Europa staat voor een energie-trilemma: verduurzaming, betaalbaarheid en leveringszekerheid moeten hand in hand gaan. Tegelijkertijd wil Europa klimaatdoelen halen, meer eigen energie produceren en de concurrentiekracht van de industrie behouden. Om dat mogelijk te maken, is een energiesysteem nodig waarin elektriciteit en waterstof samen een rol spelen. Daarbij ligt veel potentieel in offshore windparken met waterstofproductie op de Noordzee. Dat stellen zeven Europese netbeheerders, waaronder Gasunie, in een expertpaper waarin zij de kansen en kaders schetsen.

Het Europese energiesysteem draait nog grotendeels op fossiele brandstoffen, zoals aardgas en olie. Deze bronnen zijn goed voor ongeveer 70 tot 80 procent van het totale energieverbruik. De opgave van de energietransitie is om deze fossiele bronnen te vervangen door duurzame alternatieven. Dat vraagt om zowel hernieuwbare elektriciteit als duurzame moleculen, zoals waterstof.
Hernieuwbare elektriciteit is daarbij waar mogelijk de efficiëntste keuze. Tegelijkertijd blijft een belangrijk deel van het energiesysteem afhankelijk van moleculen. Dat geldt bijvoorbeeld voor zware industrie, transport en processen waarbij hoge temperaturen nodig zijn en elektrificatie niet volstaat.
Ook op de langere termijn, richting 2050, blijft daarom een combinatie van elektriciteit en duurzame moleculen nodig. Waterstof is daarvoor een goede kandidaat: het biedt flexibiliteit doordat energie kan worden opgeslagen en ingezet waar directe elektrificatie niet mogelijk is. De expertpaper onderstreept het belang van een samenhangende aanpak van productie, transport en gebruik, juist op plekken waar grootschalige energie-opwek plaatsvindt. De Noordzee is zo’n plek.
De Noordzee is strategisch gunstig gelegen voor hernieuwbare energieproductie. Het gebied combineert ondiepe wateren met een groot windpotentieel, ligt dicht bij energie-intensieve industrie in Noordwest-Europa en beschikt over moderne haveninfrastructuur. Europa is bovendien de thuisbasis van toonaangevende windturbinefabrikanten.
Naarmate offshore wind verder groeit, ontstaan vaker momenten waarop meer elektriciteit wordt opgewekt dan direct nodig is. Door deze elektriciteit op zee om te zetten in waterstof, kan offshore wind beter worden benut. Ook neemt de flexibiliteit van het energiesysteem toe. Dat vraagt om een andere inrichting van offshore windgebieden.
Offshore windparken met waterstofproductie verbinden de opwek van elektriciteit en de productie van waterstof binnen één systeem. In deze windparken worden windturbines en elektrolysers gecombineerd vóór de aansluiting op het elektriciteitsnet. De opgewekte energie kan vervolgens als elektriciteit óf als waterstof naar land worden getransporteerd, via afzonderlijke infrastructuur. Dat draagt bij aan een efficiënter gebruik van offshore infrastructuur en een betere benutting van windenergie. Op termijn verschuift waterstofproductie steeds meer richting zee, dichter bij de windparken zelf.
De ontwikkeling van deze windgebieden vraagt om duidelijke kaders voor beleid en regelgeving. Dat gaat onder meer om samenhangende planning van elektriciteits- en waterstofnetten, in tijd en locatie, zodat keuzes over opwek, conversie en transport goed op elkaar aansluiten. Daarnaast vraagt het om tijdige ontwikkeling van waterstofinfrastructuur, zowel op land als richting zee, zodat de waterstof daadwerkelijk kan worden geleverd.
Dit heeft consequenties voor het tenderontwerp van offshore windgebieden. Bestaande tenders zijn vooral ingericht op elektriciteitsproductie en garanderen toegang tot het elektriciteitsnet. Voor geïntegreerde offshore windgebieden, waar naast elektriciteit ook waterstof geproduceerd wordt, moet dan ook toegang tot waterstofinfrastructuur worden gegarandeerd, zodat projectontwikkelaars een passend bod kunnen doen.
Tenders moeten daarnaast ruimte bieden voor combinaties van elektriciteits- en waterstofproductie. Demonstratie- en pilotprojecten zijn daarbij belangrijk om ervaring op te doen met offshore elektrolyse en risico's in een vroege fase te verkleinen.
