Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Mestproductie door de veestapel, 1986-2021

Als gevolg van diverse wettelijke regelingen is de productie van dierlijke mest door de Nederlandse veestapel na 1986 gedaald. In 2021 is 82 procent van de mestproductie afkomstig van rundvee, 12 procent van varkens en 6 procent van pluimvee en overige diercategorieën. In 2021 is de mestproductie gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar door daling van het aantal runderen, varkens en kippen.

Rijksoverheid 8 augustus 2022

Algemene ontwikkeling mestproductie

Tot halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw is door de groei van de veestapel de productie van dierlijke mest sterk toegenomen. In 1986 lag de totale mestproductie 39 procent boven het niveau van 1970. Als gevolg van diverse wettelijke regelingen is de productie van dierlijke mest na 1986 weer gedaald. Inmiddels is de totale mestproductie weer terug op het niveau van begin jaren zeventig. Sinds de invoering van de Beschikking Superheffing in 1984 is door inkrimping van de melkveestapel de mestproductie van rundvee met een kwart gedaald (1).

Mestproductie daalt na 2016

In de periode 2003 tot en met 2007 is de mestproductie vrijwel constant. In de periode 2008 tot en met 2016 is de mestproductie iets groter dan in de jaren voor 2008. Dit komt door een toename van het aantal koeien, varkens en kippen. In 2017 en in 2018 is de mestproductie gedaald door de verplichte krimp van de veestapel. De mestproductie daalde in 2021 licht ten opzichte van 2020.

Bijdragen van de verschillende dieren aan de mestproductie

82 procent van de mest is afkomstig van rundvee. Het aandeel van varkens (12 procent) en pluimvee en overige diercategorieën (6 procent) in de mestproductie is een stuk geringer. Doordat de varkens- en pluimveehouderij niet-grondgebonden zijn (intensieve veehouderij) dragen zij in belangrijke mate bij aan het mestoverschot.

Beleid

De mestwetgeving omvat allerlei regelingen om het gebruik van de mineralen stikstof en fosfaat in de mest te verminderen. Basis is de Europese Nitraatrichtlijn (1991). Per 1 januari 2006 is het Mineralenaangiftensysteem MINAS (vanaf 1998) vervallen en vervangen door een nieuw mestbeleid. De belangrijkste onderdelen hiervan zijn:

  • Gebruiksnormen voor de hoeveelheden stikstof en fosfaat uit dierlijke mest en kunstmest die toegepast mogen worden bij de teelt van gewassen.

  • Gebruiksvoorschriften voor de manier waarop mest wordt toegepast en de perioden waarin dit gebeurt. Zo komt de mest op het juiste moment en op de meest efficiënte manier bij gewassen terecht en wordt verlies naar het milieu beperkt.

  • Een stelsel van dierrechten dat grenzen stelt aan het aantal varkens en kippen dat mag worden gehouden en een fosfaatrechtenstelsel voor melkvee. Zo wordt voorkomen dat er meer mest geproduceerd wordt dan nuttig gebruikt kan worden bij de teelt van gewassen.

  • Regels voor de afvoer van mest van veehouderijbedrijven. Zo is altijd bekend waar de mest vandaan komt en naartoe gaat en wordt 'dumpen' van mest voorkomen.

Op 1 april 2015 is het melkquotum (Beschikking Superheffing, 1984) afgeschaft. Hiervoor in de plaats zijn per 1 januari 2018 fosfaatrechten ingevoerd.

Relevantie

Overmatig gebruik van mest - zowel dierlijke mest als kunstmest - zorgt voor te veel stikstof en fosfaat in bodem, grondwater en oppervlaktewater. Dat heeft negatieve gevolgen voor bijvoorbeeld de natuurlijke soortenrijkdom en de drinkwaterbereiding.

Bron

  1. https://www.clo.nl/indicatoren/nl2124-ontwikkeling-veestapel-op-landbouwbedrijven-

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter