Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Jarenlang verwarmden wij onze huizen hoofdzakelijk door middel van gas en elektriciteit. Warmte door warm water kent echter ook een lange geschiedenis in Nederland. Al in 1923 werd het eerste warmteproject in Utrecht gerealiseerd, en in de jaren 80 van de vorige eeuw namen warmteprojecten een grote vlucht (CE Delft, Warmtenetten in Nederland, Delft, oktober 2009). In het begin ging het vooral om warmte in de vorm van restwarmte. De afgelopen decennia zijn bodemenergiesystemen zoals warmte- en koudeopslag (WKO) sterk in opmars, in steeds efficiëntere en slimmere verschijningsvormen. Ook bronnen zoals (diepe) geothermie beginnen voet aan de grond te krijgen.

Transitievisie warmte

Gemeenten hebben hard gewerkt om warmtevisies op te stellen die inzicht geven wanneer ze welke wijken van het aardgas willen halen en welk duurzaam alternatief voor aardgas in aanmerking komt. Deze visies vormen het cruciale begin van het doel om 1,5 miljoen woningen te verduurzamen, aangezien er in het Klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn en van het aardgas afgesloten moeten worden. Uit de warmtevisies blijkt dat gemeenten 660.000 woningen willen isoleren en 820.000 woningen willen isoleren en aardgasvrij maken. Daarnaast staat hierin de ambitie om 36.000 andere gebouwen te isoleren en 24.000 andere gebouwen te isoleren en aardgasvrij te maken. In totaal komt het opgeteld tot ruim 1,5 miljoen woningen en overige gebouwen.

De volgende stap is om de transitievisies warmte om te zetten naar concrete uitvoeringsplannen. Bij de vraag hoe we in de praktijk woningen en gebouwen aardgasvrij gaan maken wordt vaak gesproken over twee oplossingen: het elektrificeren door middel van een individuele warmtepomp per huis of gebouw, en het aansluiten op een collectief warmtenet. Er zijn echter talloze andere mogelijkheden op zowel collectief als individueel niveau. Op collectief niveau kan je bijvoorbeeld denken aan een collectieve warmtepomp, een lage- temperatuurwarmtenet, een HT-warmtenet of een Modulair EnergieSysteem (MES). Op individueel niveau zijn enkele oplossingen bijvoorbeeld de elektrische warmtepomp, infraroodpanelen, een brandstofcel of een houtpelletkachel.

Warmtewet

De invoering van de Warmtewet in 2014 betekende een belangrijke stap in de regulering van warmtelevering aan consumenten en andere kleinverbruikers. Deze wet heeft het onderwerp warmte en de regels die wij als maatschappij daarvoor wenselijk achten definitief op de radar gezet.

Op 1 juli 2019 is de herziene Warmtewet in werking getreden. Een belangrijke wijziging is dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) meerdere tarieven gaat vaststellen die samenhangen met de levering van warmte. Verder vallen verhuurders en VvE’s die zelf warmte leveren, niet langer onder de Warmtewet.

Warmtewet 2.0

Convenanten en wetten zoals het Energieakkoord (2013), het Klimaatakkoord van Parijs (2015), het Nederlandse Klimaatakkoord (2019) en de Klimaatwet (2019) zijn belangrijke katalysators voor onderzoek naar en het gebruik van duurzame warmte. Een gevolg van deze afspraken is bijvoorbeeld dat iedere gemeente in 2021 een transitievisie warmte moest hebben opgesteld met daarin een tijdspad waarin wijken worden verduurzaamd.

De Warmtewet heeft nu als hoofddoel om consumenten te beschermen. Hiernaast is in 2020 de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) opgesteld, ook wel de Warmtewet 2.0 genoemd, om het draagvlak voor het product warmte, het vertrouwen in de markt en de bereidheid om te investeren in duurzame collectieve warmte, te vergroten. Gemeenten hebben hier nog hun bedenkingen over: ze willen bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor plaatselijke regie. Voor meer informatie over de Wcw, zie het blogartikel Vijf belangrijkste aanpassingen in het wetsvoorstel Wet collectieve warmtevoorziening.

In dit dossier gaan wij nader in op de juridische ontwikkelingen rond warmte en houden wij u op de hoogte van de laatste jurisprudentie rond dit thema.

KENNISPARTNER

Wiersema, Harald