Kleine warmtenetten kun je onderverdelen in mini-warmtenetten (2 tot 50 woningen) en kleinschalige warmtenetten (51 tot 1.500 woningen). De toepassingsmogelijkheden zijn veelzijdig en kleine warmtenetten zijn breed inzetbaar. In potentie zou je er miljoenen woningen mee kunnen verwarmen.
De mini-warmtenetten worden ook wel micro-warmtenetten, zeer kleinschalige warmtenetten of lokale warmtenetten genoemd. Het gaat om de schaal tussen de 2 en 50 woningen, bijvoorbeeld een straat, blok of pleintje. Op deze schaal nemen bewoners vaak het initiatief en is het proces kort en overzichtelijk. Belangrijk is wel dat vanaf 10 woningen stevige wettelijke eisen gelden, die gevolgen hebben voor hoe je het project organiseert.
Kleinschalige warmtenetten zijn warmtenetten op buurtniveau, ze worden daarom ook wel buurtwarmtenetten genoemd. Vanwege de grens in de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw) bakenen we dit schaalniveau af op 51 tot 1.500 woningen. De Wet collectieve warmte noemt systemen tot 1.500 aansluitingen ook wel ‘kleine collectieve warmtesystemen’. Daarboven – schaalniveau 3 – spreken we over grootschalige warmtenetten. Het is goed om rekening te houden met het eindbeeld van het betreffende warmtenet. Op dit moment zie je proeftuinprojecten die kleinschalig beginnen, maar van plan zijn om door te groeien naar een grootschalig warmtenet. Ze sorteren dan vaak al voor op de schaalvoordelen en benodigde organisatie voor een grootschaliger warmtenet. De aanbevelingen voor een kleinschalig of mini-warmtenet zijn vooral van toepassing als deze schaal ook het eindbeeld is.
Inmiddels zijn er diverse marktrijpe oplossingen voor mini-warmtenetten die zich hebben bewezen op verschillende locaties. Geschikte technieken zijn:
Bij kleinschalige warmtenetten zijn de toepassingsmogelijkheden veelzijdig en kunnen de initiatiefnemers deze aanpassen aan de specifieke behoeften van verschillende locaties, zoals woonwijken, bedrijventerreinen en kleinere dorpskernen. De belangrijkste warmtebronnen binnen dit spectrum zijn: WKO-systemen, aquathermie, zonthermie en zeer lokale restwarmtebronnen. Elk van deze bronnen draagt bij aan de duurzaamheid en efficiëntie van het warmtenet en biedt mogelijkheden voor maatwerkoplossingen:
Door gebruik te maken van een combinatie van deze warmtebronnen kun je kleinschalige warmtenetten flexibel en toekomstbestendig inrichten tot een modulair energiesysteem. De keuze voor bronnen hangt af van de lokale omstandigheden en vraag naar warmte. Zie ook Opschaalbaar ZLT-net.
Onderzoekers hebben nog niet gekeken naar de potentie van warmtenetten op verschillende schaalniveaus. Toch is er wel iets te zeggen over de toepassingsmogelijkheden. Voor alle type warmtenetten geldt dat de potentie afhangt van de dichtheid van de bebouwing en aanwezigheid van bepaalde type bronnen. In Nederland zijn er 6,3 miljoen rijwoningen en meergezinswoningen. Dat is de maximale potentie voor warmtenetten. Voor een deel hiervan is een grootschalig warmtenet de beste oplossing, met name waar hogetemperatuur – of middentemperatuur-bronnen aanwezig zijn. Planbureau voor de Leefomgeving stelt in een recente studie dat dit voor maximaal 30% van de bebouwde omgeving geldt. CE-Delft ziet daarnaast volop kansen voor zeerlagetemperatuur-warmtenetten in een kwart van de buurten. Daarbij hoort ook de groep van kleinere kernen en dorpen die sowieso aangewezen is op kleinschalige warmtenetten of individuele oplossingen.
Voor de mini-warmtenetten geldt dat de potentie in het bijzonder relevant is bij dichtere bebouwing waar geen (grootschalig) warmtenet is voorzien. De transitievisies warmte noemen een individuele warmtepomp een geschikte oplossing voor 3,5 miljoen woningen, waaronder ook veel buurten met rijtjeswoningen en appartementengebouwen. Zeker als bodemenergie breed beschikbaar is, ligt hier veel potentie voor mini-warmtenetten. Zonder nu exacte aantallen te benoemen, praat je in potentie zeker over miljoenen woningen.
