Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Kunstenaar Hans Kalliwoda maakt van de Amsterdamse binnenstad een natuurreservaat voor wilde bijen

Gemeente Amsterdam wil door een teveel aan honingbijen alle bijenkasten in de stad gaan registreren. De Amsterdamse honingbij zou de wilde bij, die aan de basis van onze biodiversiteit staat, kunnen gaan verdringen. Kunstenaar Hans Kalliwoda heeft in Amsterdam verschillende bijentotems die de wilde bij onder de aandacht moet brengen. Volgens Kalliwoda werken het beleid en het economische systeem met korte termijngedachten en wordt er niet gedacht aan de volgende generaties. Met zijn BeeTotems for RefuBees draagt hij niet alleen bij aan de versterking van de populatie wilde bijen in Amsterdam maar vraagt hij ook aandacht voor een circulaire en holistische kijk op biodiversiteit en sociale samenhang in de buurt. Klimaatweb ging met hem in gesprek over de wilde bijenpopulatie in Nederland, hoe inwoners bij oplossingen betrokken moeten worden en het belang van internationale kennisuitwisseling over biodiversiteit.

2 augustus 2022

Hans Kalliwoda, foto door Rodolfo Vejar

Ecologische uitdagingen

In Nederland staat meer dan de helft van de bijensoorten op de rode lijst omdat ze in een bepaalde mate zijn verdwenen of met uitsterven worden bedreigd. ‘De wilde bij is voor onze biodiversiteit erg belangrijk. Door landbouwbeleid en pesticiden hebben bijen op het platteland geen kansen meer’. Kalliwoda heeft in 2014 een symposium georganiseerd om te kijken naar kansen om van de Amsterdamse binnenstad een natuurreservaat te maken. ‘Na dit symposium was het duidelijk dat we alle soorten verschillende bijen moeten koesteren en onderbrengen, daarom heet het project ook Beetotems voor RefuBees.’

‘Uit onderzoek blijkt dat wilde bijen in de binnenstad al toevlucht gezocht hebben vanuit het platteland. De hoeveelheid en het aantal verschillende soorten die in amsterdam te vinden zijn, zijn in 15 jaar enorm toegenomen. Dit komt grotendeels door Neonicotinoids en Glyfosaats, pesticiden die we al 50 tot 60 jaar gebruiken. Deze pesticiden zijn in het grondwater terecht gekomen en deze verzwakken de bij. De Europese Commissie heeft Neonicotinoids op land wel verboden, maar in kassen kan veel nog gebruikt worden. Daarnaast is het moeilijk te controleren van wie de pesticiden komen.’

In Amsterdam zijn meer dan 100 verschillende soorten bijen, iedere bij heeft een specifieke voorkeur voor specifieke soorten planten. Dit zou betekenen dat er meer dan 100 verschillende plantensoorten aangeplant moeten worden. Kalliwoda zou graag zien dat er meer onderzoek naar gedaan wordt en dat steden hun kennis ook implementeren. ‘Elke bij heeft een eigen behoefte, veel mensen denken dat iedere bij zomaar een bijenhotel in gaat, maar ze weten de specifieke behoeften niet. Tweederde van de wilde bijen leven in de grond, de kwaliteit van zand en klei zijn dan ook belangrijk. Ook is er voor sommige bijen een limiet aan de afstand van voedsel tot nest, daar zit ook weer een hele wetenschap achter.’

De achteruitgang is niet alleen te zien bij de wilde bij en ook niet alleen in Nederland. Volgens Duits onderzoek in 63 natuurparken blijkt dat er in 27 jaar meer dan 75 procent van de biomassa aan vliegende insecten verloren is gegaan. Als interventiekunstenaar en co-director van het TUDelft Urban Ecology programma richt Kalliwoda zich ook op het samenbrengen van academici en specialisten om kennis hierover te delen. Zo organiseert hij volgend jaar het symposium ‘Inner Cities for RefuBees’ waarmee hij hoopt inzichten uit verschillende culturen en milieus 'van Gotenburg tot Thessaloniki’ te verzamelen. ‘Overal staan we voor de zelfde uitdaging, het is een race tegen de klok om werkende methodes te vinden om alle soorten bijen te redden.’

Honingbijen als businessplan

In de jaren 2000 ging de populatie honingbijen hard achteruit door de bijenverdwijnziekte, imkers troffen in het voorjaar lege bijenkasten aan. Dit kwam onder andere door de Varroamijt die de honingbij verzwakt. In die tijd gingen imkers de honingbij in de stad houden, omdat er op het platteland vooral monocultuur was. Kalliwoda; ‘Honingbijen deden het beter in de stad om dat daar aan de planten op balkons en tuinen het hele jaar meer voedsel te vinden was en deze bijen niet heel specifiek zijn in hun voedselkeuze. Ik had ook honingbijen op het dak omdat ik me in wilde zetten voor een goed doel. Zo waren er ook ZZP’ers die dit deden. Er werd subsidie gegeven als je geld kon verdienen aan deze hobby, zoals het maken van honing.’

