In het arrest AvestaPolarit van 11 september 2003 (C-114/01; ECLI:EU:C:2003:448) moest de vraag beantwoord worden of ganggesteente uit een mijn moet worden aangemerkt als een afvalstof, moet er een onderscheid worden gemaakt in ganggesteente, dat te zijner tijd weer wordt gebruikt bij de opvulling van de mijn en materiaal dat op een andere wijze wordt hergebruikt. Het materiaal dat gebruikt wordt voor de opvulling van de mijn is nodig voor de hoofdactiviteit (in casu het mijnbouwproces), de houder ontdoet zich er niet van en is niet voornemens om zich ervan te ontdoen. Het overige ganggesteente is afvalstof. Het ging hierbij om de vraag of de mate van waarschijnlijkheid van hergebruik groot zou zijn.
AvestaPolarit exploiteert een mijn waar in hoofdzaak chroom wordt gewonnen. De kwestie gaat om de vraag of het ganggesteente moet worden aangemerkt als afvalstof. Het bedrijf stelt dat het materiaal te zijner tijd kan worden gebruikt om de mijngangen op te vullen maar ook kan worden verwerkt tot steenslag of mogelijk worden gebruikt voor ophogingen.
In het arrest wordt een onderscheid gemaakt tussen het materiaal dat te zijner tijd weer wordt teruggebracht in de mijn en het overige materiaal. Het gesteente dat te zijner tijd wordt gebruikt in de mijngangen zijn geen afvalstoffen omdat de onderneming zich er niet van wil ontdoen, aangezien de stoffen nodig zijn voor de hoofdactiviteit. Enkel indien het gebruik van die materialen verboden is (bijvoorbeeld om veiligheidsredenen) dan moet worden aangenomen dat de houder zich van die residuen moet ontdoen en dat het afvalstoffen zijn. Residuen die niet worden gebruikt voor het opvullen van de mijngangen zijn afvalstoffen. Dit geldt niet alleen voor de materialen waarbij het hergebruik onzeker is maar ook voor het ganggesteente dat tot steenslag wordt vermalen. Hierbij is hergebruik zeker maar is een voorafgaande bewerking nodig.