‘Zet ze maar op zee!’, is nogal eens de reactie als het om windturbines gaat, ‘Daar is immers veel meer ruimte!’. Veel meer windenergie op zee? Ja, dat gaat zeker gebeuren. Veel meer ruimte op zee? Nee, ook op de Noordzee is het druk. Ruimte voor wind op zee is het passen en meten.

Het onderstaande artikel is een voorpublicatie uit de maarteditie van PONT, Vakblad Energie en Duurzaamheid. Schrijf je hier gratis in voor het vakblad.
Inmiddels draaien er op het Nederlandse deel van de Noordzee vijf windparken met een vermogen van 4,7 gigawatt (GW), twee zijn nog in aanbouw. Er wordt verder gewerkt aan een Routekaart, die tot 21 GW moet leiden en concrete locaties hiervoor aangeeft (figuur 1). Voor 2040 is er een doelstelling van 40 GW en het Programma Noordzee 2022-2027 (Partiële Herziening) wijst daar twee locaties voor aan, Doordewind en het Zoekgebied 6/7. Voor 2050 is er een ambitie van 70 GW, zoals geformuleerd onder het kabinet Rutte IV.
De Noordzee is groter dan het Nederlands deel en bovendien kent Europa meerdere zeeën, ook de Oostzee en de Ierse zee. Tien landen, inclusief het VK, werken samen in de North Seas Energy Cooperation (NSEC). De Europese ambitie voor 2050 is 300 GW, een ministersconferentie in januari heeft 100 GW als eerste concreet tussendoel bekrachtigd. Inmiddels staat er zo’n 33 GW en is er een gezamenlijke tenderplanning die voor 2033 een additionele ontwikkeling van ruim 100 GW laat zien (figuur 2).
Maar, zoals gezegd, de Noordzee is niet leeg, het is er druk. Tal van andere belangen hebben ook een ruimteclaim. Allereerst is er de scheepvaart en visserij. Maar ook natuurorganisaties, die het behoud én de versterking van natuur en zeeleven bepleiten. Het Programma Noordzee kent een heel hoofdstuk over ‘afweegkaders’ en noemt daarin ook de zandwinning, stroom- en datakabels, recreatievaart en cultureel erfgoed. En Defensie klopt nu extra hard op de deur gezien de geopolitieke ontwikkelingen.
We spreken Emiel van der Haar erover, hij is specialist wind op zee van de wind-brancheorganisatie NedZero (voorheen NWEA): “De druk op de ruimte op zee is enorm groot, van verschillende kanten. Daar komt Defensie nu extra bij. Het gebied ten noorden van de Wadden, Zoekgebied 4, valt voor energie-opwek al af omdat Defensie daar oefent. De windlocatie Lagelander is door het kabinet Schoof geschrapt vanwege visserij en defensie. En in het Zoekgebied 6/7 voor de extra windenergie richting 2040 zullen vast ook andere partijen ruimte opeisen, misschien weer Defensie.”
Het is dus passen en meten op de Noordzee. Bovendien was wind op zee een nieuwkomer te midden van veel gevestigde belangen. Dat leidde in 2020 tot het Noordzeeakkoord tussen de visserijsector, natuurorganisaties en de windsector. Bestuurlijk ging een Noordzeeoverleg van start, met de genoemde sectoren en de overheid. Waarschijnlijk zal Defensie binnenkort daar ook nog eens apart aanschuiven. Het overleg gaat over scheiden en combineren. Ruimtelijk worden op de Noordzee aparte locaties aangewezen als specifiek natuurgebied, viszone of windenergiekavel. Maar veel aandacht gaat ook uit naar meervoudig ruimtegebruik. Windenergie en natuur kunnen heel goed samengaan, windparken vormen rustzones voor zeeleven omdat er geen scheepvaart is, of bodemberoerende visserij en de funderingen van windturbines kunnen vaste leeflocaties voor vissen en krabben vormen. Ecologie is opgenomen in de tendercriteria voor nieuwe windparken, met concrete voorschriften voor de aanleg. Daarnaast is in aangelegde windparken medegebruik mogelijk, een windpark kent daartoe een zogenaamd Gebiedspaspoort. Natuuraanleg, zeewierteelt, passieve visserij (krab, kreeft) en drijvende zonneparken horen tot de mogelijkheden. Natuurorganisaties hebben het programma De Rijke Noordzee gestart, dat in verschillende windparken natuurontwikkeling vormgeeft. En het windpark op de locatie Hollandse Kust West wordt zelfs gerealiseerd onder de naam Ecowende.
“In het volgende Programma Noordzee wil men ook nieuwe vormen van medegebruik opnemen”, vertelt Van der Haar. “Op de locatie Doordewind wil men zelfs vormen van actieve, bodemberoerende visserij uitproberen, dat wordt nu onderzocht. Als NedZero steunen we in principe dat soort innovaties, maar het moet natuurlijk wel veilig, haalbaar en betaalbaar kunnen.”
Met de Routekaart (21 GW) en de locatie Doordewind (2 GW) en de Zoeklocatie 6/7 (19-21 GW) lijkt het doel van 40GW in 2040 haalbaar, maar zoals gezegd: de druk is hoog en ruimtelijk mag er geen spaak in het wiel komen. Momenteel ligt de druk echter elders, namelijk bij de politiek en de businesscase. De ambitie van 50 GW in 2040 is door het kabinet Schoof afgezwakt tot 30 à 40 GW. Er werd voorrang gegeven aan de belangen van de visserij.
Onzekerheid in de markt heeft vervolgens geleid tot een mislukte tender in 2025: er kwamen geen biedingen. Het beleid beperkt zich nu in 2026 tot één tender. Rentestijging en hogere materiaalprijzen hebben de businesscase verder onder druk gezet en in reactie gaat het tenderbeleid weer over tot subsidiëring, in plaats van de financiële bijdrage die bij de laatste tenders werd gevraagd van de ontwikkelaar.
Het subsidiebudget is dit jaar dus maar voor één tender toereikend. Van der Haar licht toe: “De marktsituatie is inderdaad sterk veranderd, rente is hoger en staal is duurder geworden. Maar ook medegebruik kan makkelijk tot kostenstijging leiden, doordat je kabels dieper moet ingraven of doordat schaderisico tot hogere verzekeringspremies leidt. We willen graag meewerken aan medegebruik, maar het moet geen stapeling van kosten worden.
Samenvattend stelt Van der Haar: “Windenergie wordt nu beschouwd als pijler van het nieuwe energiesysteem. De windsector deelt die grote ambitie, maar dan hebben we wel de ruimte nodig. We willen graag samenwerken en staan positief tegenover meervoudig ruimtegebruik. Maar het moet allemaal wel behapbaar en betaalbaar blijven.”
