Zuiveringsslib komt vrij bij rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) en afvalwaterzuiveringsinstallaties (awzi’s) die industriële afvalwaterstromen zuiveren. Kenmerk van deze stroom is de verontreiniging met onder meer zware metalen en arseen en vanwege de belasting van bodem en grondwater werd in de jaren tachtig van de vorige eeuw het noodzakelijk gevonden om een richtlijn uit te vaardigen. De Richtlijn betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw (86/278/EEG) is in Nederland in het kader van de regelgeving op grond van de Meststoffenwet geïmplementeerd (Besluit gebruik meststoffen). De richtlijn heeft een tweeledig doel: het voorkomen van nadelige gevolgen voor bodem, plant, dier en mens als gevolg van ongecontroleerd gebruik van zuiveringsslib in de landbouw en tevens het bevorderen van het juiste gebruik van zuiveringsslib. Daartoe zijn er onder meer grenswaarden gesteld aan de concentraties zware metalen en arseen. In Nederland voldoet het rwzi-zuiveringsslib niet aan deze eisen. Van de industriële slibben voldoen slechts enkele stromen aan de eisen van dit besluit. Het merendeel van het zuiveringsslib dat in Nederland vrijkomt wordt verbrand waarbij energieterugwinning plaatsvindt. Sectorplan 16 van het LAP3 beschrijft deze afvalstroom. Voor de milieubelastende activiteit "op of in de bodem brengen van zuiveringsslib" gelden inhoudelijke regels uit hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (paragraaf 4.117 Bal).