Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Staatssecretaris van Veldhoven: “Zonder circulaire economie gaan we de Parijsdoelen niet halen”

Stientje van Veldhoven heeft als staatssecretaris Infrastructuur en Waterstaat onder andere de circulaire economie in haar portefeuille. Maar wat houdt de circulaire economie nu eigenlijk in? Dat Nederland klimaatneutraal wil zijn in 2050 is algemeen bekend. Maar dat dit ook een volledig circulaire economie inhoudt geniet minder bekendheid. Het is belangrijk om deze doelen met elkaar te verbinden, zo stelt ook van Veldhoven: “Zonder een circulaire economie gaan we de Parijsdoelen niet halen.”

23 juni 2021

 
Van Veldhoven houdt zich al sinds haar komst in de Kamer in 2010 bezig met dit onderwerp. Toen was men er nog niet mee bezig, het werd gezien als ‘een hobby van de milieuwoordvoerders’. Ondertussen is het stevig verankerd in het kabinetsbeleid. Klimaatweb spreekt met de staatssecretaris over de vraag wat de transitie naar circulariteit inhoudt en welke wet- en regelgeving, maar ook gedragsverandering hiervoor nodig is.

Wat houdt de circulaire economie in volgens u?

“Elk jaar wordt de Earth Overshoot Day berekend. In Nederland viel deze dag vorig jaar op 3 mei, en dit jaar al op 27 april. Op die dag hebben we alle grondstoffen gebruikt die de aarde in een jaar bij maakt. De rest van het jaar teren we in feite op toekomstige generaties. Als je dat koppelt aan de groeiende wereldbevolking naar 10 miljard, dan hebben we in de toekomst drie aardbollen nodig aan grondstoffen. Die zijn er gewoon niet.”  

Gebruiken vs. verbruiken

“De circulaire economie gaat daarom over het gebruiken van grondstoffen, in plaats van verbruiken. Tot nu toe is onze economie op het verbruik van grondstoffen gericht: je koopt iets, gebruikt het en gooit het dan weer weg en koopt iets nieuws. Circulaire economie gaat over het blijven gebruiken, zonder te verbruiken. Zo houd je grondstoffen in de kringloop, voorkomen we milieuvervuiling en groeiende afvalbergen aan de ene kant, en een groeiend tekort aan grondstoffen aan de andere kant. Gebruiken kan op verschillende manieren, door een deeleconomie bijvoorbeeld. Een auto staat het grootste deel van de dag stil. Waarom zou je al die grondstoffen in blikjes voor de deuren zetten? Daarnaast heeft het ook te maken met hoe producten worden ontworpen, zodat ze makkelijk uit elkaar kunnen worden gehaald of gerepareerd in plaats van weggegooid. Op die manier hoeven die grondstoffen niet gestort of verbrand te worden.”  

Gedragsverandering

“Belangrijke onderdelen hiervan zijn bewustzijn en gedragsverandering. We gaan de grondstoffen opnieuw minen;mining the society’. Dat kan goedkoop en efficiënt als we allemaal netjes onze grondstoffen scheiden. Het wordt duurder wanneer allerlei stoffen worden gemixt of als de producten slecht zijn ontworpen. De keuze van de consument om bijvoorbeeld afval te scheiden en bepaalde producten niet te kopen kan het makkelijker maken om grondstoffen op een hoogwaardige manier weer te gebruiken, en naar die circulaire economie toe te gaan.”  

Volgens het PBL is er ook meer ‘dwang en drang’ nodig . Op welke manier?

“Het is de vraag of de consument straks nog een keuze moet hebben tussen een flesje dat recyclebaar is of niet. Ik vind van niet. Dat is precies waar die drang en dwang over gaat: de standaard in de markt veranderen. “Daarvoor hebben we bijvoorbeeld de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Waarbij producenten verantwoordelijk worden voor het weer terughalen van de producten die zij op de markt zetten. Afgelopen jaren zijn hier flinke stappen mee gemaakt. Ook is er statiegeld ingevoerd op zowel blikjes als flesjes. Vanaf 2023 is er bovendien een UPV voor kleding en textiel. Op allerlei manieren werken we dus aan die UPV’s zodat er een incentive ontstaat voor producenten om dingen op de markt te zetten die daarna ook weer goed uit elkaar te halen of te hergebruiken zijn.” “Dat doen we onder andere via tariefdifferentiatie, een mooi voorbeeld daarvan zijn verpakkingen. Als producent moet je betalen voor elke verpakking die je in Nederland op de markt brengt, zodat er ook geld is om die verpakkingen weer in te zamelen en te hergebruiken. Er zit een verschil van 40% in het tarief voor verpakkingen die makkelijk en die moeilijk recyclebaar zijn. Zo ontstaat er weer een prikkel voor een producent om het ontwerp aan te passen naar een verpakking die goed recyclebaar is. Dat komt niet alleen voort uit de keuze van de consument, daar moet je in de regelgeving en het stelsel wat voor regelen.” “Aan de andere kant, in het Plastic Pact hebben we Europese afspraken gemaakt om een aandeel gerecycled plastic in verpakkingen voor te schrijven. De consument hoeft dan niet meer te kiezen of erover na de te denken, want het wordt de standaard. Hetzelfde geldt voor textiel, met de Denim Deal hebben we hier echt stappen in genomen. Partijen hebben hierin afgesproken om 3 miljoen spijkerbroeken te maken die een heel hoog percentage gerecyclede vezels hebben. Daarnaast hebben de partijen afgesproken dat zij gezamenlijk zo snel mogelijk toewerken naar de standaard van minimaal 5% gerecycled textiel in alle denim kledingstukken. Op die manier gaan de toeleverancier en de markt zich daar ook op inrichten. Dat is waar we naartoe moeten, en daarvoor leent regelgeving zich natuurlijk goed.”  

Welke wetgeving zit er nog aan te komen?

“Ik ben er voorstander van dat er een circulaire economiewet komt, waarin je alle regelgeving bij elkaar houdt. Dan heb je ook zicht op wat we vragen aan welke sectoren, en welke sectoren nog niet zo ver zijn bijvoorbeeld. Zo kun je dat ook geleidelijk aanvullen. We hebben nu een Landelijk Afvalbeheerplan, ik wil dat omvormen naar een Circulair Materialenplan. Daarin kunnen we aangeven wat de meest hoogwaardige vorm van hergebruik in de circulaire economie is. Je wil niet alleen maar onderscheid hebben tussen storten, verbranden en hergebruik, maar ook kwalitatief kunnen sturen in hergebruik. Daarnaast is er een prikkel nodig voor de verdere ontwikkeling van technologie. Een mooi voorbeeld daarvan vind ik Purified Metal Company in het Noorden van het land, die maken schroot schoon dat met asbest verontreinigd is. Als die technologie werkt, passen wij de regelgeving aan zodat je dat schroot niet meer mag storten. Zo creëer je een markt voor dit soort bedrijven die technologische oplossingen ontwikkelen.”  

Wat kunnen we hier de komende vier jaar van verwachten?

“Ik heb het laatste commissiedebat met de Tweede kamer afgesproken dat ik op het departement de ontwikkeling van de circulaire economiewet en het Circulair Materialenplan alvast in gang zet. Dan heeft mijn opvolger in ieder geval wat klaarliggen, en kan dan besluiten daar wat mee te doen. Er wordt dus al aan gewerkt, maar de besluitvorming is aan het nieuwe kabinet. De Kamer was in ieder geval blij dat we er vast mee aan de slag gaan.”  

De circulaire economie en energietransitie zijn met elkaar verbonden binnen de klimaattransitie. Werken deze transities met of tegen elkaar?

“Het versterkt elkaar absoluut, al zijn er ook momenten waar het in elkaars vaarwater zit. Maar in zijn algemeenheid kan de circulaire economie voor 20% bijdragen aan de doelstellingen van Parijs. Als je niet aan de slag gaat met de circulaire economie, dan gaan we die doelen ook niet halen. Het is dus echt cruciaal dat we de circulaire economie en de uitstoot die gerelateerd is aan productie en consumptie van goederen aanpakken.
Daarnaast zijn het verlies van biodiversiteit en de wereldwijde gigantische vervuiling nog twee andere crises die bestaan naast de klimaatcrisis. De circulaire economie draagt ook bij aan het tegengaan van die problematiek. Het is een manier om minder te vervuilen en te voorkomen dat je op zoek moet naar nieuwe grondstoffen, waar vaak biodiversiteit mee verloren gaat.”  

Wat is de rol van de bouw hierin, als groot verbruiker van grondstoffen en energie?

“De bouw is een van de transitie agenda's (voortkomend uit het grondstoffenakkoord), en een hele belangrijke. Qua volume zit bijna 40% van het grondstoffengebruik in de bouw. Dus we moeten daar hard aan de slag. Dit ligt primair bij BZK, maar bij I&W doe ik dat vanuit inkoop voor bijvoorbeeld Rijkswaterstaat en Prorail. Er is extra geld beschikbaar gesteld voor schoon bouwen, elektrificatie en het terugdringen van de CO2-uitstoot. Dat doe je allemaal door circulair te werken. Prorail heeft nu bijvoorbeeld perrontegels die gemaakt zijn van oude materialen. Dat scheelt ongeveer 70 procent van de CO2-uitstoot.”  

We meten onze economische standaard nog steeds in bbp, moeten we dat soort doelstellingen niet loslaten en zoals de Monitor Brede Welvaart, meer kijken naar andere meetbare factoren die vooruitgang meten.

“Ik zit sinds 2010 in de Kamer, en de eerste keer dat we daar vroegen naar brede welvaart werd dat nog afgedaan als hobby van de milieuwoordvoerders. Maar we zien dat het nu steeds meer een meting wordt van wat de stand van het land is. Op I&W passen we bijvoorbeeld het proces aan waarmee wordt beoordeeld waar we gaan investeren in infrastructuur. Daarvoor kijken we altijd naar de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse. Eerst werd daarin alleen gekeken naar knelpunten vanuit voertuigverliesuren. Nu hebben we gezegd dat je breder moet kijken om die afweging te kunnen maken. Wat doet het voor de leefomgeving? Wat doet het voor stikstof? Welke investeringen vormen een oplossing, en welke juist een belasting voor die punten? We kijken dus inderdaad breder en dat is heel goed vind ik, want de belangen zijn ook breder.”  

In het NRC pleitten een aantal oud-ministers voor een minister voor de Leefomgeving. Wat vindt u daarvan, om dat bij elkaar te brengen?

“Rondom de formatie begint altijd het kwartetten met de verschillende ministers natuurlijk. Bij dit ministerie zou zoveel bij elkaar gebracht worden, dat wordt een soort superministerie. Ik vraag me af of een bewindspersoon dan overal voldoende aandacht aan zou kunnen geven. Het is natuurlijk wel cruciaal dat alles op elkaar wordt afgestemd, als het niet allemaal bij elkaar zit. Verschillende bewindspersonen moeten gezamenlijk zorgen dat het coherent blijft, maar daarvoor hoeft het niet allemaal bij één bewindspersoon te liggen. Dat kun je ook als kabinet doen, het Klimaatakkoord en het NOVI zijn daar mooie voorbeelden van. Veel van de portefeuilles zijn betrokken bij de grote vraagstukken die er zijn in relatie tot klimaat, stikstof, mobiliteit, ruimtelijke ordening, woningbouw. Het raakt verschillende departementen, en het wordt dan ook interdepartementaal afgestemd. Dat is ontzettend belangrijk, anders krijg je versnippering en dat moet je niet hebben.”  

Als u terugkijkt op de afgelopen jaren; heeft u grote slagen kunnen maken?

“Ik zie dat het zich enorm ontwikkelt. In 2010 diende ik mijn allereerste motie in over een grondstoffenrotonde, toen stond het nog helemaal niet op de agenda in het parlement. Nu tien jaar later zie je dat de circulaire economie goed verankerd is in het kabinetsbeleid en onze internationale klimaatdiplomatie. Ook in Europa, waar ze hier ook actief mee bezig zijn, worden de volgende slagen gemaakt. Dus ja, ik denk dat er veel perspectief is om ook de komende jaren nog veel slagen te maken. Maar net als de energietransitie is het niet vandaag of morgen gerealiseerd, het moet stap voor stap gebeuren. De ene sector zal sneller gaan dan de andere. Maar het is heel mooi om te zien dat die ontwikkeling versnelt, en ik hoop heel erg dat dat de komende jaren gaat doorzetten.”

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter