Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Energietransitie: Warmte-koude-opslaginstallaties in de overdrachtsbelasting

Naar aanleiding van jurisprudentie van het Hof Arnhem-Leeuwarden en een advies (conclusie) van de Advocaat-Generaal aan de Hoge Raad is de discussie over warmte-koude-opslaginstallaties (WKO’s) in een appartementencomplex in het kader van de overdrachtsbelasting weer opgelaaid. Geldt voor WKO-installaties een vrijstelling of niet?

13 oktober 2021

Blog

Blog

De netwerkvrijstelling

In de overdrachtsbelasting geldt een vrijstelling voor netwerken, de zogenoemde netwerkvrijstelling. De netwerkvrijstelling zorgt ervoor dat de verkrijging van een “net gelegen in, op of boven de grond, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, of van informatie” is vrijgesteld van de heffing van overdrachtsbelasting. Deze netwerkvrijstelling is in het leven geroepen nadat in 2003 de Hoge Raad oordeelde dat de infrastructuur van een centrale antenne-inrichting duurzaam met de grond is verenigd en dus als onroerend is aan te merken. Om te voorkomen dat daadwerkelijk overdrachtsbelasting wordt geheven in een dergelijk geval is de netwerkvrijstelling ingesteld.

De procedure

Op dit moment wordt geprocedeerd over de vraag of de netwerkvrijstelling van toepassing is bij de verkrijging van een warmte-koude-opslaginstallatie. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde eerder dat de netwerkvrijstelling van toepassing is op de verkrijging van WKO-installaties. In cassatie probeert de staatssecretaris met verschillende – niet op elkaar aansluitende standpunten – toepassing van de netwerkvrijstelling op WKO’s van tafel te krijgen, namelijk door te stellen dat:

  • de WKO’s onzelfstandige bestanddelen van de gebouwen zijn en dus het (belaste) overdrachtsbelastingregime van die gebouwen volgen;

  • de bronnetten geen netwerken zijn, maar onderdeel zijn van energieproductie-eenheden (de WKO’s). Daarvoor is de netwerkvrijstelling niet bedoeld;

  • de WKO’s niet voldoen aan de omschrijving van een ‘warmtenet’ in zin van de Warmtewet omdat WKO’s een energievoorziening voor slechts één gebouw zijn. De netwerkvrijstelling kan dan niet worden toegepast.

De Advocaat-Generaal heeft aan de Hoge Raad hierover een advies uitgebracht en gaat daarbij in op de standpunten van de staatssecretaris. De Advocaat-Generaal is van mening dat de standpunten van de staatssecretaris geen stand houden en dat de netwerkvrijstelling van toepassing is op WKO-installaties in een appartementencomplex. Hieronder worden de standpunten toegelicht.

De WKO-installatie: onderdeel van het gebouw of zelfstandige zaak?

In de procedure heeft de Staatssecretaris van Financiën ten eerste gesteld dat een WKO-installatie een onroerend bestanddeel is van een gebouw waar het bij hoort. De WKO-installaties zijn volgens hem te vergelijken met traditionele cv-installaties. In dat geval zou verkrijging van een WKO-installatie het overdrachtsbelastingregime volgen van het gebouw waartoe het behoort. De Advocaat-Generaal stelt evenwel dat de verkrijging van een WKO een separaat belastbaar feit is voor de overdrachtsbelasting en dit op dezelfde manier moet worden uitgelegd bij de toepassing van de vrijstelling. Het is onlogisch om hier een verschil in benadering aan te brengen. Bij de toepassing van de vrijstelling dient de WKO-installatie dan ook niet als een onzelfstandig onderdeel van een gebouw te worden gezien. Dit betekent dat een WKO-installatie dus niet het overdrachtsbelastingregime van het betreffende gebouw volgt.

De WKO-installatie: een net of een productie-eenheid?

Een ander standpunt van de staatssecretaris is dat onderscheid gemaakt moet worden tussen een ‘net’ en een ‘productie-eenheid’. De netwerkvrijstelling zou slechts gelden voor een verkrijging van een net en niet voor de verkrijging van een productie-eenheid. Hierbij is met name de vraag wat als bron van de warmte (en koude) moet worden gezien. Volgens de staatssecretaris zijn de WKO en de leidingen primair bedoeld om warmte en koude te verkrijgen en zijn de installaties niet primair gericht op vervoer van de warmte en koude. De WKO-installatie zou dan een productie-eenheid vormen. De vrijstelling kan dan geen toepassing vinden. De Advocaat-Generaal stelt juist dat het vervoer van warmte en koude precies is wat de installatie doet. De warmte en koude wordt niet geproduceerd door de installatie zelf, maar door moeder aarde, door warmte en koude van diep onder de grond naar boven te transporteren.

De WKO-installatie: een net in de zin van de Warmtewet?

Als laatste standpunt tegen toepassing van de netwerkvrijstelling stelt de staatssecretaris dat een WKO-installatie niet voldoet aan de omschrijving van een warmtenet als bedoeld in de Warmtewet, nu de WKO’s in, om en onder het gebouw van de verbruiker liggen. Het is dus niet een ‘net’ en valt niet onder de netwerkvrijstelling. De WKO-installaties van een appartementencomplex zijn volgens de Advocaat-Generaal wel warmtenetten in de zin van de Warmtewet. De installatie transporteert namelijk warmte (via water in de leidingen) naar en van verschillende appartementen in het complex. Hierbij is van belang dat een appartement in een flat als een ‘gebouw’ in de zin van de Warmtewet moet worden begrepen. Er zijn dus wel meerdere ‘gebouwen’ waar de WKO-installatie de warmte naar transporteert, en de installatie bevindt zich ook buiten deze gebouwen, waardoor wel aan de omschrijving wordt voldaan.

Kansen in energietransitie

Vooralsnog is het afwachten hoe de Hoge Raad zal oordelen. In het kader van de energietransitie zou goedkeuring van toepassing van de vrijstelling bij de verkrijging van een WKO-installatie een welkome uitkomst zijn. Dit biedt namelijk kansen voor toepassing van de netwerkvrijstelling bij verkrijging van onroerende zaken met dergelijke WKO-installaties. In dat geval kan de vrijstelling mogelijk toegepast worden op het gedeelte van de overdrachtswaarde die ziet op de WKO-installatie.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter