Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

De lessen van (bijna) 100 Transitievisies Warmte

We kijken terug op een enorm leerzame periode van vier jaar lang werken aan Transitievisies Warmte. De warmtetransitie staat inmiddels bij elke gemeente hoog op de agenda en op verschillende plekken wordt al volop gewerkt aan de volgende stappen richting uitvoering. In de volgende blog gaan we in op de fase waarin we ons nu bevinden en op de toekomst.

7 december 2021

De afgelopen vier jaar hebben we in opdracht van gemeenten door het hele land zo’n 100 Transitievisies Warmte mogen schrijven. Het heeft ons veel gebracht: Over Morgen kent de warmtetransitie in Nederland nu door en door. Welke lessen kunnen we trekken uit die 100 trajecten en zorgen we ervoor dat de warmtetransitie een succes wordt?

Hoe begon het allemaal met die transitievisie warmte?

Het is 25 juni 2018. De Nijmeegse Warmtevisie wordt op feestelijke wijze gepresenteerd. Over Morgen heeft samen met de gemeente, woningcorporaties, netbeheerder en warmtebedrijven intensief gewerkt aan dit stuk. We zijn trots, want met deze Warmtevisie worden de eerste Nijmeegse wijken geselecteerd om te starten met de route naar aardgasvrij. De transitie naar duurzaam verwarmen krijgt focus.

Eigenlijk zou elke gemeente zo’n visie moeten opstellen, vinden we. Een paar maanden later hebben onderhandelaars in Den Haag dezelfde gedachte. In de contouren van het nationale Klimaatakkoord zien we de term “Transitievisie Warmte” verschijnen. Aan de naam moeten we even wennen. Maar we realiseren ons ook: heel veel gemeenten zullen nu in beweging moeten komen.

We beginnen optimistisch en ambitieus

Na het sluiten van het akkoord van Parijs en later het Nederlandse Klimaatakkoord, heerste er een breed gedeeld optimisme. De eerste gemeenten waarmee we Transitievisies Warmte opstelden wilden voortvarend aan de slag. En hoewel we natuurlijk al wisten dat de warmtetransitie (nog) niet woonlastenneutraal was en dat er op het gebied van wetgeving nog wat geregeld moest worden, heerste zowel bij gemeenten als bij ons de overtuiging dat dit slechts tijdelijk zou zijn.

De betaalbaarheid, die zou binnen een paar jaar wel opgelost worden. Dit optimisme leidde tot ambitieuze visies, opgesteld vanuit het vertrouwen dat randvoorwaarden snel in orde zouden zijn. Die houding is de laatste jaren veranderd. Gemeenten zien in de praktijk, bijvoorbeeld in de proeftuinen, hoe complex de warmtetransitie is. Bovendien zijn de kaders voor het realiseren van een transitie die “haalbaar en betaalbaar” is nog steeds verre van ingevuld.

Optimisme maakt plaats voor realisme

We zien daarom een trend richting iets minder optimistische en meer realistische transitievisies: minder startwijken met het einddoel aardgasvrij in het vizier, maar veel meer focus op een aanpak gericht op de tussenstappen isoleren en hybride.

Een einddatum van 2030 voor de eerste volledig aardgasvrije wijken zien we in bijna geen gemeente meer terug. Isolatie en de hybride strategie gaan daarentegen voor 2030 veel meer een boost krijgen, zeker als dat ondersteund wordt door een sterk Nationaal Isolatieprogramma vanuit het Rijk. Door de oogharen kijkend gaan we dus minder aardgasvrije wijken in 2030 zien dan in het Klimaatakkoord als doel is gesteld, maar meer CO2-besparing verspreid over de gebouwde omgeving.

Verschillende sporen volgen

Een ander punt waar we een verandering in hebben gezien, is de initiële focus van het Klimaatakkoord op een wijkgerichte aanpak. Die is namelijk niet overal een noodzaak, hebben we ingezien. In de recentere Transitievisies Warmte hebben we duidelijk onderscheid gemaakt tussen verschillende sporen:

Voor een collectieve oplossing (warmtenet) is een wijk- of gebiedsgerichte aanpak zoals het Klimaatakkoord voorschrijft, essentieel. Een wijkuitvoeringsplan gelinkt aan omgevingsinstrumenten, met als doel een gelijktijdige overstap op het warmtenet, is dan een logische route.

Daarnaast zien we een ander spoor ontstaan richting het stimuleren van individuele maatregelen (isolatie, hybride warmtepompen en elektrische warmtepompen). Die maatregelen worden veel meer op individueel niveau, op natuurlijke momenten, door de eigenaar genomen. Dus niet door een hele wijk tegelijkertijd.

Samen met gemeenten ontwikkelen we nieuwe manieren om strategie op het gebied van isolatie, hybride warmtepompen en elektrische warmtepompen aan te scherpen. Dat doen we bijvoorbeeld door logische doelgroep-maatregelcombinaties in beeld te brengen. Dat kan leiden tot zowel wijkgerichte als doelgroepgerichte aanpakken om individuele maatregelen te stimuleren.

Nu moet het Rijk over de brug komen

We noemden het hierboven al kort: optimisme heeft ruimte gemaakt voor realisme. Is dat erg? Zeker niet, want het betekent dat wij samen met gemeenten, bewoners, woningcorporaties en netbeheerders in korte tijd volwassener zijn geworden in ons denken over de warmtetransitie. We weten dat de opgave enorm is, maar we werken intensief samen en leren cruciale lessen om de opgave daadwerkelijk te realiseren. Onder dat realisme zit dus wel degelijk de vastberadenheid om stappen te maken.