De gemeente Amsterdam wil nu bijenkasten gaan registreren omdat er te veel honingbijen zijn die de wilde bij verdringen. ‘Uiteindelijk beseffen ambtenaren ook dat honingbijen niet goed zijn voor de biodiversiteit van de wilde bijen’, zegt Kalliwoda. ‘Wat ik jammer vind is dat er gewoon nieuwe regels komen in plaats van uitleg en voorlichting over de wetenschap van waarom het zo is. Mensen moeten begrijpen waarom ze moeten bijdragen aan de biodiversiteit, dan kan de verantwoordelijkheid ook bij hun neergelegd worden. Dan gaan ze het ook met liefde doen.’

De bijentotem als holistische oplossing

Verdeeld over Amsterdam staan verschillende Beetotems for Refubees, bedacht om de populatie wilde bijen te versterken en daarmee de biodiversiteit in de stad te vergroten. Elke Beetotem is geweid aan een specifieke bijensoort met specifieke planten waar die soort van kan leven. Door middel van een stoeptegel met QR-code is informatie te vinden over de totem en hoe een inwoner zelf kan bijdragen aan het herstel van die bijensoort. De structuur van de bijentotem wordt 3D-geprint met gerecycled plastic. Bovenop de totem bevindt zich een realistische 3D-print van de specifieke bijensoort. Kalliwoda: ‘Met een opgezette bij van Naturalis ga ik naar de universiteit in Darmstadt. Die hebben de meest nauwkeurige 3D-scan apparatuur. Met 28.000 foto’s kan de bij 12.000 keer vergroot worden. Deze 3D-geprinte bij komt boven op de totem te staan.’

In het midden van de bijtentotem zit een buis waarin mensen hun biologische gft-afval kunnen gooien. Wormen breken dit af en zorgen voor nutriënten voor de planten, waardoor de pollen en nectar van betere kwaliteit ontstaan, wat de bijen weer sterker maakt. Het idee van Kalliwoda is dat de buurt mee doet en ook bepaalde bloemen op hun balkon planten om die specifieke bij aan te trekken. Kalliwoda; ‘Ik denk dat je mensen moet betrekken en ze het zo makkelijk mogelijk moet maken om mee te doen. Deze circulaire en holistische aanpak helpt mensen hopelijk om van gedachten te veranderen.’

Sociaal-ecologische verantwoordelijkheid

Volgens Kalliwoda is er veel onwetendheid over biodiversiteit bij de burger, hoveniers en bij de gemeente. ‘Mensen die bij-vriendelijk denken te planten weten vaak eigenlijk niet waar ze mee bezig zijn. Tijdens het project begon ik ook te snappen dat hoveniers een andere kijk hebben op groen en dat biodiversiteit vaak niet op één staat. De mensen in de stad moeten het heft in eigen handen nemen.’ Daarom is volgens hem het sociale aspect zo belangrijk, maar een integrale visie die bewoners en biodiversiteit samenbrengt mist. ‘Een ecoloog snapt praktisch gezien vaak niet hoe ze het sociale aspect kunnen inrichten, ik probeer als kunstenaar interdisciplinair te kijken naar het probleem. Bij iedere totem evalueer ik en ga ik in gesprek over wat fout is gegaan en hoe het beter kan. Het is een proces.’ De totems moeten volgens Kalliwoda een bepaalde saamhorigheid uitstralen, zodat de natuur en de groep mensen eromheen snappen dat ze met iets kostbaars en belangrijks bezig zijn.

Bewustzijn en draagvlak zijn volgens Kalliwoda erg belangrijk, zo is hij is enthousiast over een referendum voor biodiversiteit dat in 2019 in de Duitse deelstaat Beieren heeft plaatsgevonden. 1,7 van de 9,5 miljoen mensen hebben zich uitgelaten over het beschermen van de biodiversiteit in de deelstaat. Volgens Kalliwoda ‘de enige plek in Europa waar het draavlak voor milieu is gemeten’. En met succes, op 1 augustus 2019 zijn ingrijpende wijzigingen in de Beierse natuurbeschermingswet in werking getreden. Kalliwoda: ‘Het is belangrijk dat dit ook bij de politiek terecht komt omdat veel ambtenaren projecten zoals de BeeTotem lastig maken, bijvoorbeeld om financiële redenen of de angst voor vandalisme.’

Werken de totems?

Hoe doen de totems het tot nu toe en trekken ze ook echt die specifieke bij aan? Kalliwoda; ‘Het BeeTotems for Refubees project biedt de mogelijkheid voor onderkomen en voedsel voor een specifieke bijensoort. Het is moeilijk te zeggen of die specifieke bij zich er ook bevindt. Daar zou onderzoek naar gedaan moeten worden, wat geld kost. Er komen veel verschillende soorten bijen op af, dus de kans is groot dat die ertussen zit.’

Op één plek gaat het minder goed met de totem en op een andere gaat het heel goed. Kalliwoda blijft manieren bedenken om de buurt aan het project te binden; ‘de volgende stap is om de kinderen in de buurt aan te moedigen plastic te verzamelen en dat gebruiken om een totem te maken. Ik wil dat het van hun is. We moeten proberen de verantwoording aan de mensen terug te geven. We moeten belang en verantwoording bij de buurt leggen en een community creëren. Mensen moeten snappen dat ze deel zijn van elkaar en van de natuur.’

Zie ook

Kruidenrijk graslandcampagne zorgt voor ‘revolutie onder melkveehouders’

Stikstofprofessor Jan Willem Erisman: ‘Intrinsieke motivatie is nodig voor systeemverandering’

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter