De onderzeese stroomkabels (interconnectoren) NorNed, COBRAcable en BritNed leverden samen al zo'n 2 miljard euro aan inkomsten op voor het Nederlandse elektriciteitssysteem. Tegelijkertijd wordt het netwerk met andere Europese landen verder uitgebreid met nieuwe verbindingen, zoals LionLink en het recent aangekondigde GriffinLink.

Interconnectoren zijn internationale stroomverbindingen waarmee landen elektriciteit uitwisselen. Zo importeert en exporteert Nederland elektriciteit van en naar Duitsland, België, Noorwegen, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Interconnectoren spelen een belangrijke rol in het betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam houden van het elektriciteitssysteem.
Nederland beschikt over negen interconnectoren: zes bovengrondse elektriciteitslijnen op land met Duitsland en België en drie onderzeese kabelverbindingen met de Noordzeelanden Noorwegen, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Samen vormen ze een belangrijk onderdeel van het Europese elektriciteitsnet.
Naast de voordelen voor leveringszekerheid en duurzaamheid leveren interconnectoren ook directe inkomsten op. Marktpartijen kunnen via veilingen transportcapaciteit op deze verbindingen reserveren om elektriciteit tussen landen te verhandelen.
De opbrengsten daarvan zijn aanzienlijk:
NorNed (Nederland – Noorwegen) 700 MW
COBRAcable (Nederland – Denemarken) 700 MW
BritNed (Nederland – Verenigd Koninkrijk) 1.000 MW
Deze opbrengsten komen terug naar ons elektriciteitssysteem. We investeren ermee in onderhoud en nieuwe stroomkabels, of zorgen voor lagere nettarieven voor eindgebruikers. Dit gebeurt onder toezicht van de ACM.
Om het elektriciteitssysteem verder te versterken, te verduurzamen en betaalbaar te houden, werken we aan nieuwe internationale verbindingen:
LionLink
Een belangrijk project is LionLink, een geplande elektriciteitsverbinding tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk die naar verwachting rond 2032 in gebruik wordt genomen. Met een capaciteit van 2 gigawatt (2.000 MW) wordt dit de grootste interconnector die we tot nu toe hebben ontwikkeld. LionLink is bovendien een ‘multi-purpose interconnector’: de verbinding koppelt een offshore windpark aan het net én verbindt tegelijkertijd twee landen met elkaar.
GriffinLink
Daarnaast kondigden we in januari van dit jaar het nieuwe project GriffinLink aan. Deze geplande verbinding tussen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk moet offshore windparken in de Noordzee direct koppelen aan beide elektriciteitsnetten. Met een capaciteit tot 2 gigawatt kan GriffinLink tussen 2030 en 2040 bijdragen aan een efficiëntere benutting van duurzame energie en een grotere Europese energiezekerheid.
Europa steeds sterker verbonden
Steeds meer analyses benadrukken het belang van internationale energieverbindingen. Zo concludeerde het Centraal Planbureau onlangs dat uitbreiding van grensoverschrijdende netcapaciteit essentieel is om hernieuwbare energie in Europa efficiënt te integreren en klimaatdoelen richting 2050 te halen.