Maar om de komende jaren echt stappen te zetten is het cruciaal dat het Rijk over de brug komt. Gemeenten hebben de eerste stap gezet, door de visies op te stellen die gaan helpen wijken en woningen van het aardgas af te halen. Voor de uitvoering zijn drie zaken cruciaal die vanuit het Rijk al een tijd lang verwacht worden:

  • Capaciteit bij gemeenten om het intensieve traject richting wijkuitvoeringsplannen en aanpakken voor individuele maatregelen vorm te kunnen geven. En daarnaast uiteraard ook capaciteit voor de uitvoering zelf!

  • Financiële middelen en instrumenten om de betaalbaarheid van de warmtetransitie te verbeteren

  • Inwerkingtreding van de nieuwe Warmtewet waarmee gemeenten veel meer sturing kunnen geven aan warmteprojecten, gecombineerd met Omgevingswetinstrumenten

In een volgende blog, waarin we vooruit zullen kijken naar de uitvoeringsfase die voor ons ligt nu de Transitievisies Warmte vastgesteld zijn, gaan we uitgebreider in op de verschillende kansen en uitdagingen voor het vervolg.

Verschuivingen in onze eigen aanpak

De aanpak die wij bij Over Morgen hanteerden in de beginfase is in de basis hetzelfde gebleven. Zowel aan het begin als het eind maakten we onze visies op basis van een gedegen technisch-financiële analyses, waarbij we steeds meerdere modellen die beschikbaar kwamen naast elkaar legden.

We betrokken vroeg in het proces interne stakeholders zoals de gemeentelijke afdelingen Ruimtelijke Ordening en Wonen en externe stakeholders zoals woningcorporaties en netbeheerders. Ook het gesprek met bewoners en het bieden van handvatten voor de uitvoering zijn belangrijke onderdelen gebleven van onze aanpak. Toch hebben we onze aanpak, terugkijkend, op onderdelen zien veranderen:

  1. Van ’startwijken’ naar ’transitiepaden’: voor gemeenten met weinig kansen om wijkgericht aan de slag te gaan met het einddoel aardgasvrij (landelijke gemeenten met weinig hoogbouw), ligt het veel meer voor de hand om een transitiepad per wijk te bepalen. Daarmee bieden we handelingsperspectief om nu al aan de slag te gaan. Zo kan je op meerdere plekken tegelijk al stappen maken, zonder dat er direct overduidelijke startwijken aanwezig zijn.

  2. Concrete vervolgstappen: “Wat zijn de eerste stappen die we moeten nemen in de wijkaanpak?” “Ga ik eerst gemeentebreed communiceren of juist specifiek per gebied?” “Hoe breng ik mijn organisatie op orde om de warmtetransitie aan te kunnen?” Steeds meer kregen wij tijdens transitievisies warmte trajecten dit soort vragen van onze opdrachtgevers. Tegelijkertijd deden wij als Over Morgen ook meer ervaring op in deze vervolgstappen. Dat leidde tot steeds uitgebreidere en concretere uitvoeringsstrategieën als onderdeel van de Transitievisies Warmte.

  3. Het gesprek met inwoners werd volwassener. Hoe meer de warmtetransitie in het nieuws kwam, hoe meer ook de basiskennis én de gevoeligheid van het onderwerp groeide. Bewonersavonden gingen niet meer over de vragen: wat is de warmtetransitie en waarom moet dit? Maar: hoe gaan we dit doen, wanneer ben ik aan de beurt, wat wordt de overlast in mijn huis en – uiteraard de meest gestelde vraag van allemaal – hoe zorgen we dat het betaalbaar is?

Verschillende gemeenten, verschillende uitkomsten

Is het nog wel leuk om wéér aan een nieuwe TVW te werken? Die vraag kregen we de afgelopen tijd regelmatig. Het antwoord is ja! Elke gemeente, elke regio en elke situatie is anders. Een TVW in een landelijke gemeente biedt een compleet ander perspectief dan een TVW in een stedelijke omgeving met veel kansen voor warmtenetten.

De politieke kleur en het sentiment onder bewoners verschilt ook enorm per gemeente. De kunst is om in elke situatie toch tot een verhaal en ambitieniveau te komen waar mensen zich in kunnen vinden. Wat ons vooral bijblijft is dat elke groep stakeholders waarmee we samen de visies opstelden een eigen dynamiek had. Dat was niet alleen leerzaam en betekenisvol, maar meestal ook heel gezellig.

Hoe nu verder?

Na vier jaar TVW’s hebben we heel veel zin om nu nog meer de stap richting uitvoering te zetten, bijvoorbeeld met wijkaanpakken en isolatiestrategieën. Die fase zal minstens net zo leerzaam zijn en we doen nu als Over Morgen samen met gemeenten al op verschillende plekken de eerste ervaringen op.

We zien nu al belangrijke knelpunten terugkomen die opgelost moeten worden om de stap naar uitvoering in elke gemeente tot een succes te maken. Onder andere op het gebied van capaciteit en inrichting van de gemeentelijke organisatie. Hoe bereid je je hier als gemeente goed op voor? Hier gaan we in een volgende blog nader op in.

Zie ook

Brandbrief naar te formeren kabinet om zorgen over de energietransitie

Reacties

Laat een reactie achter