Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Behalve de rechtsvraag of er sprake is van een afvalstof of een grondstof (hoofdstuk 11), levert de vraag of er sprake is een handeling ten behoeve van nuttige toepassing dan wel een verwijderingshandeling, in het afvalstoffenrecht de nodige hoofdbrekens op. Deze vraag is vooral van belang bij de export en import van afvalstoffen, waar in het hiernavolgende hoofdstuk op wordt ingegaan. Het maken van een onderscheid tussen verwijdering en nuttige toepassing is in de praktijk vaak lastig, omdat de criteria niet altijd zijn uitgekristalliseerd. Voor procedures op grond van de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) is dit onderscheid relevant, omdat de mogelijkheden voor een lidstaat om bezwaar te maken tegen een verwijderingshandeling (of deze te verbieden) aanzienlijk groter zijn dan bij een handeling van nuttige toepassing. Daarnaast is het ook voor de vraag of er al dan niet sprake is van een milieubelastende activiteit (mba) op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving en voor de administratieve verplichtingen, bij onder meer transport en acceptatie, van belang om te weten of er sprake is van verwijderingshandelingen of handelingen van nuttige toepassing.

Nadat kort is ingegaan op het onderscheid tussen nuttige toepassing en verwijdering (paragraaf 12.2) wordt de kwestie besproken, welke handeling bij de indeling bepalend is (paragraaf 12.3). In paragraaf 12.4 wordt besproken welke onderdelen van het LAP3 relevant zijn bij de vraag of er sprake is van nuttige toepassing of verwijdering. In paragraaf 12.5 zijn enkele voorbeelden uit de jurisprudentie opgenomen.