Menu

Filter op
content
Klimaatweb
0

Dilan Yeşilgöz, lijsttrekker VVD: "We hebben niet de luxe om bepaalde energiebronnen uit te sluiten

Dilan Yeşilgöz-Zegerius is de lijsttrekker van de VVD bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. De demissionair minister van Justitie en Veiligheid heeft ruime ervaring met klimaat- en energiebeleid: als woordvoerder klimaat en energie in de Tweede Kamer en als staatssecretaris Economische Zaken en Klimaat in kabinet Rutte III. Ze hamert op schone energie van eigen bodem: “Dit geeft ons niet alleen meer zekerheid in de portemonnee, maar het zorgt ook voor minder afhankelijkheid van regimes waar je helemaal niet afhankelijk van wil zijn.” Om dit te bereiken zijn er geen taboes op duurzame technieken: “We moeten vol door met wind op zee en zon op dak. De combinatie van zon en wind met kernenergie zal de toekomst zijn.” Nederland kan dan koploper worden op het gebied van innovatie en vooruitgang. “Dat gun ik Nederland.”

NVDE 2 november 2023

Interviews

Interviews

Het is bijna 22 november! Hoeveel vertrouwen heeft u in een goede verkiezingsuitslag voor de VVD?

“De kiezer heeft uiteindelijk het laatste woord. Elke dag probeer ik te laten zien wat mijn prioriteiten zijn voor de komende jaren. Ik zit hier met veel vertrouwen, maar het is wel een spannende tijd.”

Timmermans, Jetten, Bontenbal en ook Yeşilgöz: klimaat en energie zijn kennelijk niet langer het ondergeschoven kindje in Den Haag, maar een kweekvijver van lijsttrekkers. Wat zegt dat?

“Dit is een mooie positieve ontwikkeling. Het laat zien dat er meerdere partijen aan het nadenken zijn over hoe wij ons land op een schone manier doorgeven aan de generaties na ons. Het is ook leuk om straks weer met mijn oud-collega’s op dit thema in debat te gaan.”

Worden energie en klimaat een groot verkiezingsthema, wat u betreft?

“Dat denk ik wel. Ik weet dat heel veel Nederlanders zich bezighouden met het onderwerp klimaatverandering en daar ook zorgen over hebben. Het signaal richting de politiek is duidelijk: wij moeten hier realistisch en serieus mee bezig zijn.”

Bestaanszekerheid wordt deze campagne veelvuldig genoemd, door meerdere partijen. Wat is de relatie tot energiearmoede en wat gaat de VVD hieraan doen?

“Voor ons als VVD is het belangrijk dat het klimaatbeleid behapbaar is voor normale mensen – met midden- en lage inkomens. Zij moeten het mee kunnen maken. Als mensen door stapeling van vaste lasten en daar bovenop allerlei maatregelen niet meer weten hoe ze het einde van de maand kunnen halen, dan zijn we niet goed bezig. Dit zeggen we al jaren als het om klimaat gaat, maar we werden weggezet alsof we daarom klimaat niet belangrijk zouden vinden. Integendeel: wil je echt maatregelen nemen die het verschil kunnen maken, dan moet je zorgen dat alle Nederlanders mee kunnen doen. Ik ben blij om te zien dat steeds meer partijen dit ook beseffen en het onderdeel maken van hun beleid.

Ik zie klimaatbeleid als een kans om de energierekening voor mensen naar beneden te brengen. Dit doen we bijvoorbeeld door de belasting op energie te verlagen en te investeren in kernenergie, waarmee we op lange termijn betaalbare energie kunnen opwekken. Toen ik staatssecretaris was, heb ik een groot pakket met middelen vrij kunnen maken om mensen in tochtige huizen te kunnen helpen. Deze mensen hadden zelf niet het geld op de plank liggen om in verduurzaming te investeren, maar wel de motivatie om hun huis aan te pakken. Het aanpakken van klimaatverandering en energiearmoede liggen dus in elkaars verlengde, maar als je niet oppast kun je mensen in nog meer problemen brengen. En daar mag klimaatbeleid nooit toe leiden.”

De NVDE heeft onlangs een plan gelanceerd voor het grootschalig verduurzamen van hele wijken tegelijk, deels gefinancierd door de overheid. Denkt u dat een dergelijke aanpak kan helpen om de energierekening van burgers structureel omlaag te brengen?

“Zeker. Wijk per wijk isoleren is sowieso een goed plan; het is efficiënter en kosteneffectiever dan huis voor huis. Dit wordt ook gedaan in de Nationale Isolatieprogramma’s. Je helpt mensen uit de energiearmoede door op deze manier huizen te isoleren. Er zijn miljoenen woningen die met isolerende maatregelen geholpen kunnen worden. Hiermee gaan energierekeningen omlaag en wonen mensen in comfortabelere huizen. Ik sta erg positief tegenover alle initiatieven die daar een bijdrage aan leveren. We moeten kijken wie je het beste kunt helpen met subsidies en ondersteuning. Hierbij moeten middeninkomens niet vergeten worden. Vaak lijkt het of deze groep altijd geld klaar heeft liggen voor allerlei zaken, terwijl dat niet zo is. We moeten mensen helpen, zonder dat ze hun laatste spaargeld aan verduurzaming kwijtraken.”

Energie-onafhankelijkheid is sinds de inval van Rusland in Oekraïne een steeds urgenter thema. Hoe belangrijk is het opwekken van duurzame energie van eigen bodem voor u, in relatie tot de import van fossiele energie van dubieuze buitenlandse mogendheden? En moeten we daarom vol doorgaan met wind- en zonne-energie op land en op zee?

“Dit is echt ontzettend belangrijk en ook iets wat ik als klimaat- en energiewoordvoerder in de Tweede Kamer en daarna als staatssecretaris altijd heb benadrukt. Het geeft ons niet alleen meer zekerheid in de portemonnee, maar het zorgt ook voor minder afhankelijkheid van regimes waar je helemaal niet afhankelijk van wil zijn. Nadat je zag wat er gebeurde op ons eigen continent in Oekraïne en de gevolgen voor de energieprijzen, kon niemand meer om onafhankelijkheid heen. Als je zo onafhankelijk mogelijk wilt zijn, moet je zorgen dat je een gezonde energiemix hebt. Deze mix moet een combinatie zijn van onder andere zon, wind, geothermie en kernenergie. Het zou vreselijk zijn om terug te moeten vallen op een land als Rusland, als er eens een energiebron minder beschikbaar is. Een solide combinatie van verschillende schone technieken is cruciaal. En daarom blijf ik ook hameren op het gegeven dat we niet de luxe hebben om bepaalde energiebronnen uit te sluiten. Dan neem je klimaatverandering niet serieus én ga je voorbij aan het belang van onafhankelijkheid. Dat is ook de reden dat we vol door moeten met wind op zee en zon op dak. De combinatie van zon en wind met kernenergie zal de toekomst zijn.”

In 2021 zei u als minister: “Ik ben niet zo van steeds hogere klimaatdoelen stellen zonder te weten hoe ik ze ga halen”. Sindsdien, en onder medebewind van de VVD, gingen de klimaatdoelen omhoog en werd het er niet beter op met randvoorwaarden als arbeidskrachten, stikstofruimte, doorlooptijden en ruimte op het elektriciteitsnet. Wat zou de VVD anders willen doen?

“Als VVD zijn we vastberaden om een schoon land te creëren en te behouden voor de generaties na ons, op een manier die realistisch en verantwoord is. Hierbij moet je oog houden voor de portemonnee van gewone gezinnen, huishoudens en kleine ondernemers. Als je die mensen kwijtraakt, schieten we geen meter op. Het is aan de politiek om daar alert op te zijn. Een Europese collega zei ooit tegen mij: “Wij gaan onze doelen ophogen, en daar ben ik heel blij mee.” Ik vroeg me toen af hoe hij dat wilde halen, omdat het ingewikkeld genoeg is om het hele land mee te krijgen. Toen zei hij letterlijk: “Dat maakt niet uit, want dat is een probleem voor diegene die na mij komt”. Dit zie je gewoon te vaak. Het klinkt leuk om hoog in te zetten, maar daarna staan politici niet stil bij hoe we die doelen dan moeten halen en de gevolgen van klimaatbeleid voor mensen en bedrijven. Veel ondernemers vragen om het vastzetten van doelen, zodat ze zich daarop kunnen richten. Als je als overheid continu je doelen aanpast, dan kunnen ondernemers daar niet op investeren. Daarom was ik ook een blije ondertekenaar van de Klimaatwet, omdat die een langetermijnvisie schetst.”

Kent u de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)? Waar vindt u dat de NVDE zich op moeten focussen het komende jaar?

“Ik ken de NVDE zeker. In mijn tijd als woordvoerder klimaat en energie heb ik veel contact gehad met verschillende organisaties, waaronder de NVDE. Wat ik zo goed vind aan wat jullie doen, is dat jullie altijd vanuit optimisme redeneren en vanuit een positieve houding kijken naar wat er gebeurt en waar het beter kan. Ik denk dat het heel belangrijk is om goed te blijven samenwerken met alle partners die bovenop de energietransitie zitten. Die zien namelijk goed de kansen en beperkingen: juist om ervoor te zorgen dat we ambitieuze en realistische stappen kunnen blijven zetten. In die zin ben ik altijd blij geweest met de contacten. Leuk dat ik jullie nu weer spreek!”

Nu al lukt het steeds vaker in de hele stroombehoefte van Nederland te voorzien met zon en wind. Wat is dan de rol van kerncentrales nog in het systeem, een techniek die flexibiliteit nou niet bepaald als kerncompetentie heeft?

“In de energiemix is het een heel belangrijk onderdeel. De wind en de zon zijn afhankelijk van de weersomstandigheden, die we niet beheersen. Je hebt constante energiebronnen nodig voor een gezonde energiemix. Meerdere internationale onderzoeken laten ook zien dat het toevoegen van kernenergie nodig is om toe te werken naar onze doelen. Het duurt ongeveer net zo lang als het ontwerpen en neerzetten van een nieuw windmolenpark op zee. Nieuwe centrales kunnen er in een periode van tussen de acht en tien jaar al staan. Daarnaast leren we van de fouten van andere landen. We weten dat het veilig is en we zien ook in Borsele dat het heel goed kan. Uiteindelijk moet de overheid een stabiele partner zijn.”

De bouw en exploitatie van kerncentrales is riskant en zal hooguit van de grond komen met enorme staatsgaranties, zo niet een staatsdeelneming. Niet echt een liberale energiebron, wel?

“Het gaat over de vraag hoe ver we bereid zijn te gaan om ons land schoon door te geven. Houd je dogmatisch vast aan wat je een keer hebt bedacht, of kijk je wat er nodig is? Nodig zijn investeringen om stappen te kunnen zetten. Als VVD zijn we zeker bereid om via een staatsdeelneming de realisatie van nieuwe kerncentrales te faciliteren. Ik ben ervan overtuigd dat we hier op de lange termijn veel profijt van gaan hebben: via een gezonde energiemix, minder afhankelijkheid en een lagere energierekening. Wat mij betreft is de uitkomst zeer liberaal.”

De VVD wil de energiebelasting verlagen. Als liberaal weet u echter: lagere kosten leiden tot meer vraag. Is zo’n generieke verlaging dan wel wijs?

“Uiteindelijk is het niet of of, maar én én. Het is dus onderdeel van een groter pakket. Structureel willen wij de energiebelasting verlagen en wat aan de oorzaak van het probleem doen. Het tekort aan gas en energie willen wij oplossen door gaswinning op de Noordzee te versnellen en door te gaan met de uitbouw van kernenergie, windenergie en zonne-energie. Op deze manier hoeven mensen niet wakker te liggen van de energierekening en investeren we ondertussen zelf ook in eigen schone energiebronnen.”

