Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0


Jarenlang verwarmden wij onze huizen hoofdzakelijk door middel van gas en elektriciteit. Warmte door warm water kent echter ook een lange geschiedenis in Nederland. Al in 1923 werd het eerste warmteproject in Utrecht gerealiseerd, en in de jaren 80 van de vorige eeuw namen warmteprojecten een grote vlucht (CE Delft, Warmtenetten in Nederland, Delft, oktober 2009). In het begin ging het vooral om warmte in de vorm van restwarmte. De afgelopen decennia zijn bodemenergiesystemen zoals warmte- en koudeopslag (WKO) sterk in opmars, in steeds efficiëntere en slimmere verschijningsvormen. Ook bronnen zoals (diepe) geothermie beginnen voet aan de grond te krijgen.

Warmtewet

De invoering van de Warmtewet in 2014 betekende een belangrijke stap in de regulering van warmtelevering aan consumenten en andere kleinverbruikers. Deze wet heeft het onderwerp warmte en de regels die wij als maatschappij daarvoor wenselijk achten definitief op de radar gezet.

Op 1 juli 2019 is de herziene Warmtewet in werking getreden. Een belangrijke wijziging is dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) meerdere tarieven gaat vaststellen die samenhangen met de levering van warmte. Verder vallen verhuurders en VvE’s die zelf warmte leveren, niet langer onder de Warmtewet.

Regulering warmte

Het onderwerp warmte wordt op vele fronten gereguleerd. Bijvoorbeeld door middel van maximumtarieven op grond van de Warmtewet, regels over servicekosten in de huur, over compensatie bij storingen, maar ook over de aanleg van leidingen en mijnbouwwetgeving over het winnen van bodemwarmte. En denk ook aan subsidiëring van warmteproductie, de aanbesteding van concessies voor warmtenetten en experimenteerbepalingen in verschillende wetten. Al met al een brede waaier aan regels. Deze regels zijn in veel gevallen onderhevig aan regelmatige wijzigingen.

Warmtewet 2.0

Convenanten en wetten zoals het Energieakkoord (2013), het Klimaatakkoord van Parijs (2015), het Nederlandse Klimaatakkoord (2019) en de Klimaatwet (2019) zijn belangrijke katalysators voor onderzoek naar en het gebruik van duurzame warmte. Een gevolg van deze afspraken is bijvoorbeeld dat iedere gemeente in 2021 een transitievisie warmte moet hebben opgesteld met daarin een tijdspad waarin wijken worden verduurzaamd. Dit leidt ertoe dat beleid rondom warmte vaak wordt bijgesteld: wat is de huidige stand van zaken?

De Warmtewet heeft nu als hoofddoel om consumenten te beschermen. Hiernaast is in 2020 de Wet collectieve warmtevoorziening opgesteld, ook wel de Warmtewet 2.0 genoemd, om het draagvlak voor het product warmte, het vertrouwen in de markt en de bereidheid om te investeren in duurzame collectieve warmte, te vergroten. Gemeenten hebben hier nog hun bedenkingen over: ze willen bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor plaatselijke regie.

De Wcw heeft vier kerndoelen. Ten eerste stelt de Wcw regels omtrent marktordening, waarbij het uitgangspunt is dat gemeenten de regie voeren over waar en wanneer een collectieve warmtevoorziening wordt gerealiseerd. Zo zullen gemeenten zogenaamde ‘warmtekavels’ moeten vaststellen en hiervoor voor bepaalde tijd een warmtebedrijf aanwijzen. Daarnaast schrijft het conceptwetsvoorstel regels voor over de tariefstelling (op kosten gebaseerd), CO₂-prestatienormen (de CO₂-uitstoot moet tot 2050 stapsgewijs gereduceerd worden tot (bijna) nul) en de leveringszekerheid. Zie ook het blog Vijf belangrijkste aanpassingen in het wetsvoorstel Wet collectieve warmtevoorziening.