Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Nieuwe Europese richtlijn impuls voor verduurzaming gebouwde omgeving

19 augustus 2021

Nadat het Europees Parlement en de Europese Raad de Europese Klimaatwet hebben aangenomen, ligt de doelstelling van een klimaatneutrale EU in 2050 vast in wetgeving. De Klimaatwet bevat daarnaast het bindende tussendoel de netto-emissie van broeikasgassen in 2030 met ten minste 55% te reduceren ten opzichte van 1990. Om deze laatste doelstelling te kunnen bewerkstelligen heeft de Europese Commissie op 14 juli jl., als aanvulling op de eerder gesloten Green Deal, het zogenoemde ‘Fit for 55’-pakket geïntroduceerd.

Dit pakket bestaat uit een tiental wetsvoorstellen, waaronder de aanscherping van de Europese Richtlijn voor hernieuwbare energie (de Renewable Energy Directive). In 2030 moet 40% van de energie uit hernieuwbare bronnen komen, in plaats van het eerder gestelde 32%. De richtlijn omvat daartoe specifieke streefcijfers voor verschillende sectoren, waaronder industrie en vervoer. Dit blogbericht gaat nader in op de in die richtlijn uitgewerkte plannen voor hernieuwbare energie in de gebouwde omgeving.

Streefcijfers

Gebouwen dragen voor 40% bij aan de energieconsumptie en zijn verantwoordelijk voor 36% van de energie-gerelateerde broeikasgasuitstoot. De emissiereductie in deze sector is tot nu toe onvoldoende gebleken en de CO₂-uitstoot daalt er nog nauwelijks. Het doel van de aangescherpte Renewable Energy Directive is daarom gebouwen energie-efficiënter te maken en per 2030 een aandeel van minstens 49% hernieuwbare energie in het energieverbruik van gebouwen te realiseren. Waar het gaat om verwarming en koeling van gebouwen is het streven het aandeel hernieuwbare energie jaarlijks met 1.1 procentpunt te laten toenemen.

Om deze doelstellingen te behalen schrijft de richtlijn voor dat lidstaten eigen nationale streefcijfers stellen, en daartoe regels opnemen in hun bouwvoorschriften en –codes. Waar van toepassing stellen de lidstaten minimumwaarden die in lijn zijn met de Richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen. Deze minimumniveaus kunnen onder meer worden behaald door het hanteren van energie-efficiëntere verwarmings- en koelsystemen. Ook spreekt de richtlijn over het stellen van nationale maatregelen ten aanzien van zogenaamde hernieuwbare energiegemeenschappen, waarin burgers op lokaal niveau kunnen meedenken over de vormgeving van de energietransitie.

Publieke gebouwen op nationaal, regionaal en lokaal niveau dienen ten aanzien van hernieuwbare energie een voorbeeldfunctie te vervullen. De vernieuwde richtlijn voorziet dan ook in specifieke energiebesparingsmaatregelen voor de publieke sector, waarbij het onder meer gaat om de aangescherpte verplichting om 3% van de overheidsgebouwen te renoveren. Ook kunnen de lidstaten onder meer toestaan dat de daken van openbare of publiek-private gebouwen door derden worden gebruikt om op hun beurt energie uit hernieuwbare bronnen te produceren.

Emissiehandelssysteem

Daarnaast gaat met de gewijzigde richtlijn het Europese Emission Trading System (ETS) vanaf 2026 ook gebouwen omvatten. De ETS-markt voor gebouwen, waarop een beperkt aantal broeikasgasemissierechten kunnen worden verhandeld tussen vragers en aanbieders, zal zich voor de gebouwde omgeving op energieleveranciers gaan richten die daarmee aldus de verantwoordelijkheid dragen voor de CO₂-reductie, het investeren in hernieuwbare energie en het energie-efficiënter maken van gebouwen. Voor de gebouwde omgeving wordt daartoe een apart ETS opgetuigd waarbij op termijn ook daadwerkelijk emissierechten komen te vervallen zodat de uitstoot van broeikasgassen verder wordt teruggedrongen.

Social Climate Fund

De opbrengst die met de ETS-markt voor gebouwen gepaard zal gaan wordt vervolgens gebruikt voor een nieuw op te richten Social Climate Fund. Dit fonds moet energie-armoede tegengaan door financiële steun te bieden aan kwetsbare huishoudens en kleinere ondernemingen die worden geconfronteerd met extra kosten als gevolg van de energietransitie, bijvoorbeeld stijgende fossiele brandstofprijzen. Het fonds zal in de periode 2025 tot 2032 een bedrag van 72,2 miljard euro vrijmaken voor onder andere de renovatie van gebouwen en inkomenssteun.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter