Netbeheerders werken nauw samen met verschillende sectoren om ondanks de toenemende netdruk toch zoveel mogelijk aansluitingen te realiseren. Vaak kan er dan meer dan eerder gedacht. Volgens Jinny Moe Soe Let, Directeur Beleid en Communicatie bij Netbeheer Nederland, zijn de recente ontwikkelingen in laadinfrastructuur hier een mooi voorbeeld van: “Laadinfrastuctuur is essentieel in de verduurzaming van Nederland. Daarom zetten netbeheerders zich ook maximaal in om ook voor niet geprioriteerde partijen mogelijkheden maximaal uit te nutten.”

Het Nederlandse stroomnet raakt steeds voller. Netbeheerders investeren volop in uitbreiding, maar dat alleen is niet voldoende om aan de groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen. Vanaf 1 juli stoppen netbeheerders met het reserveren van capaciteit voor kleinverbruikaansluitingen. Vanaf dat moment komen ook kleinverbruikers en daarmee ook laadpalen in het geval van congestie op een wachtlijst. Het ACM-prioriteringskader bepaalt de volgorde waarin aanvragen in aanmerking komen voor transportcapaciteit. Afhankelijk van of een aanvrager prioritering kan aanvragen, moeten zij mogelijk jaren wachten tot transportcapaciteit kan worden geleverd.
Flexibel gebruik wordt de norm
De behoefte aan laadinfrastructuur blijft groeien. De schaarste op het stroomnet brengt duidelijke uitdagingen met zich mee. Jinny Moe Soe Let: “We zien afgelopen jaar veel veranderen voor transportverzoeken met de komst van het ACM-prioriteringskader en het stoppen van reserveren voor kleinverbruikers. De behoefte aan netverzwaringen blijft groeien en die groei is ook nodig. Tegelijkertijd moeten we duidelijk zijn over wat het volle stroomnet betekent. De netcapaciteit raakt op steeds meer plekken op. Ook het prioriteringskader creëert geen extra capaciteit, dat bepaalt hoe de beschikbare ruimte wordt verdeeld. Dat betekent dat partijen die laadinfra uitrollen in congestiegebieden rekening moeten houden met wachttijden.”
Met nieuw te ontwikkelen producten werken netbeheerders samen met de markt en overheden om een oplossing te vinden om deze trajecten tóch te helpen. Denk bijvoorbeeld aan flex-contracten waarbij laadpalen in daluren werken maar bijvoorbeeld ook bedrijven die een aansluiting kunnen krijgen omdat zij de stroompiek kunnen mijden.
Samen werken aan uitvoerbare oplossingen
Voor de uitrol van laadinfrastructuur werken de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en Netbeheer Nederland samen met overheden en marktpartijen aan oplossingen om de uitrol waar mogelijk door te laten gaan. Daarbij wordt onder andere gekeken naar generieke flexibele producten die ook voor laadinfrastructuur toepasbaar kunnen zijn. Deze aanpak is nog in ontwikkeling en wordt stap voor stap verder verkend, waarbij nog niet duidelijk is in hoeverre deze overal toepasbaar zal zijn.
Marieke Donkervoort, voorzitter NAL: “Nauwe samenwerking is daarbij essentieel. Plannen moeten aansluiten bij wat lokaal realistisch uitvoerbaar is, wat vraagt om bewuste keuzes in tempo, locatie en ontwerp. Niet alles kan overal en niet alles kan tegelijk, maar met slim en netbewust laden blijft op meer plekken ontwikkeling mogelijk.”
Duidelijkheid, realistisch plannen en tijdige afstemming zijn daarbij cruciaal, omdat de beschikbare capaciteit per regio sterk verschilt en dit direct invloed heeft op tempo en mogelijkheden. Door gezamenlijk op te trekken werken netbeheerders, de NAL, overheden en marktpartijen aan oplossingen die zowel uitvoerbaar als toekomstbestendig zijn. Slim en netbewust laden wordt daarbij steeds vaker een randvoorwaarde.
Marieke Donkervoort: “Nederland behoort tot de koplopers in Europa als het gaat om de beschikbaarheid van laadpunten. Dat geeft een sterke uitgangspositie om de groei gericht voort te zetten, ook als het tempo tijdelijk anders ligt. Willen we blijven bijdragen aan de duurzaamheidsopgave, dan moeten we blijven ontwikkelen én het stroomnet slimmer benutten. Zo blijft de uitrol van laadinfrastructuur ook in een vol energiesysteem op meer plekken mogelijk.”
