De staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei Jo-Annes de Bat heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over een aantal belangrijke onderwerpen op het gebied van het volle stroomnet. Een van de onderwerpen in deze brief is het zwaarder belasten van het stroomnet, een mogelijke oplossing om de druk op het volle stroomnet te verlichten.

In opdracht van het ministerie heeft expertisebureau DNV onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de hoog-, midden- en laagspanningsnetten zwaarder te belasten. In de brief van de staatsecretaris zijn de resultaten van dit onderzoek opgenomen. De resultaten van laten zien dat de netbeheerders, waaronder TenneT, dit potentieel al op grote schaal benutten.
Voor meerdere componenten in het net worden hogere belastinglimieten toegepast, seizoens- en temperatuurafhankelijke grenzen worden continu verfijnd waardoor meer elektriciteit kan worden getransporteerd. Diverse pilots waaronder bij TenneT zorgen er al voor dat het bestaande net zwaarder belast en daarmee beter benut wordt. Tegelijkertijd ziet DNV nog aanvullende mogelijkheden. Dit vraagt wel om nauwe samenwerking tussen de netbeheerders, de overheid en de ACM.
In het rapport wordt ook aandacht gegeven aan de impact van zwaarder belasten op elektromagnetische comptabiliteit (EMC). Het zwaarder belasten van componenten kan mogelijk impact hebben op de omgeving: we noemen dit elektromagnetische comptabiliteit. Denk dan aan de invloed op omliggende infrastructuur, zoals de bovenleidingen van het spoor en buizen met bijvoorbeeld water of gas. Dergelijke onderzoeken duren nu in de regel drie tot zes jaar. De staatssecretaris schrijft dat als eerder kan worden vastgesteld wat de impact van zwaarder belasten is, kunnen de limieten van componenten sneller worden verhoogd en kan TenneT sneller meer elektriciteit transporteren. Dit creëert niet alleen ruimte op het hoogspanningsnet van TenneT, maar werkt ook door naar de regionale netten.
DNV heeft ook de aanvullende mogelijkheden van de inzet van de reservestrook van het hoogspanningsnet onderzocht. De vraag daarbij is onder welke voorwaarden meer delen van de reservestrook van het hoogspanningsnet tijdelijk kunnen worden ingezet, met behoud van veiligheid en leveringszekerheid. De reservestrook is er immers niet voor niets; deze is nodig voor de leveringszekerheid van elektriciteit als er onderhoud wordt gepleegd of als er een stroomstoring is. Kortom: een groot deel van het potentieel wordt al benut, maar het volledig vrijgeven van de resterende ruimte vraagt een meerjarige inspanning en gezamenlijke besluitvorming, zo concludeert DNV. Daarbij zijn aanpassing van beleid, procedures en technische kaders essentieel om verdere versnelling mogelijk te maken.
Naast bovengenoemd rapport, heeft de staatssecretaris de Kamer geïnformeerd over de huidige stand van zaken in de Flevopolder, Gelderland en Utrecht. We hebben onlangs gewaarschuwd dat er krachtige interventies nodig zijn om een aansluitstop in deze regio te voorkomen.
Samen met regionale netbeheerders, provincies, gemeenten, het bedrijfsleven en het ministerie werkt TenneT hier aan een gerichte crisisaanpak waarin we gezamenlijk vol inzetten op het sneller realiseren van de benodigde projecten om het net uit te breiden en het effectueren van de al eerder ingezette noodmaatregelen die we met elkaar hebben opgesteld. We kijken lokaal naar wat er wél kan.
Maarten Abbenhuis, COO van TenneT, heeft voorafgaand aan het versturen van de Kamerbrief in een rondetafelgesprek bij de commissie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) een toelichting gegeven op hoe congestie de woningbouw in Nederland beïnvloedt. De kern van onze boodschap is dat congestie geen one-size-fits-all aanpak kent. Elke regio heeft een eigen demografische opbouw die om een eigen aanpak van de congestieproblematiek vraagt.
Gelijktijdig met de publicatie van de kamerbrief, heeft Netbeheer Nederland de Stand van de Uitvoering 2025 gepubliceerd. Hierin staat beschreven waar Nederland aan het eind van 2025 staat in de aanpak van netcongestie. Het biedt inzicht in de actuele wachtlijsten voor transportcapaciteit en laat zien hoe groot de urgentie is om met alle betrokkenen - van bouwers en installateurs tot bedrijven en consumenten - de energienetten uit te breiden en beter te benutten.