Hoewel steeds meer auto’s elektrisch worden en technieken zuiniger, is het bijna een wetmatigheid dat die potentiële milieuwinst wordt opgesoupeerd door meer kilometers en grotere auto’s. Hoe wil de VVD de uitstoot in de mobiliteitssector toch terugdringen

Hoe je het wendt of keert, mensen zijn van de auto afhankelijk. Autorijden moeten we dus voor iedereen betaalbaar houden. Het is wel ontzettend belangrijk om in de toekomst steeds schoner te gaan rijden. Daarvoor is het nodig dat we vanuit de overheid mensen tegemoetkomen als ze elektrisch of op waterstof willen rijden. Zo zijn er subsidies voor de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s, zodat deze betaalbaarder worden. Daarnaast moet de basis van ons laadpalennetwerk op orde zijn. Dit betekent dat je aan de ene kant zorgt dat mensen die vandaag afhankelijk zijn van hun auto, deze wel kunnen blijven gebruiken. En aan de andere kant de toegang tot elektrische auto’s en auto’s en vrachtwagens op waterstof voor steeds meer mensen mogelijk maakt. Dit doe je ook door Europese afspraken te maken voor meer elektrisch aanbod. Meer aanbod betekent altijd lagere prijzen. Met deze combinatie gaan we steeds schoner rijden. Het moet onderdeel blijven van ons leven dat je van A naar B moet kunnen, maar wel zo schoon mogelijk. En dat zo schoon mogelijke, moet bereikbaar worden voor zo veel mogelijk mensen. Daar valt nog veel te winnen en daarmee is een nieuw kabinet absoluut aan zet.”

U heeft als prioriteit: ‘een duurzame economie met groene groei.’ Waarbij u stelt dat de industrie schoon moeten produceren, of de deuren moet sluiten. Toch komen de zogenaamde maatwerkafspraken maar nauwelijks van de grond. Intussen verschuift het ‘sentiment’ in de samenleving nogal tegen de industrie. Hoe verder?

“Het is belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven en de verantwoordelijkheid bij vervuilende bedrijven neer te leggen. En dat moet je op een verstandige manier doen. Dat doe je niet door ze uit het land te jagen, maar door het internationaal aan te pakken. Dit gebeurt gelukkig ook via het emissiehandelsysteem. Als je heel graag wil, kun je morgen de Nederlandse uitstoot in de industrie naar nul brengen. Dan jaag je wel alles weg wat dit land doet groeien. Onze bedrijven, ons verdienvermogen, onze banen: het verplaatst zich dan allemaal naar het buitenland. En wat bereik je ermee? Nul klimaatwinst, omdat deze bedrijven over de grens hetzelfde uitstoten. Dat is niet de manier. De manier is: zorgen dat bedrijven weten waar ze aan toe zijn, dat we verwachten dat ze daarop investeren en dat ze dan ook leveren. Het is niet zo dat we koste wat het kost elk bedrijf per se hier willen houden, maar de VVD zal nooit bedrijven wegjagen. Als bedrijven echter volledig lak hebben aan onze doelen en totaal niet meedoen aan verduurzaming, ben ik duidelijk: dan ben je niet welkom hier. Maar mijn ervaring is dat ondernemers juist vooroplopen met verduurzaming en willen bijdragen aan CO2-reductie. Daar hebben ze wel een stabiele overheid voor nodig, waarmee ze gezamenlijk kunnen optrekken. Als we dat doen, verduurzamen we onze economie, houden we de banen hier en worden we koploper op het gebied van innovatie en vooruitgang. Dit gun ik Nederland.”

Hoe duurzaam woont en reist u zelf?

“Ik heb thuis stadsverwarming, dus geen gasaansluiting. Daarnaast heb ik ook geen kinderen. Reizen deed ik veel met het ov, maar in deze baan zit ik vanwege veiligheid wat meer in de auto. Ik denk dus dat ik een redelijke balans heb.”

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter