Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

‘Er is nieuw beleid nodig om de natuur te redden’

De stand van de natuur in Nederland wordt alsmaar slechter. De aanpak die we hiervoor hebben, helpt onvoldoende. Dat moet anders. Adviseurs gebiedsontwikkeling Sander Simonse en Gerard van Santen gingen met elkaar in gesprek over een nieuwe aanpak waarin de herwaardering van de natuur centraal staat.

26 april 2022

Een diepe zucht is te horen tijdens de start van het gesprek tussen adviseurs Sander en Gerard. We gaan het hebben over de natuur in Nederland. Ja, de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur was vernietigend in haar rapport over natuurbeleid. Nee, dat is niet verrassend. Sterker nog; het is het zoveelste constaterende rapport met dezelfde aanbevelingen. ‘Het roer moet om. Het huidige beleid werkt niet’, zegt Gerard.

Economische groei, ecologische krimp

Natuurlijk zien de adviseurs in hun werk mooie resultaten tot stand komen. Bijvoorbeeld in de verbinding tussen landbouw en natuur. Maar dat is veelal op initiatiefniveau, niet op schaalniveau.

‘Er is te weinig instrumentarium’, vinden ze. ‘Zolang we heel hard blijven werken om Natura 2000-gebieden beter te maken en een paar kilometer verderop geen middelen beschikbaar zijn, dan gaan we het platteland en als gevolg daarvan ook de natuur in Nederland niet redden’, stelt Gerard.

Sander knikt. ‘We moeten de natuur niet zien als een opgave waaraan we moeten voldoen, om vervolgens weer door te gaan met het laten groeien van onze economie. Biodiversiteit en de natuur zijn het fundament van onze economie. We zien nu vaak nog dat economische groei samengaat met ecologische krimp, we kunnen dat nog steeds onvoldoende combineren.’

Stop met controleren

De adviseurs zijn kritisch op de manier waarop natuurbeleid is gefundeerd. ‘Ik snap dat je het ecologisch moet laden, maar waar is de verbinding met de maatschappelijke waardering voor de natuur?’, stelt Gerard.

‘De waardering voor de natuur zou het vertrekpunt kunnen zijn van beleid. Met meer aandacht en focus op de waarde en nut van de natuur’, vindt Sander.

Gerard merkt dat in het hele denkpatroon over het herstellen van de natuur wantrouwen de overhand heeft gekregen, terwijl gebiedssamenwerking juist gestoeld is op vertrouwen. ‘We moeten stoppen met controleren, maar juist committeren en mensen de ruimte geven. Stimuleer waar kan, controleer waar nodig.’

Een andere aanpak voor natuurbeleid

De adviseurs pleiten voor een andere aanpak om te komen tot een natuurinclusieve samenleving. Kijk niet naar losse opgaven en maak daar een optelsom van in één gebiedsplan, maar ontwikkel een toekomstideaal van en met het gebied als vertrekpunt. Dat is nu vaak het slotstuk. Daardoor ga je minder geïsoleerd naar de natuur kijken in een gebied.

‘We zoeken naar een vol te houden balans tussen natuur en mens en die balans is al een tijd zoek’, zegt Sander. ‘Je wordt nu teveel gestuurd door opgaven, zoals stikstofreductie of waterkwaliteit. Je wilt eigenlijk een cultuur hebben waarin je wordt gestimuleerd op jouw bijdrage aan een vol te houden systeem. Dat vinden we moeilijk, omdat het abstract is.’

Mooie kans

Het systeem moet volgens de adviseurs altijd in dienst staan van ‘de bedoeling’. ‘Het zou ons moeten uitdagen en belonen bij te dragen aan een gemeenschappeiljke toekomstideaal en dat gebeurt nu niet’, merkt Sander. ‘Als adviseurs kunnen we juist dat gesprek op gang brengen. Daar zit ook de bereidheid bij mensen. Wij zetten in processen het gebied centraal zodat innovatiekracht ruimte krijgt. Dat is een mooie kans voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied dat eraan komt.’

Gerard benoemt een voorbeeld in Noord-Veluwe, waar ze een soort gebiedsfoto hebben gemaakt van de toekomst van het gebied. ‘Het was een heel simpel kaartje, maar het gaf iedereen lucht en gezamenlijk perspectief. Je kan het gebied er behapbaar mee maken erover in discussie gaan.’

Ook Sander merkt dat dit energie geeft. ‘Als een aanpak meer waardegedreven wordt, dan kun je gemeenschappelijk een positief eindbeeld creëren en daarop sturen. Ik merkte in de gemeente Twenterand ook dat daar de energie loskwam. Wat daarbij helpt: maak iedereen even burgemeester van hun gebied, zodat ze niet op hun belangen focussen, maar op het hele gebied. Dan kun je samen kansen omarmen. Vervolgens moet je klein beginnen, want het is veel te complex om dit grote probleem in een keer op te lossen.’

Gebiedsondernemerschap werkt

Elke keer komt in het gesprek naar voren dat we in een gebied moeten stoppen met maatregelgestuurd werken. Sander: ‘Nu zeggen we ‘dien een plan in en dan gaan we kijken of we er geld voor hebben. De kans is groot dat dit geld ook nog geschot is, waardoor je maar voor een aantal onderdelen van je plan geld krijgt.’

Gerard vervolgt: ‘Je zou ook kunnen zeggen: ‘Gebied, we hebben dit bedrag voor je gereserveerd. Kijk of je dit geld kunt benutten en kunt verdubbelen om het gebied nog waardevoller te maken. Dat systeem is er nu niet, terwijl het wel zou werken. Gebiedsondernemerschap ecologisch en economisch zou echt helpen. Geef het gebied een stem en blijf ernaar luisteren.’

We gaan de pijn toch wel voelen

Maar let wel, stellen de adviseurs: Er is gewoon haast geboden, bijvoorbeeld als het gaat om stikstofreductie. Het inregelen van nieuwe systemen kost tijd. Op veel plekken kost het zelfs te veel tijd om de natuur nog voldoende te kunnen herstellen. Iedereen gaat de pijn uiteindelijk toch wel voelen. Dus begin gewoon maar initiatief te stimuleren waar dat al is en versnel het gebiedsproces waar hard ingrijpen nodig is.

En focus op de sociale component van gebiedsontwikkeling, vindt Gerard. ‘We moeten kracht putten uit de band die we voelen met een gebied, ons bewust zijn van onze afhankelijkheid en de schoonheid van de natuur. Dan denken we vanuit kansen, komen we in actie en blijven we niet hangen in problemen.’

Reacties

Laat een reactie achter