Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Van doelstelling naar actie met een minister voor Klimaat en Energie

Volgens klimaatwetenschappers hebben we tot 2030 om de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd drastisch te verminderen. Lukt dat niet, dan is in 2030 het tipping point bereikt waarna er geen weg meer terug is: een ketenreactie aan fenomenen zal plaatsvinden die de wereld onomkeerbaar zullen veranderen. De zeespiegel zal verder stijgen, we zullen meer te maken krijgen met droogte en overstromingen. Kortom, de tijd dringt. Volgens een rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) uit 2021 slagen vrijwel alle westerse landen er met de huidige inspanningen niet in om de doelstellingen te halen die zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord van Parijs. Ook Nederland niet. De wereldwijde afspraak om de uitstoot van broeikasgassen zodanig te verminderen dat de aarde niet meer dan 1.5 graden Celsius zal opwarmen, raakt buiten bereik als er niet snel meer actie wordt ondernomen. Maar er lijkt reden voor hoop. De urgentie van het klimaatprobleem krijgt meer, in ieder geval in woorden, aandacht, ook in Nederland. Zo heeft het nieuwe kabinet haar klimaatdoelstellingen opgeschroefd en komt er een minister voor Klimaat en Energie. In dit artikel beschrijven we wat deze doelstellingen zijn en wat we kunnen verwachten van de minister voor Klimaat en Energie.

24 januari 2022

Toenemende ambitie

Op 10 januari 2022 is het kabinet Rutte-IV beëdigd, met voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een minister voor Klimaat en Energie. Rob Jetten (34) van D66 mag deze post gaan vervullen. In een van zijn eerste optredens als beoogd minister maakte hij direct duidelijk wat de ambitie is: “Nederland gaat klimaatkampioen worden”. Met de doelstellingen uit het regeerakkoord kunnen aanzienlijke stappen worden gezet om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De ambitie is om in 2030 ten minste 55 procent minder broeikasgassen uit te stoten en te richten op 60 procent. Daarnaast wordt een bedrag van €35 miljard beschikbaar gesteld voor een klimaatfonds, waarmee duurzame investeringen kunnen worden gestimuleerd. Dit is een aanzienlijke verhoging van de klimaatdoelstellingen die zijn vastgelegd in het klimaatakkoord van 2019. Ook worden stappen gezet voor verdere emissiereductie na 2030, door de opschaling van hernieuwbare energie.

Sinds 2017 was Jetten Tweede Kamerlid, waar hij woordvoerder klimaat, energie en gas, democratische vernieuwingen, spoor en Economische Zaken was. Na anderhalf jaar werd hij in 2018 verkozen tot fractievoorzitter, waarmee hij Alexander Pechtold opvolgde. Daarvoor was hij tussen 2010 en 2017 raadslid en fractievoorzitter in de gemeenteraad van Nijmegen.

De nadrukkelijke aandacht voor Klimaat en Energie in het kabinet Rutte-IV getuigt van een toenemende aandacht voor klimaatverandering in de politiek. In 2014 werd het ministerie van Economische Zaken (EZ) onder het kabinet Rutte-II omgedoopt tot het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), waarbij de minister van EZK verantwoordelijk was voor klimaatbeleid. Toen in 2020 staatssecretaris Yesilgoz aantrad in het kabinet Rutte-III, werd de portefeuille Klimaat en Energie belegd bij één specifiek bewindspersoon. Haar voorganger, staatssecretaris Keijzer, was namelijk nog belast met MKB, digitalisering en mededinging, waarbij een specifiek mandaat voor Klimaat en Energie ontbrak en de minister van EZK deze portefeuille onder zich had. De praktijk zal moeten uitwijzen hoeveel invloed Jetten als minister zal hebben op het daadwerkelijk behalen van de klimaatdoelstellingen. Voor de uitvoering van zijn beleid is hij namelijk afhankelijk van een aantal collega’s.

Veelzijdige en complexe uitvoering

Jetten is gedeeltelijk afhankelijk van de minister van EZK, Micky Adriaansens, en gedeeltelijk van een aantal ambtsgenoten die door hun portefeuilles ook te maken hebben met klimaat en Energie. De afhankelijkheid van de minister van EZK komt door het verschil tussen een minister ‘van’ en een minister ‘voor’. Elk ministerie heeft een minister ‘van’. Dit is de eindverantwoordelijke voor het volledige departement. Daarnaast zijn er ministers ‘voor’. De formele term hiervoor is ‘minister zonder portefeuille’, wat simpelweg betekent dat de desbetreffende minister geen leiding heeft over het volledige ministerie maar verantwoordelijk is voor bepaalde onderwerpen binnen het ministerie. Ook heeft de minister ‘van’ de verantwoordelijkheid over de begroting van het ministerie, terwijl de minister ‘voor’ dit niet heeft. Concreet betekent dit dat minister Jetten de goedkeuring van minister Adriaansens nodig zal hebben voor beleidsmaatregelen waarvoor geld vrijgemaakt dient te worden.

Jetten is als minister voor Klimaat en Energie verantwoordelijk voor klimaatbeleid (klimaatverandering, luchtemissies industrie, emissierechten), de Nederlandse Emissieautoriteit Energiebeleid, het Klimaat- en transitiefonds van €35 miljard en het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA). Andere klimaat gerelateerde onderwerpen liggen bij andere bewindspersonen, zoals de verduurzaming van de landbouwsector en de woningbouw; deze liggen bij de minister voor Natuur en Stikstof en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Om de aangescherpte klimaatdoelstellingen uit het regeerakkoord te kunnen behalen, zal Jetten dan ook moeten samenwerken met andere ministers om een zo effectief mogelijk klimaatbeleid na te streven. Zo geeft het Planbureau voor de Leefomgeving aan dat de samenhang tussen de dossiers vraagt om samenwerking tussen de ministeries om tot effectieve maatregelen te komen. Dit gaat bijvoorbeeld over de relatie tussen de locatiekeuze voor stedelijke ontwikkeling, investeringen in infrastructuur en de gesteldheid van water en bodem in en rondom Natura 2000 gebieden. Zonder de benodigde onderlinge afstemming en zonder duidelijk afgebakende bevoegdheden of middelen en ambtelijke capaciteit, bieden de nieuwe ministersposten geen garantie voor effectief beleid.

Kanttekening

Op papier zullen de doelstellingen in het regeerakkoord ruim voldoende zijn om de afspraken in het klimaatakkoord van Parijs te halen. Nu moet de praktijk gaan uitwijzen of dit daadwerkelijk gaat lukken. Er zijn in ieder geval genoeg uitdagingen in het uit te voeren klimaatbeleid. Zo werd bijvoorbeeld afgelopen week duidelijk dat er ruim 45.000 technisch-opgeleide professionals te weinig zijn om de verduurzaming van de gebouwde omgeving in gang te zetten. Om de doelstelling van 60 procent minder broeikasemissie te halen, zal er snel actie moeten worden ondernomen om dit te verhelpen. Een tweede punt van aandacht is dat in het regeerakkoord geen duidelijke aanpak is voor internationale samenwerking om klimaatverandering tegen te gaan. Afgelopen najaar, tijdens COP26, wilde het demissionaire kabinet Rutte-III niet tekenen voor een intentieverklaring die pleit voor het stoppen met investeren in buitenlandse fossiele industrie. Terwijl hier wel een Kamermeerderheid voor had gestemd. En hoewel er nu een nieuw kabinet zit, is het niet duidelijk of een andere aanpak verwacht kan worden.

Er is reden om hoopvol te zijn. Nu is het aan Jetten om Nederland klimaatkampioen te maken.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter