Ozonwaarden voor de bescherming van de vegetatie liggen in Nederland ruim onder de vijf-jaargemiddelde richtwaarde, maar nog niet onder de jaargemiddelde richtwaarde voor de lange termijn. In 2021 was de gemiddelde ozonwaarde voor de bescherming van de vegetatie onder het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar.

Landbouwgewassen en natuurlijke vegetatie ondervinden nadelige gevolgen bij blootstelling aan ozon. Blootstelling van vegetatie aan ozon resulteert in bladbeschadiging wat resulteert in een lagere gewasopbrengst. Het effect van ozon op landbouwgewassen veroorzaakte in de EU in 2020 een economische schade van 11 miljard euro. Vanwege deze economische schade is voor de bescherming van vegetatie een richtwaarde voor ozon (O3) in lucht vastgesteld. De richtwaarde is uitgedrukt als een zogeheten AOT40, waarbij AOT40 staat voor Accumulated Ozone exposure over a Threshold of 40 ppb (= 80 µg/m3). Het is een voor vegetatie relevante maat om de blootstelling aan ozonconcentraties uit te drukken.
De AOT40 houdt rekening met zowel de mate van overschrijding van de drempelwaarde van 40 ppb (parts per billion) ozon als de tijdsduur (in uren) van de overschrijding. De berekening van de AOT40 vindt plaats op basis van ozonconcentraties in de drie maanden mei tot en met juli, voor het tijdvak van 8:00 tot 20:00 uur Midden-Europese Tijd. De EU heeft deze maanden gekozen omdat landbouwgewassen het meeste groeien tussen mei en juli. Er wordt hierbij gekeken naar de gemiddelde AOT40 op regionale stations. De Europese richtwaarde is 18.000 (µg/m3) x uur, gemiddeld over vijf jaar, waarbij er gemiddeld wordt over het betreffende jaar en de vier voorafgaande jaren. De EU heeft ook een langetermijndoelstelling van 6.000 (µg/m3) x uur vastgesteld. Deze wordt beoordeeld op jaarbasis. Er is geen termijn vastgesteld waarbinnen de EU-landen deze doelstelling moeten bereiken.
Gemiddeld over Nederland lag de op de regionale stations gemeten AOT40 in 2021 op een waarde van 6778 (µg/m3) x uur, zoals figuur 'Trend jaargemiddelde AOT40' weergeeft. Dit is de laagste waarde sinds 2018, maar wel hoger dan de langetermijndoelstelling van 6000 (µg/m3) x uur. De hoogste AOT40 werd berekend voor het meetstation bij Posterholt in Limburg, dicht bij de Duitse grens. Hier bedroeg de AOT40 in 2021 9258 (µg/m3) x uur. De vijf jaargemiddelde AOT40 in 2021 (berekend over 2017-2021) bedroeg gemiddeld over alle regionale meetstation 9132 (µg/m3) x uur; zie figuur 'Trend 5-jaargemiddelde AOT40'. Dit is lager dan de richtwaarde van 18000 (µg/m3) x uur. In het algemeen worden de hoogste AOT40 waarden berekend voor het zuidoosten van het land en laagste in het noordwesten.
Ten opzichte van de jaren negentig is de AOT40 sterk afgenomen. In het vijfjarig gemiddelde is dat goed zichtbaar. Deze afname is gestopt en sinds 2007 is de vijf-jaargemiddelde AOT40 redelijk stabiel met een uitschieter naar boven in 2018 en 2019 als gevolg van hoge jaargemiddelde ozonconcentraties in 2018. In 2009 werd de laagste AOT40 van 5799 (µg/m3) x uur gemeten. Het laagste gemiddelde over 5 jaar was over de jaren 2009-2013, met 6655 (µg/m3) x uur als gemiddelde AOT40.
Er zijn grote verschillen tussen jaren te zien. De oorzaak van deze grote jaarlijkse variatie in ozonconcentraties is vooral een verschil in weersomstandigheden. Tijdens warme dagen met weinig wind, veelal uit oostelijke of zuidelijke richting, zijn de omstandigheden gunstig voor ozonvorming. In jaren met veel zomerse dagen komen vaker hoge ozonconcentraties voor dan gedurende jaren met minder zomerse dagen. In de figuur "Trend jaargemiddelde AOT40'" zijn twee jaren met hoge AOT40 waarden zichtbaar namelijk 2006 en 2018. Dit waren beide jaren waarin het begin van de zomer zeer warm en zonnig was.
De ozonconcentratie gemeten in het landelijk meetnet luchtkwaliteit heeft geen invloed op de ozonlaag. De ozonlaag is een laag in de lucht op een hoogte tussen 15km en 50km boven zeeniveau met een verhoogde ozonconcentraties. In het landelijk meetnet worden de ozonconcentraties aan de grond op leefniveau gemeten. Omdat de onderste luchtlaag en hogere luchtlagen weinig worden gemixt heeft de vorming van ozon aan de grond nauwelijks effect op de ozonlaag hoog in de atmosfeer.
Figuur 1: Blootstelling vegetatie aan ozon, 5-jaars gemiddelde
Figuur 2: Blootstelling vegetatie aan ozon, 10-jaars gemiddelde
