Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Zo speel je alvast in op de komst van een warmtenet

Warmtenetten zijn een oplossing voor het CO2-neutraal maken van woningen. Zo’n collectieve warmtevoorziening komt niet vanzelf tot stand. Hoe speel je als gemeente alvast in op de komst van een warmtenet? Adviseur Marie-Thérèse Tetteroo: “Wacht niet af tot alle kaders bekend zijn, maar ga alvast aan de slag.”

16 juli 2021

 
Ingewijd in de materie? Scroll naar beneden voor het actieplan Eén van de oplossingen voor het CO2-neutraal maken van de gebouwde omgeving is de ontwikkeling van collectieve warmtevoorzieningen via warmtenetten. Vooral in bestaande wijken en buurten met een hoge dichtheid aan bebouwing of veel hoogbouw is een warmtenet geschikt. Uit onze modellen blijkt dat collectieve warmteoplossingen op veel plekken de laagste nationale kosten hebben en ook de kosten voor eindgebruikers liggen bij collectieve warmte op veel plekken lager dan individuele alternatieven voor het aardgas. Om warmtenetten te kunnen realiseren, zijn er veranderingen nodig in marktordening, financiering en governance. Van partijen, en zeker ook van gemeenten, wordt verwacht dat ze in actie komen, samenwerken en resultaten boeken zonder dat alle kaders al bekend zijn.

De rol van gemeenten

Vanuit het Rijk hebben gemeenten een regierol in de warmtetransitie gekregen om duurzame en aardgasvrije toekomstige warmtevoorzieningen binnen de gemeente gerealiseerd te krijgen. Met de inzichten die ontstaan vanuit gemeentelijke transitievisies warmte (TVW’s) zal er steeds meer duidelijk worden over buurten en wijken waar collectieve warmteoplossingen een rol kunnen spelen in de toekomstige warmtevoorziening. Daarbij speelt de afweging tussen de driehoek haalbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid een grote rol. Alle gemeenten hebben doelstellingen geformuleerd over duurzaamheid en CO2-neutraliteit. Daarbij maken ze zich hard voor de belangen van inwoners, maar ook voor de duurzame keuzes die worden gemaakt en het tempo waarin gemeentelijke doelstellingen voor CO2-neutraliteit worden behaald. Daarnaast werken gemeenten op regionaal niveau samen om te onderzoeken welke duurzame bronnen bovengemeentelijke potentie hebben en hoe op regionale schaal kan worden samengewerkt om de warmtetransitie verder te brengen.

Van vraag en aanbod naar regie

Hoe werken we samen in de warmteketen? Warmtenetten en -aansluitingen komen tot stand doordat een warmtevrager (ontwikkelaar, woningcorporatie) op projectniveau de markt benadert. Het warmtebedrijf doet een aanbod aan de hand van de uitvraag en de warmtevrager en het warmtebedrijf onderhandelen dit aanbod samen uit. De ACM maximeert jaarlijks de gebruikerskosten voor de eindgebruiker. Een gemeente speelt in deze fase dus geen rol. Warmtebedrijven dragen veel van de risico’s bij de ontwikkeling van collectieve warmteoplossingen en zoeken daarom naar de projecten waar gunstige businesscases kunnen ontstaan. Dat hangt samen met (onzekerheid over) het aantal aansluitingen dat wordt voorzien en het tempo waarmee kan worden aangesloten. Daarbij bestaat het risico op cherry picking, terwijl gemeenten liever een groter gebied binnen een warmteproject zouden zien vallen. Hoe borgen gemeenten dan het deel (publieke vraag) van de marktwerking waar ze voor aan de lat staan en de eigen doelstellingen voor het verminderen van de CO2-uitstoot?

Wet collectieve warmtevoorziening

De inwerkingtreding van de Wet collectieve warmtevoorziening (WCW) staat aangekondigd voor begin 2022 en zal een verandering brengen in de huidige marktordening van warmte. Het Rijk verwacht dat gemeenten op basis van de TVW’s warmtekavel(s) beschrijven om deze vervolgens naar de markt te brengen. Geïnteresseerde warmtebedrijven schrijven met plannen in hoe ze tegemoet willen komen aan de vereisten van het kavel. De inschrijvingen worden beoordeeld en volgens een transparante procedure wordt een warmtebedrijf geselecteerd dat voor een periode van minimaal 20 en maximaal 30 jaar verantwoordelijk zal zijn voor de gehele warmteketen binnen het kavel. Een andere grote wijziging is dat de huidige tarifering zal wijzigen door de referentie met de aardgasprijs, waaraan de warmteprijs op dit moment gekoppeld is, gradueel los te laten.

Een nieuwe werkwijze

Er gaat dus nogal wat veranderen in hoe gemeenten met stakeholders in de warmteketen zullen gaan samenwerken. In die nieuwe werkwijze is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met de verschillende belangen van verschillende stakeholders:

Inwoners

De warmtetransitie treft inwoners ingrijpend en komt ‘achter de voordeur’. In het geval van een overstap naar collectieve warmte zijn mensen bang geen keuze meer te hebben, (veel) meer te moeten gaan betalen, mogelijk minder comfort terug te krijgen en ook nog overlast te gaan ervaren (door werkzaamheden en aantasting van het landschap). Mensen willen graag vroeg in het proces betrokken worden en het is van belang om transparant te zijn over onzekerheden. Daarnaast is een helder en sterk aanbod inclusief energiebesparing van belang om mensen te ontzorgen in een overstap.

Woningcorporaties

Om tot een collectief alternatief voor het aardgas te komen, is massa nodig. Slechts enkele bewoners in een buurt kunnen samen geen warmtenet realiseren. Daarom is betrokkenheid van de woningcorporaties zo belangrijk om de warmtevraag te organiseren en heeft het Rijk hen als startmotor aangewezen. Woningcorporaties zijn daarnaast gewend om met warmtebedrijven te onderhandelen over de mogelijke inzet van collectieve warmte om vastgoed te verduurzamen, zijn gewend om grote aanpassingen op projectniveau uit te voeren en zijn gewend om in geval van ingrijpende wijzigingen een 70% instemmingsprincipe van bewoners te hanteren.

Warmtebedrijven

Warmtebedrijven kijken vooral naar de haalbaarheid van een businesscase omdat zij een gezonde bedrijfsvoering nastreven. De investeringen in warmteinfrastructuur zijn hoog en kennen een lange terugverdientijd. Businesscases in warmte strekken zich daarom uit over een periode van 30 jaar. Om het risico te beperken dat de investeringen onvoldoende opleveren om de businesscase over die periode rendabel te krijgen is het voor warmtebedrijven van belang dat er voldoende warmteafzet wordt gegarandeerd. Dit wordt het vollooprisico genoemd. Daarnaast worden warmtebedrijven geacht om de warmte die zij leveren steeds verder te verduurzamen. Maar voor veel van de duurzame bronnen is op dit moment nog subsidie nodig. Daarnaast kent elke (duurzame) bron eigen randvoorwaarden. Om deze reden is een bronnenstrategie van belang die past bij de afzet of groeistrategie van een warmtenet.

Actieplan!

Gemeente, denk nu alvast na over:

Met de TVW in de hand en met het oog op de bevoegdheden die gemeenten krijgen met de inwerkingtreding van de WCW (en de Omgevingswet), kan nagedacht gaan worden over de vorming van warmtekavels. Gemeenten worden daarmee echt de lokale regisseurs van de warmtetransitie.

Vooruitlopend op de WCW kunnen zij daarom nu al nadenken over een aantal zaken zoals:

• Welke warmtekavels zouden er binnen de gemeente gevormd kunnen worden? • Wat gebeurt er als er geen warmtekavels naar de markt worden gebracht? • Wat gebeurt er als er meerdere warmtekavels binnen de gemeente ontstaan en deze op verschillende momenten naar de markt worden gebracht? • Wat doen we als interesse vanuit de markt uitblijft? In de praktijk zien we dat steeds meer gemeenten zich deze vragen beginnen te stellen.

Hier kunnen gemeenten nu al mee aan de slag:

• Het tijdig in gesprek gaan met inwoners en het transparant zijn over onzekerheden • Het in kaart brengen van het geschikte vastgoed om een businesscase mee op te bouwen • Onderzoek naar de mogelijkheden om daar ook zoveel mogelijk vastgoed met een iets lager verdienmodel in mee te nemen • Het in beeld brengen van de partners die van belang zijn in de warmtetransitie • Het peilen van interesse vanuit warmtebedrijven middels een marktverkenning of -consultatie

Bijlage

De warmtetransitie: hoe werkt visie in de praktijk

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter