onder gevaarzetting valt is nog onduidelijk; de rechter doet eind mei uitspraak.

Ondertussen eist het Duitse bedrijf RWE schadevergoeding van de Nederlandse overheid vanwege de verplichte sluiting van hun kolencentrale in Groningen in 2030.(1) Het energiebedrijf beroept zich op het Energy Charter Treaty (ECT), een verdrag uit de jaren 90 dat in het leven is geroepen om de internationale energie-handel te bevorderen. Het verdrag biedt investeerders een sterke bescherming tegen inmenging van de overheid.(2) Het lijkt een winst voor RWE, maar een stap terug in de ontwikkeling van effectief klimaatbeleid.

Shell heeft richtlijnen ter voorkoming van klimaatschade ondertekend, maar voert desalniettemin een beleid dat mogelijk tot gevaarzetting leidt. RWE stelt de klimaatdoelen te onderschrijven, maar eist schadevergoeding voor het sluiten van hun kolencentrale. Hoe kan het dat beleid en uitvoering niet overeenkomen? En kunnen deze bedrijven worden aangesproken op het niet-naleven van hun doelstellingen?

Governance (Codes)

De interne regelingen betreffende het bestuur en toezicht van bedrijven worden ook wel ‘corporate governance’ genoemd. Hoewel corporate governance lange tijd vooral betrekking had op de inrichting van een bedrijf en de verhoudingen tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de aandeelhouders, heeft het de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker een maatschappelijke dimensie gekregen; good governance. Zo besteedt De Nederlandse Corporate Governance Code, onder andere van toepassing op Shell, aandacht aan het milieu en de bredere sociale impact van bedrijfsactiviteiten middels het begrip lange termijn waardecreatie.(3) Het bestuur van een bedrijf moet bij het vormgeven van de strategie voor lange termijn waardecreatie namelijk ook kijken naar belangen van externe stakeholders.(4)

Hoogleraar corporate governance Hans van Ees stelt dat er momenteel een verschuiving plaatsvindt in de definitie van waarde: “van origine werd dit alleen in economische zin uitgedrukt maar er is een beweging gaande richting een breder waardebegrip. Die beweging zegt: wat aan waarde wordt gecreëerd, mag niet leiden tot vernietiging van waarde”. Waarde zou in die zin dus ook kunnen slaan op het milieu.

Het Duitse equivalent – de Deutscher Corporate Governance Kodex (5) – is van toepassing op RWE en benoemt net als de Nederlandse code niet expliciet het klimaat. Overigens stelt de Six Chairs Group (voorzitters van de corporate governance monitoring commissies uit Duitsland, Frankrijk, Nederland, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) dat de codes voortbouwen op de duurzaamheid van een bedrijf: “Good corporate governance betekent dat bedrijven op een duurzame, verantwoorde manier en zo efficiënt mogelijk gerund worden ten behoeve van hun shareholders”, aldus de groep.(6)

Alhoewel het waardebegrip steeds belangrijker wordt, leggen zowel de Nederlandse als de Duitse Code nog geen rechtstreekse plicht op aan bedrijven om rekening te houden met het klimaat.

Internationale richtlijnen

Naast de juridisch bindende nationale codes onderschrijven RWE en Shell in hun interne governancebeleid ook verschillende internationale richtlijnen, zoals de OESO-richtlijnen voor Multinationale ondernemingen en de Guiding Principles on Business & Human Rights van de Verenigde Naties. Verder is het VN Global Compact (2000) noemenswaardig, waarin bedrijven, de VN en maatschappelijke organisaties beginselen hebben opgesteld over onder andere duurzaamheid. Shell stond zelfs aan de wieg van dit initiatief en ook RWE heeft het in 2004 ondertekend.

Ook Milieudefensie refereert in haar dagvaarding tegen Shell aan deze drie internationale teksten en stelt dat hoewel deze teksten onder international soft-law vallen, er niettemin sprake is van een maatschappelijke zorgplicht voor bedrijven die hieruit te herleiden valt. Ook speelt het feit dat Shell de internationale richtlijnen heeft omarmd en zich publiekelijk aan de principes heeft gecommitteerd, een belangrijke rol.(7)

Purpose washing

Een grote valkuil van deze internationale teksten is de vrijblijvendheid. Bedrijven presenteren zich als ‘groen’ maar in praktijk blijft het vaak bij mooie woorden. Bij een bezoek aan de websites van RWE en Shell stralen de windmolens en klimaatdoelen je tegemoet. Ben van Beurden (CEO) noemde het energiebeleid van Shell zelfs bijna activistisch in een interview met de Volkskrant(8) en zei dat Shell door collega’s ‘de ngo uit Europa’ wordt genoemd. De directeur van RWE, Roger Miesen, benadrukte in een hoorzitting in de Tweede Kamer ook dat het bedrijf de doelen uit het Parijs-klimaatakkoord volledig onderschrijft.(9)

Bedrijven die door hun bedrijfsvoering een bijdrage willen leveren aan duurzame doelen zijn purpose driven. Als Shell zich bijvoorbeeld presenteert als een bedrijf met als maatschappelijke doelstelling het faciliteren en leiden van de energietransitie,(10) maar concrete acties juist het tegendeel uitwijzen, zouden we dit volgens van Ees greenwashing of purpose-washing kunnen noemen: de praktijk waarbij groene doelen worden gebruikt voor een groen imago, maar de in dit geval vervuilende activiteiten buiten beeld blijven.

Investeringen in windmolens zijn mooi, maar voor de klimaatdoelen maken investeringen in duurzame energie weinig verschil als de olie- en gasproductie niet indamt. Volgens Mark van Baal, oprichter van Follow This – een vereniging van groene aandeelhouders die oliebedrijven wil bewegen tot Paris-aligned klimaatbeleid – zijn de klimaatdoelen daar niet mee geholpen.
Dankzij Follow This, en andere grote beleggers die voor hun resoluties stemden, heeft Shell sinds kort als doel gesteld om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Van Baal: “Dat is echt een grote belofte en weer een hele grote stap voorwaarts. Daar moeten we even heel kort applaus voor geven en dan meteen zeggen: het is nog niet genoeg.” Het doel van CO2-neutraal worden voor 2050 is namelijk om de aarde niet meer dan 1,5 à 2 graden te laten opwarmen. Alleen dan kunnen de dramatische gevolgen van klimaatverandering voorkomen worden. Om dat te realiseren moet er nu al actie ondernomen worden, want op het huidige niveau wordt 1,5 graden opwarming waarschijnlijk al tussen 2030 en 2050 gehaald.(11)

Ook in een recent gepubliceerd onderzoek van Climate Action 100+ scoren zowel Shell als RWE nog onvoldoende op hun klimaatbeleid, voornamelijk vanwege de doelen op de korte en middellange termijn.(12) Shell is dus nog niet helemaal ‘Paris-aligned’ terwijl ze zich wel graag zo profileren, hetzelfde geldt voor RWE. Zowel van Ees als van Baal zijn het er mee eens dat dit misleidend is richting aandeelhouders, stakeholders en de maatschappij. Het is purpose-washing. Maar wat is hiertegen te doen? Om bedrijven te binden aan hun eigen voornemens is er verandering nodig. Vanuit de overheid, of vanuit de aandeelhouders.

Van vrij spel naar sterkere overheid

De hierboven besproken ontwikkelingen zijn niet alleen te wijten aan de bedrijven zelf, maar ook aan het feit dat sinds de jaren ’80 het streven naar marktconforme oplossingen voor publieke behoeften dominant is geweest. Private bedrijven stappen daarmee in het maatschappelijke gat dat de terugtredende overheid laat liggen. Daardoor hebben bedrijven veel invloed gekregen op het publieke domein en dat is volgens van Ees onwenselijk. “Private en publieke belangen gaan niet altijd gelijk op. Ik vind het daarom geen geruststellende gedachte dat de CEO van een groot bedrijf beslissingen over de inrichting van de samenleving kan nemen.” De laatste jaren is er echter een nieuwe ontwikkeling gaande. Volgens van Ees komt de sterke overheid terug, mede door Corona is dit in stroomversnelling geraakt. “Klimaatbeleid vraagt om een krachtige overheid die het voortouw neemt in de samenwerking met private partners.” Als deze ontwikkeling in wetgeving wordt omgezet komt er weer meer grip op bedrijfsvoering die aan het publieke domein raakt.

Op dit moment is er een initiatiefwetsvoorstel aanhangig in de Tweede Kamer met betrekking tot duurzaam ondernemen. Hierin wordt bepaald dat ondernemingen die internationaal handelen de plicht hebben om te voorkomen dat hun activiteiten nadelige gevolgen hebben voor het milieu binnen en buiten Nederland, dan wel om reeds ontstane gevolgen te beperken of ongedaan te maken.(13) In Duitsland ligt een vergelijkbaar wetsvoorstel klaar.(14) De wet beoogt boetes in te voeren voor bedrijven die onderdelen of materialen inkopen bij leveranciers die niet voldoen aan milieu-eisen. Tevens wordt er dit jaar een wetsvoorstel van de Europese Commissie verwacht die een vergelijkbare due diligence verplichting oplegt aan bedrijven.(15)

Een andere manier om bedrijven meer te binden aan hun eigen voornemens is via het ondernemingsrecht. In de statuten kan een corporate purpose die bestuurders en commissarissen verplicht om als verantwoordelijke vennootschap aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen worden opgenomen, zo betoogden 25 juristen recentelijk in een pleidooi.(16) Zo wordt voorkomen dat bedrijven zich kunnen voordoen als purpose driven en wordt de plicht rekening te houden met het klimaat afdwingbaar.

Rol aandeelhouders

Mark van Baal pakt het anders aan. Alhoewel hij vindt dat de overheid ook een belangrijke rol moet spelen, is er volgens hem geen tijd om te wachten op een top-down systeemverandering als het gaat om klimaatverandering. Zijn vereniging Follow This – die inmiddels uit ruim 6000 groene aandeelhouders bestaat - stelt zich actief op tijdens de aandeelhoudersvergadering en dient klimaatresoluties in waarin zij oliebedrijven oproept om Paris-aligned te worden. Op deze manier heeft Follow This al drie keer een grote verandering van het energiebeleid bij Shell en anderen (BP, Chevron, Equinor) weten te bewerkstelligen.(17) Half mei staat er weer een op de agenda; daarin wordt gesteld dat Shell bij het stellen van doelen rekening moet houden met emissies op de korte-, middellange- en lange termijn.(18) Van Baal: “De oliebedrijven hebben allemaal een belofte voor de lange termijn (2050), maar het besef dat ze structureel moeten veranderen op de middellange termijn (2030), dat is nog niet doorgedrongen.”

Transitie is in eigen belang

Het is een grote transitie waar bedrijven voor worden gesteld, maar het is deels aan henzelf te danken dat ze hier slechts kort de tijd voor hebben. Uit verschillende rapporten blijkt dat Shell al tientallen jaren op de hoogte was van het effect van broeikasgassen op het klimaat. Jarenlang heeft het bestuur ervoor gekozen hier niet naar te handelen, uit onderzoek is zelfs gebleken dat Shell klimaatontkenners betaalde om het tegenovergestelde te beweren.(19) Ook voor andere bedrijven geldt dat de effecten van CO2 op het klimaat al jarenlang bekend zijn. Energiebedrijven en oliemaatschappijen hebben al die tijd enorme winsten kunnen behalen dankzij de ongereguleerde uitstoot van CO2. Juist deze bedrijven hebben ook al jaren de middelen om een transitie te beginnen. Hadden ze dit jaren geleden gedaan, dan waren ze nu koploper geweest, in plaats van achterhaald.

Hoewel klimaatactivisten en bedrijven vaak tegenover elkaar laten te staan, is een klimaattransitie ook in het belang van de bedrijven zelf. Doen zij dit niet, dan bestaat een bedrijf als Shell over 20 jaar niet meer, stelt Van Ees. Langzaamaan zullen zij hun bestaansrecht verliezen in een wereld die om hen heen verandert.

Conclusie

Energiebedrijven zeggen veelal de klimaatdoelen te onderschrijven, maar in de praktijk blijkt dat er niet blindelings op vertrouwd kan worden dat zij deze zullen halen. Nationale governance codes en internationale richtlijnen strekken niet ver genoeg om bedrijven aan hun klimaatbeleid te binden. Een bedrijf dat CO2-neutraal wil zijn in 2050 is geen ngo of ‘bijna activistisch’, maar doet het minimale. Om de klimaatdoelen écht te halen zal er meer nodig zijn dan mooie woorden. In dit artikel zijn verschillende mogelijkheden besproken die moeten voorkomen dat bedrijven te vrij worden gelaten. Dankzij klimaatrechtszaken, nieuwe wetgeving, bewuste juristen en proactieve aandeelhouders zoals Mark van Baal worden bedrijven bij de les gehouden. Zo worden de mooie woorden van energiebedrijven daadwerkelijk omgezet in daden.

Voetnoten

  1. J. Leijten en E. van der Walle, ‘Energiebedrijf RWE denkt meer kans te maken op een Nederlandse schadevergoeding in Washington’, NRC Handelsblad, 5 februari 2021

  2. C. van de Wiel, ‘Hoe een oud verdrag de Europese klimaatambities flink kan dwarszitten’ NRC Handelsblad, 2 maart 2021

  3. Art. 1.1.1, Corporate Governance Code [2016]

  4. Corporate Governance Code, artikel 1.1.1 lid v, vi. \

  5. German Corporate Governance Code [2019].

  6. Common statement by the six chairs group, Quote uit het Engels vertaald.

  7. Dagvaarding Milieudefensie v Shell, p. 195-196.

  8. Martin Sommer ‘Shell-baas Ben van Beurden: ‘Als wij een boom willen planten, is dat al verkeerd’’ Volkskrant, 29 januari 2021

  9. Hoorzitting over het dagen van de Staat door RWE in verband met sluiting van kolencentrales, Tweede Kamer, 11 februari 2021.

  10. Shell, ‘Who We Are’: “Shell's purpose is to power progress together with more and cleaner energy solutions.”, geraadpleegd op 23/03/2021:

  11. IPCC, 2018: Summary for Policymakers. In: Global Warming of 1.5°C. [Masson-Delmotte, V., P. Zhai, H.-O. Pörtner, D. Roberts, J. Skea, P.R. Shukla, A. Pirani, W. Moufouma-Okia, C. Péan, R. Pidcock, S. Connors, J.B.R. Matthews, Y. Chen, X. Zhou, M.I. Gomis, E. Lonnoy, T. Maycock, M. Tignor, and T. Waterfield (eds.)].

  12. https://www.climateaction100.org/whos-involved/companies/

  13. Zie art. 1.2. Wet verantwoord en duurzaam ondernemen (Wetsvoorstel)

  14. https://www.bmas.de/DE/Service/Gesetze-und-Gesetzesvorhaben/gesetz-unternehmerische-sorgfaltspflichten-lieferketten.html

  15. https://responsiblebusinessconduct.eu/wp/2020/04/30/european-commission-promises-mandatory-due-diligence-legislation-in-2021/

  16. 25 hoogleraren ondernemingsrecht ‘Naar een zorgplicht voor bestuurders en commissarissen tot verantwoordelijke deelname aan het maatschappelijke verkeer’ , Ondernemingsrecht 2020/86.

  17. Follow This, Results of resolutions

  18. Resolution at 2021 AGM of Royal Dutch Shell plc, Filed by Follow This

  19. Jelmer Mommers, ‘#ShellKnew. In deze interne documenten kun je zelf lezen wat Shell sinds 1986 weet over klimaatverandering’, De Correspondent 5 april 2018.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter