Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Rob Jetten (Minister Klimaat en Energie): 'De energietransitie is de grootste uitdaging van deze generatie'

Het is een hele klus, die Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie, op zijn bord heeft liggen. Het wordt steeds zichtbaarder hóe enorm urgent de klimaatdoelen zijn, terwijl de oorlog in Oekraïne maakt dat het acuut onzeker is hoeveel aardgas er de komende winter zal zijn. ‘Dat betekent dat ik als minister voor energie, met het oog op de leveringszekerheid, bereid moet zijn om onconventionele maatregelen te nemen die mij als minister voor klimaat pijn doen,’ zegt Jetten, doelend op het harder laten draaien van kolencentrales. Op Prinsjesdag kunnen we maatregelen verwachten die de extra uitstoot gaan compenseren, belooft Jetten. Om tóch niet af te wijken van de klimaatdoelen, wil de minister ‘tempo maken met essentiële wetten als de Warmtewet en de Energiewet’. Jetten merkt aan reacties op het beleidsprogramma Klimaat dat ‘veel partijen het prettig vinden dat de overheid de touwtjes strakker in handen neemt.’ Dit betekent ‘meer normeren en beprijzen in aanvulling op de miljardensubsidies die we al verstrekken voor duurzame energie en CO2-reducerende technieken.’ Ook burgers dragen hun steentje bij. ‘De politiek heeft gedragsverandering als onderdeel van klimaatbeleid lang niet durven aanraken. Ik kijk ernaar uit om samen met de NVDE te verkennen waar we elkaar – ook met campagnes – kunnen helpen om groen denken en doen de norm te maken.’

NVDE 11 juli 2022

Interviews

Interviews

U bent zich als student gaandeweg gaan interesseren voor klimaatverandering. Welke gebeurtenis, boek of film herinnert u zich vooral als vormend voor uw beeld van de klimaatcrisis en waarom?

‘Ik was eigenlijk al langer met klimaat en duurzaamheid bezig, maar het eerste moment dat me te binnen schiet is de Klimaatconferentie van Kopenhagen (COP15). Ik heb die top in 2009 op de voet gevolgd en kan me nog goed herinneren hoe teleurgesteld ik was over het resultaat. De bedoeling was destijds om een nieuw klimaatverdrag te sluiten dat het Kyotoprotocol moest vervangen, maar het akkoord dat werd bereikt behaalde geen van de aanvankelijke doelstellingen en was bovendien niet bindend. Daarna ben ik de rapporten van de Club van Rome gaan lezen, waaronder de klassieker de grenzen aan de groei en dat heeft wel mijn ogen geopend als het gaat om de impact van menselijk handelen op de aarde. Al vrij snel daarna maakte ik met de trein een ‘klimaatreis’ door Europa waarbij ik allerlei toffe duurzame voorbeeldprojecten mocht bezoeken. Dat heeft me enorm geïnspireerd en gemotiveerd om mijn steentje bij te dragen aan een groenere, duurzame toekomst.’

Hoe bevalt het u als coördinerend minister voor Klimaat en Energie?

‘Het bevalt erg goed. Het is een hele drukke baan, zeker nu we ook te maken hebben met een gascrisis. Maar het feit dat ik me iedere dag als minister mag bezighouden met de klimaat- en energietransitie – de grootste uitdaging van deze generatie – maakt veel, zo niet alles goed. Dit voelt als een unieke kans om een verschil te maken voor een groene toekomst, dus ik ga nog steeds iedere dag met goede zin naar mijn werk en vind het ontzettend eervol om deze baan te mogen doen.’

Hoe krijgt u ze mee, de andere ministers? Minister Hugo de Jonge zei al half-grappend dat hij uw onderaannemer is. Voelt dat zo?

‘Dat we dit soort grappen maken met elkaar, toont volgens mij aan dat de samenwerking goed verloopt. Als coördinerend minister heb ik de taak om er ook voor te zorgen dat mijn collega’s binnen het kabinet hun bijdrage leveren aan de klimaatopgave. Tot dusver proef ik echter een groot enthousiasme bij de collega’s binnen het kabinet om daaraan bij te dragen. Ik heb gelukkig nog geen moment op mijn strepen hoeven staan.’

Wat is uw top drie van concrete beleidsissues die u het komende jaar voor elkaar wilt krijgen?

‘Er moet op zoveel vlakken wat gebeuren dat ik het lastig vind om er drie uit te kiezen. Maar ik ga een poging doen. Ik wil allereerst het klimaatbeleid veel strakker sturen zodat de uitvoering de komende jaren op tempo blijft. Ik merkte aan de reacties op het beleidsprogramma Klimaat dat ik onlangs naar de Kamer heb gestuurd ook dat veel partijen het prettig vinden dat de overheid de touwtjes strakker in handen neemt. Ten tweede gaan we als kabinet veel meer normeren en beprijzen, in aanvulling op de miljardensubsidies die we al verstrekken voor duurzame energie en CO2-reducerende technieken. Als derde wil ik de Wetgeving noemen die in het kader van de energietransitie noodzakelijk is. Veel van onze Wetten zijn geschreven in een hele andere tijd. Een tijd waarin klimaatverandering en duurzaamheid nog veel minder prominent op de agenda stonden dan nu. Daarom wil ik tempo maken met essentiële wetten als de Warmtewet en de Energiewet, omdat ik ervan overtuigd ben dat duidelijke spelregels, met daarin een stevige duurzaamheidscomponent, als vliegwiel kunnen dienen voor de transitie.’

Nederland wil zo snel mogelijk onafhankelijk worden van Russische fossiele energie. Uit welke hoek ervaart u druk om de oplossing in fossiele energie uit andere bronnen te zoeken? Hoe gaat u maximaal inzetten op energiebesparing en meer hernieuwbare energie?

‘Laat ik vooropstellen: we zitten door de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne in een uitzonderlijke situatie met een gascrisis in heel Europa. Dat betekent ook dat ik als minister voor energie, met het oog op de leveringszekerheid, bereid moet zijn om onconventionele maatregelen te nemen die mij als minister voor klimaat pijn doen. Maar we moeten dingen wel in de juiste volgorde doen. We hebben dit jaar met z’n allen al 25-33% gas bespaard en mijn inzet is om beleid te ontwikkelen waarmee we die besparing vast kunnen houden. Daarnaast moeten we op volle kracht door met de plannen voor duurzame energie en daarbij blijven zoeken naar versnelling. Tot slot, en daar ontkomen we gezien de ernst van de situatie niet aan, is het met het oog op de winter noodzakelijk om nu tijdelijk meer fossiele energie te gebruiken. Ik heb daarbij wel direct gezegd dat we de extra CO2-uitstoot die het opheffen van de productiebeperking in de kolencentrales oplevert gaan compenseren. Op Prinsjesdag kom ik met plannen hiervoor.’

U heeft de kolencentrales weer opgevoerd om gas te besparen met het oog op de winter. Hoe zorgen we dat dit niet onze duurzaamheidsdoelstellingen in de weg gaat zitten?

‘Het is oorlog in Europa. Dat betekent dat ik als minister voor energie genoodzaakt ben om maatregelen te nemen om de leveringszekerheid te verbeteren. Natuurlijk doe ik dat met een bloedend hart omdat ik weet dat we daardoor in de komende jaren zo’n 10 megaton extra CO2 moeten reduceren. Maar als minister van klimaat zeg ik daar direct bij dat ik daar alles op alles voor ga zetten. Op Prinsjesdag wil ik maatregelen presenteren om die extra uitstoot te compenseren.’

Recent stelde de Europese Commissie een nog hoger doel voor hernieuwbare energie en energiebesparing voor. Hoe gaan we dat voor elkaar krijgen in Nederland?

‘De energiebesparing die we dit jaar al hebben weten te bereiken, laat zien dat we er nog veel potentieel is om energie te besparen. Ik denk, en dat is ook mijn inzet, dat we die besparing structureel vast kunnen houden door een combinatie van gedragsverandering en beleid. Zo heb ik bijvoorbeeld aangekondigd dat de energiebesparingsplicht voor bedrijven wordt aangescherpt en uitgebreid en dat de omgevingsdiensten meer geld krijgen om erop toe te zien. Daarnaast moeten we zorgen voor een voortvarende uitvoering van onze ambitieuze plannen voor wind, zon en andere duurzame energiebronnen. Het is heel belangrijk dat de overheid en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) daarbij gezamenlijk optrekken.’

Hoe voorkomen we dat we in 2030 de klimaatdoelen weer niet halen, zoals in 2020 (Urgenda)? Wat zou helpen om niet weer steeds achter de feiten aan te lopen?

‘We hebben afgesproken om het beleid in de praktijk op 60% CO2-reductie te richten. Ik ben ervan overtuigd dat dat gaat helpen om de doelen in 2030 met veel meer zekerheid te halen. Ook stel ik dit najaar een wetenschappelijk adviesraad in die ons scherp moet houden. In combinatie met de ambitieuze plannen die we al hebben gepresenteerd denk ik dat we op dit moment bezig om de inhaalslag die hard nodig was te maken.’

De werkgroep Extra Opgave gaf op 13 juni aan hoe we duurzame elektriciteit in 2030 kunnen verdubbelen ten opzichte van het Klimaatakkoord: door alles uit de kast te trekken. Gaat u dat doen?

‘Ik denk dat dat niet alleen geldt voor duurzame elektriciteit, maar voor de gehele klimaat- en energietransitie. Met ieder rapport dat het IPCC uitbrengt, is de conclusie alarmerender. Dus we moeten alles uit de kast trekken en bovendien op veel vlakken tegelijk. Daarom ben ik ook bereid om, naast het stellen van hoge ambities, onconventionele maatregelen te nemen om de transitie te versnellen. Denk aan het versnellen van doorlooptijden van energie- en infraprojecten waar ik met gemeenten en provincies over in gesprek ben. Hetzelfde geldt voor de netcongestie: ook daar zullen we de komende jaren alles uit de kast moeten trekken om te voorkomen dat het stroomnet de bottleneck van de transitie wordt.’

Wat vindt u van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)? Waar moet de NVDE zich meer op richten de komende jaren om u te helpen het klimaatbeleid tot een succes te maken?

‘De NVDE vervult een sleutelrol in de energietransitie. Het zijn voor een belangrijk deel de NVDE-leden die er uiteindelijk voor gaan zorgen dat onze energievoorziening stap voor stap groener wordt. Daarnaast denk ik dat de NVDE een voortrekkersrol kan spelen in het activeren van andere bedrijven en organisaties. Uiteindelijk gaat het er ook om dat meer en meer partijen die nu nog grotendeels in fossiel zitten, gaan zien dat duurzame projecten de toekomst zijn én dat voor steeds meer duurzame projecten een sluitende business case bestaat. Ik denk dat de NVDE-leden, toch voor een deel de groene koplopers, daar een hele belangrijke rol in kunnen spelen.’

U voerde al jong campagne, door ‘ik wil een hond’ op de muur te schrijven, begrijp ik. Hoe dragen campagnes bij aan de energietransitie, en hoe kunnen bedrijven uit de NVDE-achterban daarbij helpen?

‘De politiek heeft gedragsverandering als onderdeel van klimaatbeleid lang niet durven aanraken. Terwijl we uit onderzoek juist weten hoeveel onbenut verduurzamingspotentieel er nog is, als mensen maar bereid zijn om hun gedrag aan te passen. We hebben nu met de campagne ‘Zet ook de knop om’ daarin een stap gezet, maar eigenlijk denk ik dat de samenleving daar al veel verder in is. Ik wil gedragskennis dan ook beter betrekken bij mijn beleid en kijk ernaar uit om samen met de NVDE te verkennen waar we elkaar – ook met campagnes – kunnen helpen om groen denken en doen de norm te maken.’

In uw beleidsprogramma kondigt u meer normering aan in alle sectoren. Kunt u dit toelichten? Hoe denkt u over normering voor zakelijke auto’s, hybride warmtepompen, zon op dak, isolatie, om een paar voorbeelden te noemen? Hoe helpen subsidies om de normeringen acceptabel te maken?

‘Effectief klimaatbeleid bestaat uit een mix van subsidiëring, beprijzing en normering. Juist dat laatste element is naar mijn mening te lang onderbelicht gebleven. Misschien ook vanuit de vrees dat als de politiek te veel zaken oplegt, je de toch al gepolariseerde discussie over klimaatbeleid verder versterkt. Dit kabinet ziet dat echt anders. Normering geeft duidelijkheid aan de markt en zorgt ervoor dat het duurzame alternatief sneller goedkoper en daarmee voor meer mensen bereikbaar wordt. Ik vind dat echt een trendbreuk. Als we onze klimaatdoelen willen halen, moeten we voorbij de vrijblijvendheid. Dat besef is er gelukkig nu wel.’

Een grote zorg is het gebrek aan vakmensen en ook aan materialen. Op welke manier pakt u deze opgave op met uw collega-bewindspersonen (zoals OCW en SZW)?

‘Een van de belangrijkste uitdagingen voor de energietransitie is het tekort aan (technisch) personeel. De vraag naar technici en ICT’ers groeit ook nog steeds, waardoor er helaas geen realistische quick fix is. Dit complexe vraagstuk vraagt om actie van veel verschillende partijen; werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen en de overheid. Alleen gezamenlijk lukt het om een antwoord te geven op deze tekorten. Daarom kom ik samen met minister Adriaansens en in nauwe afstemming met al deze partijen met een Actieplan Groene en Digitale Banen. De ambitie is om de ruim 100.000 openstaande vacatures in de techniek en ICT substantieel terug te dringen en daarvoor werken we de komende tijd samen met al deze partijen verschillende oplossingsrichtingen uit.’

De Europese Commissie zet in op kortere vergunningstrajecten voor hernieuwbare projecten en energieinfrastructuur. Dit staat ook in het coalitieakkoord. Bent u het er mee eens dat 2 jaar praten en 2 jaar bouwen het uitgangspunt moet zijn?

‘Ik ben het er volledig mee eens dat we gezien de urgentie van de klimaatcrisis niet de tijd en luxe hebben om er 8 jaar over te doen voordat een windpark kan worden gebouwd. Ik ben daarom met medeoverheden in gesprek om te onderzoeken waar we binnen de procedures versnelling aan kunnen brengen.’

Hoe kunnen we het snel goedkoper maken voor Nederlanders om gebruik te maken van warmtenetten? Hoe zorgen we ervoor dat de warmtemarkt toegankelijk blijft voor alle soorten bedrijven, initiatiefnemers en samenwerkingsvormen die nodig zijn om zonder verdere vertraging de doelstellingen te halen?

‘De nieuwe Warmtewet gaat daarbij helpen. Ik heb al eerder aangegeven groot voorstander te zijn voor het snel doorvoeren van de nieuwe Warmtewet en daar zijn we nu druk mee bezig. Vier punten staan daarbij centraal: transparante en op kosten gebaseerde warmtetarieven die zijn losgekoppeld van de gasprijs, een sterke regierol voor gemeenten, strenge regulering om de publieke belangen te borgen en regels om de duurzaamheid van warmtenetten te borgen. Dit alles is nodig om duidelijkheid te bieden voor burgers, warmtebedrijven en gemeenten.’

Wat hebben bewindspersonen nodig om zo snel mogelijk zelf elektrisch te gaan rijden en zo het goede voorbeeld te geven?

‘Bewindspersonen krijgen de dienstauto van hun voorganger, dus ik had daarin niet zoveel te kiezen. Bovendien spelen veiligheidsissues een rol. Het beleid is dat je pas een nieuwe auto krijgt, als de oude aan vervanging toe is. In principe is dat natuurlijk een goed uitgangspunt, maar ik vind inderdaad dat wij als kabinet het goede voorbeeld moeten geven en zelf volledig elektrisch moeten rijden – mijn dienstauto is namelijk een plug-in hybride. De afspraak is wel dat alle bewindspersonen uiterlijk in 2028 schoon moeten rijden. Zodra het voor mijzelf een optie is, stap ik in elk geval over.’

U was één van de initiatiefnemers achter de Klimaatwet. Hoe kijkt u er nu tegenaan, nu u zelf aan de knoppen zit?

‘Ik denk dat het heel belangrijk is dat we onze klimaatdoelen in de Wet hebben vastgelegd. Dat vond ik toen al en dat vind ik nu nog steeds. De tijd van vrijblijvendheid is voorbij en daarbij past een duidelijk wettelijk doel en concreet beleid met strakke sturing om de doelen te halen. Bovendien zijn we de Klimaatwet alweer aan het aanscherpen, zodat het doel van ten minste 55% CO2-reductie in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050 in de Wet wordt verankerd.’

U heeft een hoop werk te doen onder grote druk. Hoe laadt u thuis weer op? Wat geeft u energie?

‘Ik ben er inmiddels achter gekomen dat je in deze baan echt tijd moet inplannen om te ontspannen. Zelf geniet ik er heel erg van om in het weekend in de tuin bezig te zijn en daarna nog even te ontspannen met een goed boek. Ook ga ik vaak voor ik aan mijn werkdag begin sporten. Dat helpt mij ook om fit te blijven in deze baan, zowel fysiek als mentaal.’

U omarmde de term ‘klimaatdrammer’ als geuzennaam, en liet die weer los toen u minister werd. Welke bijnaam of typering wilt u verdiend hebben aan het eind van uw ministerschap?

‘Ik voel sterk dat ik er als minister voor alle Nederlanders moet zijn. Dus ook de Nederlanders die misschien in hun dagelijks leven minder met duurzaamheid bezig zijn. Dat betekent dat ik in deze rol soms wat minder hard zal roepen dan ik in mijn rol als fractievoorzitter gewend was. Hoe anderen mijn ministerschap na afloop van de rit typeren gaan we vanzelf wel zien, maar mij is het om de inhoud te doen. Als we terugkijkend over een aantal jaar kunnen zeggen dat in deze tijd de basis is gelegd voor de groene omslag in Nederland, dan is mijn ministerschap geslaagd.’

Zie ook

Nieuwe Energiewet wordt fundament van de energietransitie

€ 4,1 miljard toegekend aan duurzame projecten

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter